Albert
Einstein werd geboren op 14 maart 1879 in het Zuidduits stadje Ulm, gelegen op
de linkeroever van de Donau.
In die tijd leidden Hermann Einstein
(zijn vader) en zijn broer Jakob een elektro-chemisch fabriekje. Zijn moeder
Pauline Koch was een huisvrouw. Ze woonden in de Bahnhofstraße B135 in Ulm. In
1880 verhuisde de familie Einstein naar München, waar in 1881, Albert Einsteins
zus werd geboren. Ze heette officieel Maria Einstein, maar men noemde haar
altijd Maja. Met haar voelde Einstein zich zeer verbonden.
Einstein was een zeer teruggetrokken jongen, hij isoleerde zich van andere
kinderen. Op vijfjarige leeftijd kreeg hij les van een huislerares. Op zijn
zevende ging hij naar de Volksschule. Veel vrienden had hij niet. Dit kwam
doordat zijn familie van Joodse oorsprong was en in München was men overwegend
katholiek. In 1888 toen Einstein dus negen was, ging hij naar de middelbare
school, het Luitpoldgymnasium. Hij behaalde daar wel goede cijfers hoewel hij
tegen het van buiten leren was. Hij was een uitblinker in wiskunde. Voor Latijn
haalde hij de hoogste cijfers en voor Grieks was hij bijna net zo goed. Het
enige waar hij niet zo goed in was, was gymnastiek. Dit maakte hem moe en
duizelig. Einstein las in zijn jeugd al populair-wetenschappelijke boeken.
Iedere donderdag kwam er een Joodse student eten die Max Talmey heette. Hij
studeerde medicijnen en daagde Einstein van zijn tiende tot vijftiende uit tot
intellectuele debatten.
 |
 |
 |
 |
 |
|
vader van Einstein |
moeder van Einstein |
Einstein en zus |
Einstein aan de academy |
Einstein in 1905 |
In 1894 verhuisde
zijn familie naar Milaan. Einstein bleef in München achter bij een pleeggezin,
want hij moest zijn school nog afmaken. Einstein besloot net voor zijn
eindexamen op reis te gaan naar Milaan om zijn familie te bezoeken. Hij liet een
dokter een briefje schrijven waarin vermeld stond dat hij dringend vakantie
nodig had door een zenuwuitputting. Zo verliet hij dus de school en vertrok naar
Milaan. Hij was wel vastbesloten zich voor te bereiden op het toelatingsexamen
aan de universiteit door zelfstudie maar zou niet meer teruggaan naar het
Luitpoldgymnasium. Hoewel Einstein 2 jaar te jong was om te studeren aan de
universiteit, nam hij met bijzondere toestemming deel aan het toelatingsexamen
voor het Polytechnikum in Zürich. Later werd dit herdoopt tot Eidgenössische
Technische Hochschule (ETH). De vakken waarvan hij examens kreeg waren: wis- en
natuurkunde, scheikunde, literatuurgeschiedenis, algemene geschiedenis en Duits.
Hij zakte omwille van de laatste onderwerpen. De directeur raadde hem aan school
te volgen in het Zwitserse Aarau en daar zijn diploma te halen voor de
middelbare school. Dit deed hij en ging zelfs te voet van Zürich naar Aarau, dit
was 50 kilometer verderop.
Wat velen misschien niet weten over Einstein is het feit dat hij viool speelde.
In september 1896 slaagde hij voor zijn eindexamen met bijzondere cijfers voor
wis- en natuurkunde, zang en muziek (viool).
De zomervakantie bracht hij door in Italië bij zijn ouders. In oktober liet
Einstein zich inschrijven aan de afdeling VIa van de ETH. Dit was een opleiding
tot leraar wis- en natuurkunde. Hij was de jongste van de 5 die zich lieten
inschrijven. De anderen waren Mileva Maric, Marcel Grossmann, Louis Kollros en
Jakob Ehrat.
