|
Koning
Alexander III (de derde) van Macedonië, bekend geworden als Alexander de
Grote, werd geboren te Pella op 1 oktober 356 voor Christus en overleed in
Babylon op 18 mei 323 voor Christus.
Hij is een van de grootste veldheren en staatslieden uit de geschiedenis.
Hij veroverde het Perzische wereldrijk en was de wegbereider van het hellenisme .
Alexander was de zoon van Philippus II van
Macedonië en Olympias. Een tijdlang was Aristoteles
zijn leraar. Reeds in zijn jeugd onderscheidde hij zich door durf en initiatief:
een anekdote verhaalt hoe hij het ‘ontembare’ paard Bucephalus bedwong door
wilskracht en verstand. Zijn eerste belangrijke militaire optreden was in 338,
toen hij bij
Chaeronea
(strijd tussen Macedonië enerzijds en Athene en Thebe anderzijds) de beslissende
charge uitvoerde. Na de moord op zijn vader werd hij in 336 koning, en spoedig
leider van de Griekse Bond. Toen hij daarna in het noorden van het rijk
opstanden bedwong, stonden de Grieken tegen hem op, maar hij verscheen
bliksemsnel weer: Thebe werd als afschrikwekkend voorbeeld verwoest, behalve de
tempels en het huis waar eens Pindarus had gewoond; de andere steden werden met
clementie behandeld.
Daarna riep hij op tot de langverbeide
veldtocht tegen Perzië. In 334 rukte hij op met een leger van 30!000
infanteristen en 5000 ruiters. Van de Griekse staten hield alleen Sparta zich
afzijdig.
Antipater werd
achtergelaten, vnl. om Griekenland te bewaken. Na de overtocht van de Hellespont
behaalde Alexander zijn eerste overwinning aan de Granicus; hierdoor viel
Klein-Azië open, en werden de Ionische Grieken bevrijd. Zijn geduchtste
tegenstander, de Griekse huurlingenaanvoerder Memnon, stierf spoedig daarna. In
Gordium hakte Alexander de Gordiaanse knoop
door. Bij Issus versloeg hij de Perzische koning Darius III (nov. 333).
Alexander boog daarna af naar Syrië,
Fenicië en Egypte. Dit kostte twee jaar, maar het was onvermijdelijk, want de
potentiële bedreiging van de Fenicische vloot moest afgewend worden; Tyrus
capituleerde pas na verbeten strijd, maar in Egypte trad Alexander op als
bevrijder en opvolger van de farao's. Aan de westelijke Nijlarm werd
Alexandrië
gesticht. Hij trok door de woestijn naar de oase van Siwa, waar het orakel van
Zeus-Ammon hem als ‘zoon van Zeus’ begroette (332). Op 1 okt. 331 behaalde hij
een laatste hard bevochten zege bij Gaugamela op Darius, waarop deze oostwaarts
vluchtte. Alexander bezette Babylon, Soesa, Persepolis, waar de paleizen in
vlammen opgingen, en Ekbatana. De koninklijke schatten vielen in zijn handen:
van het ongemunte edele metaal liet hij veel, gemunt, in omloop brengen. De
veldtocht was volbracht; wie van de Grieken wilde, kon huiswaarts keren.
Met Macedoniërs, vrijwilligers en
huurlingen ging Alexander verder, diep het oosten in. Bessus, de satraap
(stadhouder) van Darius, die deze had vermoord, werd gegrepen en gedood (Darius
was door Alexander met koninklijke eer begraven). Steeds meer streefde Alexander
ernaar met de Aziaten een Aziaat te zijn, in kleding, gebruiken, enz. Dit wekte
weerstanden bij de Macedonische edelen; van hen werd Philotas wegens (oogluikend
toegelaten) verraad gedood; diens vader, de in Ekbatana achtergelaten Parmenio,
deelde zijn lot; Clitus werd door Alexander in een dronken bui doorstoken; de
Griekse hofbiograaf Callisthenes werd wegens medeplichtigheid aan hoogverraad
ter dood gebracht (327). Tijdens de tocht naar het verre Bactrië en Sogdiana
huwde Alexander de inheemse prinses Rhoxane.
Alexanders onstuitbaar verlangen de einden
van de aarde te bereiken dreef hem tot in de Indusvallei; koning Poros met zijn
strijdolifanten werd hier verslagen en onderworpen. Uit de Griekse vestigingen
in deze streek is later een belangrijke Grieks-Indische mengcultuur ontstaan.
