|
Acker,
Achiel van (Brugge 8 april 1898 – aldaar 10 juli 1975), Belgisch politicus,
begon zijn politieke loopbaan als vakbondsleider en was van 1927 tot 1974
socialistisch Kamerlid (BSP) voor het arrondissement Brugge. Tijdens de Tweede
Wereldoorlog had hij een belangrijk aandeel in de reorganisatie van de door H.
de Man ontbonden socialistische partij. Als minister van Arbeid en Sociale
Voorzorg in de regering-Pierlot (sept. 1944–febr. 1945), waarin hij vanaf dec.
1944 ook de portefeuille van Openbare Gezondheid beheerde, bracht hij het
stelsel van de sociale zekerheid tot stand. Van febr. 1945 tot maart 1946 was
hij eerste-minister van een regering van nationale unie, waaruit de katholieke
ministers in juli 1945 ontslag namen naar aanleiding van de Koningskwestie; in
deze regering hield hij zich tevens met het steenkolenvraagstuk bezig. Het
succes van de zgn. kolenslag, waardoor de economische wederopbouw van België
werd bevorderd, bezorgde hem een grote populariteit. Van maart tot aug. 1946
stond Van Acker aan het hoofd van een kabinet van socialisten, liberalen en
communisten, en van maart 1947 tot aug. 1949 was hij minister van Verkeerswezen
in een BSP-CVP-regering. Van april 1954 tot juni 1958 was hij eerste-minister
van een socialistisch-liberaal kabinet, waarvan de schoolwetgeving aanleiding
gaf tot de Schoolstrijd Eind 1958 werd hij tot minister van Staat benoemd. Hij
was voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 1961 tot 1974,
waarna hij zich uit de politiek terugtrok. |
|
|
|