|
De
Egyptische president Anwar al-Sadat werd geboren op Kerstdag, 25 december 1918,
in het dorpje Mit Abu al-Kawn (Nijldelta).
Hij was de man die het vredesproces in het Midden-Oosten op gang sleurde en hij
werd meteen de eerste Arabische leider die Israël als staat erkende.
Hoewel van een arme afkomst, kreeg hij de kans om naar de militaire academie te
gaan, waar hij bevriend geraakte met
Nasser.
Tijdens de tweede wereldoorlog werd hij tweemaal opgesloten wegens vermeende
contacten met Nazi-Duitsland, maar hij werd vrijgesproken van een vermeende
deelname aan een complot om een Brits minister te vermoorden.
Hij volgde Nasser in het jaar 1970 op als president, versterkte het leger en
leidde de zogeheten Jom Kippur-oorlog van 1973. Hij verbeterde de betrekkingen
met de Verenigde Staten en ging zelf de vrede ondertekenen in Jeruzalem. Egypte
kreeg de Sinaï terug. Op 6 oktober 1981 werd hij in het hart van Cairo vermoord
door Islamfundamentalisten. De hoofddader, luitenant Khalid al-Islambuli, riep
toen uit : "Ik heb de farao vermoord" ! |