Toen de tocht verder zou gaan naar de Ganges rebelleerden de soldaten. Daarop
werd de terugtocht aanvaard, zuidwaarts langs de Indus, waar men de fanatieke
Brahmanen ontmoette. Van de monding van de rivier keerde het leger onder
onvoorstelbare ontberingen terug naar de oude Perzische hoofdsteden. In 324 brak
te Opis een gevaarlijke muiterij uit over de gelijkstelling van Macedonische en
Aziatische officieren; hierbij sprak Alexander de beroemde woorden: ‘Gij zijt
allen mijn verwanten’. Het volgende jaar stierf hij te Babylon (waarschijnlijk
aan malaria), nog bezig met het ontwerpen van nieuwe ontdekkings- en
veldtochten.
Alexander is een van de grootste figuren
uit de geschiedenis van de mensheid geweest, vooral in de geschiedenis van de
relatie tussen Oost en West. Binnen weinige jaren heeft hij de brug geslagen
tussen deze beide cultuurgebieden. Dit deed hij door het stichten van zeventig
steden, meest Alexandrië geheten, door het organiseren van ontdekkingsreizen en
het openen van handelswegen; voorts door het bevorderen van gemengde huwelijken
(hij huwde zelf behalve met Rhoxane nog met een dochter van Darius), en door
zijn koningsideologie: hij trachtte wel voor de Macedoniërs hun stamkoning te
blijven, maar voor de Egyptenaren werd hij farao, en voor de Aziaten ‘koning van
Azië’. Kortom hij streefde ernaar een oikoumenè (oecumene, ‘bewoonbare
wereld’) te scheppen met vrij verkeer voor allen.
Ook in kleiner verband toonde hij zich een
geniaal bestuurder: in de Perzische satrapieën voerde hij scheiding door van
politiek, militair en financieel beheer; in de Griekse staten loste hij een oud
sociaal euvel op door hen te dwingen de duizenden ballingen weer op te nemen.
Zijn opvolgers, de
diadochen,
zetten zijn vermengingspolitiek niet consequent voort; niettemin hebben zijn
ideeën, zij het in gewijzigde vorm, in de hellenistische wereld vrucht gedragen.
Alexanders portret is alleen bekend uit
kopieën en navolgingen en uit de literatuur; een eigentijds portret is niet
bewaard gebleven. In de jaren 336–330 v.C. hebben drie hofkunstenaars Alexander
de wereldveroveraar uitgebeeld: Lysippos in brons, Pyrgoteles in steen, Apelles
in verf. Op Lysippos gaat waarschijnlijk het klassieke Alexanderportret terug
met iets schuin gehouden hoofd, boven het voorhoofd opspringend haar als bij
leeuwenmanen en ten hemel gerichte blik; op Pyrgoteles vermoedelijk het meer
dramatische type met bultig voorhoofd en gefronste wenkbrauwen als bij het
traditionele leeuwemasker. Apelles schijnt de nadruk te hebben gelegd op het
bovenmenselijke. In de jaren 330–323 v.C. identificeerde Alexander zich geheel
met het Perzische Rijk: in die periode vinden zijn portretten in Perzisch
kostuum hun oorsprong.
Uit de tijd van zijn onmiddellijke
opvolgers, de diadochen, zijn authentieke portretten op munten bekend. Zij
sluiten bij de oudere typen aan, maar meer en meer valt de nadruk op het
extatische: de vergoddelijkte Alexander verschijnt. Het hellenisme verkoos
eerst, in de 3de eeuw v.C., het ingetogen klassieke type van Alexandrijnse
oorsprong; later, in de 2de eeuw, een meer bewogen weergave, uit Klein-Azië, met
name Pergamum, afkomstig. Beide typen bleven eeuwenlang in zwang.
In de middeleeuwen werd Alexander, onder
invloed van de toen zeer verbreide Alexander-romans, voorgesteld als het beeld
van de hovaardij, of zelfs van de duivel. Deze voorstelling ging terug op het
verhaal dat Alexander de hoogte der hemelen had willen bestijgen in een met
arenden bespannen wagen, waaraan een homp vlees was bevestigd die boven de
koppen van de vogels hing, zodat zij steeds hoger vlogen. Ten slotte zou
Alexander vernederd op de aarde zijn teruggekomen. Een wagen, bespannen met twee
adelaars of griffioenen, is een oudoosters motief dat wellicht in Byzantium voor
het eerst met de figuur van Alexander is verbonden. Alexander werd ook wel
uitgebeeld neerdalend in de diepte van de zee, eveneens een verhaal uit de
Alexanderliteratuur.
In de 16de eeuw kwam een meer historische benadering
van Alexanders leven in zwang; zijn huwelijk met Rhoxane was toen een geliefd
onderwerp, evenals zijn veldslagen. |
|
|
|