De
Sovjet-Russische staatsman Alexej Nikolajevitsj Kosygin werd geboren in het
Russische St.-Petersburg op 20 februari 1904.
Kosygin sloot zich als vijftienjarige bij het Rode Leger aan en volgde na de
demobilisatie een technische opleiding in zijn geboortestad. In 1924 vertrok hij
naar Siberië, waar hij werkzaam was bij verbruikscoöperaties en in 1927 lid werd
van de Communistische Partij. In 1936 werd hij fabrieksdirecteur en in 1938
voorzitter van de Leningradse stadssovjet. In 1939 werd hij volkscommissaris van
de textielindustrie en lid van het Centraal Comité.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bekleedde Kosygin ministeriële posten in de
economische sector en sinds 1943 was hij voorzitter van de Raad van
Volkscommissarissen der Russische Republiek. In 1946 werd hij kandidaat-lid van
het Politburo, in 1952 lid van het Presidium. Na de dood van
Stalin in 1953 raakte hij
tijdelijk op de achtergrond.
In 1956 werd Kosygin plaatsvervangend minister-president van de Sovjet-Unie, een
jaar later kandidaat-lid van het Presidium en in 1960 volledig lid. Zijn
verhouding met Chroesjtsjov
was waarschijnlijk minder goed dan die met Mikojan, met wie hij als econoom en
politicus veel meer gemeen had. In 1964 maakte Kosygin dan ook deel uit van de
oppositie die Chroesjtsjov ten val bracht. Hij werd diens opvolger als
regeringsleider. Samen met Brezjnev,
die toen de hoogste partijfunctie verwierf, vormde Kosygin sindsdien het
leidende tweetal dat de Sovjet-Unie regeerde.
Na enige tijd begon zich tussen de 'apparattsjik' Brezjnev en de manager Kosygin
een conflict af te tekenen, m.n. in de economische beleidsbepaling. Omstreeks
het 24ste partijcongres bleek dat het dualisme aan de top had plaatsgemaakt voor
een rangorde, waarin de Sovjetpremier voor de partijchef baan had moeten maken.
Kosygin werd algemeen beschouwd als de voorman van de 'duiven' in het Kremlin en
verwierf door zijn bemiddeling in het Pakistaans-Indiase conflict op de
conferentie te Tasjkent (januari 1966) groot internationaal prestige. Ook
tijdens de Tsjechoslowaakse crisis in 1968 nam hij een gematigde houding aan,
doch hij kon zijn opvatting niet tot gelding brengen.
In de loop van de jaren zeventig nam Kosygins invloed in en buiten het Politburo
merkbaar af. In oktober 1980 nam hij om gezondheidsredenen ontslag uit zijn
functies. Hij overleed in Moskou, op 18 december 1980. |
|
|
|