Mileva zou niet veel later Einsteins echtgenote worden. Ze was 4 jaar ouder dan
Einstein. Er bloeide tussen de 2 studenten al snel een romance. In 1900
bezegelden ze dit door zich te verloven. Einstein slaagde erin zijn studies af
te maken in 1900. Mileva daarentegen niet, hoewel ze toch een paar pogingen
ervoor heeft ondernomen. Einsteins eerste baan was een tijdelijke aanstelling in
een middelbare school in Winterhur, een Zwitserse stad. Dit gebeurde in mei
1901. In oktober kreeg hij een baan als leraar aan een privé-school in
Schaffhausen tot januari 1902. In juni 1902 begon hij als ambtenaar bij het
Octrooibureau in Bern. Ook in 1902 werd Einstein vader van een dochter Lieserl.
Op 6 januari 1903 traden Albert en Mileva in het stadhuis van Bern in het
huwelijk. Einsteins vader was ondertussen overleden als gevolg van een hartkwaal
op 10 oktober 1902. Het echtpaar ging wonen in de archivstraße 8 in Bern.
Einsteins zoon werd geboren in 1904. Ze noemden hem Hans Albert. Hij zou later
een voortreffelijk wetenschapper worden meer bepaald een burgelijk ingenieur. In
1906 kwam ook Einsteins zus Maja in Bern wonen om haar universitaire studie
voort te zetten die ze in Berlijn begonnen was. Albert Einstein werd in 1908 als
Privatdozent, dit betekent "een niet aan een faculteit verbonden docent",
toegelaten aan de universiteit van Bern. In oktober 1909 verhuisde Einstein naar
Zürich waar hij een aanstelling had verkregen als buitengewoon hoogleraar. In
1910 werd Einsteins tweede zoon geboren, Eduard. Hij leed later aan dementia
praecox beter bekend als schizofrenie en is overleden in 1965.
In maart 1911 verhuisden de Einsteins opnieuw, nu werdt Einstein aangesteld als
gewoon hoogleraar aan de Duitse Universiteit. Na anderhalf jaar keerden ze terug
naar Zürich waar hij benoemd werd tot gewoon hoogleraar aan de ETH. Einstein
heeft in deze periode een paar reizen gemaakt voor zijn wetenschappelijk werk.
Bij voorbeeld naar Leiden op bezoek bij de Nederlandse geleerde Hendrik Antoon
Lorentz (1853-1928) waarnaar de "Lorentzkracht" is genoemd. Mileva vergezelde
hem op deze reis. Zij had moeite met lopen. Ze had reeds heel haar leven
problemen met haar heup.
In 1914 zou Einstein naar Berlijn vertrekken waar hem een gecombineerde positie
werd aangeboden:
- een lidmaatschap van de Pruisische Academie, met een afzonderlijk salaris.
- een hoogleraarschap aan de Universiteit van Berlijn, zonder verplichting te
doceren.
- positie van directeur van een nog op te richten natuurkunde-instituut.
Dit natuurkunde-instituut begon in 1917.
 |
 |
 |
 |
|
Einstein, Mileva en zoon |
Einstein en Elza |
Einstein in 1933 |
Einstein in 1946 |
In juni 1914
verlieten Mileva en de 2 zoons Berlijn omdat de situatie tussen Mileva en
Einstein ondraaglijk geworden was. Ze verhuisden terug naar Zürich. De scheiding
met de kinderen was bijzonder moeilijk. Op het moment van het vertrek van Mileva
was Elsa Einstein, Albert Einsteins nicht, al aanwezig. Zij woonde samen met
haar dochters in de Haberlandstraße in Berlijn, al voordat Albert en Mileva in
Berlijn aankwamen. In de zomer van 1917 verhuisde Albert naar een appartement
naast dat van Elsa. Het jaar nadien werd op 12 juni de scheidingsprocedure in
gang gezet door beide partijen. Het scheidingsvonnis werd op 14 februari 1919
bekrachtigd door de rechtbank in Zürich. De bepalingen waren dat Einstein de
kinderen moest onderhouden en hij had het recht ze te ontmoeten tijdens de
schoolvakanties. Mileva moest zorgen voor de opvoeding en verzorging van de
kinderen. Einstein werd verplicht 40.000 Duitse Mark op een Zwitserse bank te
storten. Hij moest het geld dat hij zou krijgen van de Nobelprijs
als hij deze won afstaan aan Mileva. Hij zou dit doen in 1923. Doordat Einstein
gescheiden was in 1919 kon hij terug huwen. Dit deed hij op 2 juni 1919. Elsa
was drieënveertig en Albert veertig. Op het einde van het jaar 1919 kwam
Einsteins moeder die aan een ongeneeslijke kanker leed, bij Einstein inwonen.
