Antoninus
Pius (86–161), Romeins keizer van 138 tot 161 n.C., eerste van de Antonijnen,
behoorde tot een uit Nemausus (Nîmes) in Zuid-Gallië afkomstige familie.
Keizer Hadrianus adopteerde in 138 Titus Aurelius
(sindsdien Aelius) Antoninus (spoedig bijgenaamd Pius) als zoon en opvolger, op
voorwaarde dat deze de later zo geheten Marcus Aurelius (neef van zijn vrouw
Faustina) en Lucius Verus (zoon van Hadrianus’ eerder overleden adoptiefzoon)
als zodanig aannam. Antoninus bevoorrechtte echter
Marcus Aurelius, die hij tot caesar
(‘kroonprins’) verhief en in 145 met zijn dochter Faustina liet trouwen. Met
moeite zette hij, tegen de oppositie van de senaat in, de consecratie van zijn
voorganger door; toch werd hij ook door de hogere standen (waarin steeds meer
provincialen doordrongen) geaccepteerd. Italocentrisch ingesteld, voerde hij
vanuit Rome ( ‘als een spin in zijn web’) een vooral financieel degelijk beleid.
Conservatief in godsdienst en zeden, was hij ook behoudend in zijn vreedzame
buitenlandse politiek. In Schotland liet hij ten noorden van de vallum Hadriani
als onderdeel van de limes (versterkte grenslinie van het rijk) in 142 de
(eveneens gedeeltelijk bewaarde) ‘Antoninuswal’ (tussen Glasgow en Edinburgh)
aanleggen, die echter in 185 weer ontruimd werd. Na zijn overlijden werd hij,
evenals zijn in 141 overleden vrouw, bijgezet in het door hem voltooide
mausoleum van Hadrianus (thans Engelenburcht). |
|
|
|