|
De
Britse schrijver Arthur Conan Doyle (Sir
sinds 1902) werd geboren te Edinburgh op 22 mei 1859 en overleed te Crowborough
op 7 juli 1930.
studeerde medicijnen in Edinburgh en vestigde zich in 1882 als arts in
Southsea. Met zijn romans A study in scarlet (1887), Micah Clarke
(1888) en The sign of four (1890) had hij zoveel succes dat hij zijn
praktijk opgaf. Zijn wereldberoemde schepping is de detective
Sherlock Holmes met zijn ietwat onnozele
‘stooge’ Dr. Watson. In vele verhalen, eerst verschenen in The
Strand Magazine en later gebundeld in The adventures of Sherlock Holmes
(1892), The memoirs of Sherlock Holmes (1894), The return of Sherlock
Holmes (1905) en His last bow (1917), is de figuur van Holmes
uitgegroeid tot het type van de rustige, scherp observerende, erudiete
detective, opererend vanuit Baker Street.
Van zijn langere, sensationele verhalen is The hound of the Baskervilles
(1902) het bekendst. Zijn geschiedenis van de Boerenoorlog, The great Boer
War (1900), was o.m. de aanleiding tot zijn verheffing in de adelstand.
Later schiep hij een nieuwe figuur in prof. Challenger, de held van zijn meer
wetenschappelijke romans The lost world (1912), The poison belt
(1913) en The land of mist (1926). Tegen het einde van zijn leven begon
Conan Doyle zich sterk te interesseren voor het spiritisme; hij beschreef de
ontwikkeling daarvan in A history of spiritualism (1926). |
|
|
|