Drie jaar na hun huwelijk brachten ze een bezoek aan Japan. Mileva en Elsa waren
niet de enige vrouwen die Einstein gehad heeft. Hij heeft nog een paar
buitenechtelijke verhoudingen gehad. 1919 is ook het jaartal waarin hij in
november beroemd geworden is. Einsteins algemene relativiteitstheorie wordt
bevestigd in het jaar 1919 en de Times uit Londen schrijft hier een artikel
over. Einstein was vanaf dan een wereldberoemdheid. Zijn eerste bezoek aan de
Vereingde Staten dateert van 3 april tot 30 mei 1920. Op 8 april ontvingen
Einstein en Weizmann (voorzitter van de Zionistische Wereldvereniging en later
president van Israël) het ereburgerschap van de stad New York. Hij bracht ook
nog een bezoek aan Engeland. In 1922 werd de minister van buitenlandse zaken
Walter Rathenau, een veelzijdig Jood, vermoord. Hiervoor schreef Einstein het
eerste in memoriam die hij later nog veel zou schrijven. Hij bezocht Frankrijk
in 1922, dit was voor zijn bezoek aan China en Japan. In 1930 gaan ze in
december aan boord van de Belgenland voor een reis naar Pasadena in Californië.
Van 10 tot 15 december brengen ze nog een bezoek aan New York.
Ze keren terug naar Berlijn in maart 1931. Na het korte bezoek aan Genève keren
de Einsteins terug naar de V.S. van december 1931 tot maart 1932 en van een kort
bezoek in Berlijn gaan ze weer terug naar de V.S.. Dan moet Einstein terugkomen
naar Europa, vanwege de regelingen die moesten getroffen worden om zijn
verhuizing naar Princeton mogelijk te maken. Hij belandde in België van 28 maart
tot 9 september en verbleef in De Haan in de villa Savoyard aan de Belgische
kust. Hij moet hier vetrekken voor zijn veiligheid want De Haan lag te kort aan
de Duitse grens. Hij vertrok naar Engeland van 9 september tot 7 oktober 1933
waarna hij voorgoed in de V.S. bleef. Einsteins laatste reis buiten de V.S. was
in mei 1935. Hierna verkregen ze hun immigratievisum. Op 20 december 1936 stierf
Elsa Einstein na een hartkwaal; 2 jaar voordien was haar dochter al gestorven.
Einstein had ondertussen al een secretaresse van 1928, Helen Dukas genaamd.
Albert Einsteins eerste zoon kwam in 1937 in de V.S. wonen. Op 22 juni 1940
werden Einstein, Margot (de jongste dochter van Elsa) en Helen Dukas beëdigd tot
Amerikaanse burgers door rechter Philip Formann. Tijdens WOII gaat het leven van
Einstein wat rustiger verder.
In de laatste levensjaren van Einstein begon het heel wat slechter te gaan met
hem. Hij had een gezwel in de buikslagader, dit kon toen nog niet worden
verwijderd. Op zijn verjaardag wanneer hij 70 werd kreeg hij het eredoctoraat
van de Hebreeuwse universiteit. In 1953 werd het medisch instituut van de
Yeshiva-Universiteit genoemd naar Einstein:"Het Albert Einstein College of
Medicine". Einstein overleed in de vroege ochtend van 18 april 1955, in de
namiddag werd hij gecremeerd. |