header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

 Bertolt Brecht
 

 
   
De Duitse (na 1950 Oostenrijkse) schrijver en regisseur Bertolt Brecht werd geboren in Augsburg, op 10 februari 1898.
Eugen Berthold Friedrich Brecht is één van de belangrijkste auteurs van de 20ste-eeuwse literatuur. Deze fascinerende persoon was de zoon van een fabrikant. Hij studeerde natuurwetenschappen en medicijnen, was gedurende het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog hospitaalsoldaat en keerde in 1919 terug naar de universiteit. Hij schreef toneelkritieken voor Der Volkswille te Augsburg en gaf in 1920 zijn studie op om dramaturg te worden van de Münchener Kammerspiele.
In 1924 verhuisde hij naar Berlijn, waar hij enige tijd onder Max Reinhardt en Erwin Piscator werkte en daarna zelfstandig als schrijver en regisseur optrad. Zijn oorlogservaringen hadden hem tot een heftig anti-militarist gemaakt; gaandeweg wendde hij zich meer en meer tot het marxisme, zonder evenwel ooit lid van de communistische partij te worden, die zich in de laatste jaren van zijn leven duidelijk van hem distantieerde. In 1933 verliet hij Duitsland, werd 'entartet' verklaard (zie Entartete Kunst), woonde in Zwitserland, Denemarken (1933-1939), Zweden, Finland en de Verenigde Staten (1941-1947) en bezocht in 1936 Rusland, nadat hij toegetreden was tot de redactie van het in Moskou verschijnende Das Wort. In 1949 richtte hij, in Oost-Berlijn teruggekeerd, met zijn tweede vrouw, de actrice Helene Weigel, met wie hij in 1928 was gehuwd, het Berliner Ensemble op, dat in 1954 het herstelde Theater am Schiffbauerdamm te bespelen kreeg. Hij stierf kort voor het eerste bezoek van het ensemble aan Londen.
Brechts eerste stukken, o.a. Baal (1918, première 1923) en Trommeln in der Nacht (1918-1920, première 1922), zijn antiburgerlijk, nihilistisch en een mengeling van naturalistische en expressionistische elementen. Die Dreigroschenoper (1928), een bewerking van John Gay's Beggar's Opera (1728), met muziek van Kurt Julian Weill, werd zijn eerste grote succes: het liep vijf jaar, maakte hem rijk en bezorgde hem Hitlers haat, maar het succes berustte voornamelijk op onbegrip van het kapitalistische publiek, dat Brechts bedoelingen, toen reeds geheel marxistisch, niet wilde of kon begrijpen. Daarna ontstonden de zgn. Lehrstücke, o.a.: Die Massnahme (1930), Die Mutter (1931; naar de roman van Maksim Gorki), Die heilige Johanna der Schlachthöfe (1932) en vervolgens de meesterwerken uit de tijd van zijn ballingschap, als: Leben des Galilei (1938), Mutter Courage und ihre Kinder (1939), Herr Puntila und sein Knecht Matti (1940), Der gute Mensch von Sezuan (1942) en Der Kaukasische Kreidekreis (1942), waaraan hij terecht zijn wereldnaam dankt. Ongeveer gelijktijdig met deze stukken ontwikkelde Brecht zijn theorie van het 'Epische Theater', die hij o.a. heeft neergelegd in Kleines Organon für das Theater (1948) en waarin het veelbesproken 'Verfremdungseffect' het hoofdmotief vormt. Niet de illusie, niet de emotie moet het doel zijn van het toneel, maar door middel van ingelaste liedjes, verklaringen, aankondigingen, door vervreemding van het gewone, door het scheppen van een nuchter zakelijke atmosfeer die alleen het intellect aanspreekt, moet de aandacht van de toeschouwer worden gevestigd op de veranderlijkheid van het gegeven en moet hij worden gedwongen tot objectief, zelfstandig en kritisch oordelen. In deze geest regisseerde Brecht het Berliner Ensemble in de jaren na zijn terugkeer in Duitsland, waarin hij nog een duidelijk communistisch stuk schreef: Die Tage der Commune (1948), en enkele bewerkingen als Antigone (Sophocles-Hölderlin) en Coriolanus (Shakespeare) maakte.
Naast toneelstukken, waarin hij vaak met anderen samenwerkte (Feuchtwanger, Piscator, Neher, Weill, Dessau, Eisler) en waarvoor hij zelf ook wel componeerde, heeft Brecht poëzie geschreven, veelal liederen in volkse stijl (Hauspostille, 1927; Svendborger Gedichte, 1939), essays, korte verhalen (Kalendergeschichten, 1949), hoorspelen, pamfletten, een ballet (Die sieben Todsünden, 1933), en gefilmd (o.a. Kuhle Wampe, 1932, onmiddellijk verboden). Hij hanteerde een zeer persoonlijk idioom: zijn vele bewerkingen dragen alle onmiskenbaar zijn karakter. Brechts invloed op het moderne toneel is groot en duurzaam geweest.
Brecht overleed in Berlijn op 14 augustus 1956. Zijn woonhuis in Berlijn is tot Brecht-centrum ingericht en herbergt o.m. het Brecht-archief. Sedert 1974 verschijnt een Brecht-Jahrbuch.
 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009