header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

 Bill Clinton
 

 
   
William Jefferson Clinton werd geboren op 19 augustus 1946 in Hope, Arkansas en was de 42ste president van de Verenigde Staten tussen 1993 en 2001. William Jefferson Clinton werd geboren op 19 augustus 1946 in Hope, Arkansas en was de 42ste president van de Verenigde Staten tussen 1993 en 2001.

Hij groeide op in Hot Springs in dezelfde staat. Zijn naam, William Jefferson Blythe IV, verwijst naar die van zijn vader, William Jefferson Blythe III, die drie maanden voor zijn zoons geboorte overleed als gevolg van een auto-ongeluk. Clinton werd opgevoed door zijn moeder en zijn stiefvader George Clinton en ontworstelde zich geleidelijk aan zijn arme milieu. Hij studeerde aan de Georgetown University, de prestigieuze universiteit in het Engelse Oxford (via een beurs (Rhodes Scholarship)) en ontving een graad in rechten van Yale Law School. Na enkele jaren rechten te hebben onderwezen werd Clinton Attorney General van Arkansas. Hij had zes termijnen lang de positie van gouverneur van deze staat, van 1978 tot 1980 en van 1982 tot 1992.

Clinton was de eerste Democraat sinds Franklin Delano Roosevelt die twee volledige ambtstermijnen als president volmaakte. Zijn verkiezing betekende het einde van een tijdperk van dominantie door de Republikeinen, die de president hadden geleverd gedurende de twaalf jaar daarvoor en gedurende 20 van de 24 jaar daarvoor. Deze verkiezing gaf de Democraten, voor het eerst sinds Jimmy Carter, weer de volledige controle over de drie belangrijkste takken van de federale overheid, namelijk beide kamers van het Congres en het presidentschap.

Clinton won de verkiezingen van 1992 van de zittende president, de Republikein George Bush, en de onafhankelijke kandidaat Ross Perot vooral door zich te richten op binnenlandse aangelegenheden. Een belangrijk item was de economische recessie vr de verkiezingen. In het campagne-hoofdkwartier werd de frase "It's the economy, stupid!" ("Het gaat om de economie, sukkel!") geboren. Vice-president was Al Gore.

Meteen na zijn aantreden loste Clinton een verkiezingsbelofte in door de zogeheten "Family and Medical Leave Act" (1993) te tekenen, een wet die bedrijven vanaf een bepaalde omvang verplichtte hun werknemers onbetaald verlof te verlenen in geval van ernstige medische problemen of problemen binnen de familie. Dit deed meer goeds voor zijn populariteit dan zijn aarzeling een andere belofte in te lossen, die om de acceptatie van openlijke homoseksuelen in het leger te vergroten. Van links kwam de kritiek dat zijn aanpak te vrijblijvend was, terwijl rechts meende dat Clinton weinig begreep van het leger. Na een lange discussie besloten Clinton en het Pentagon tot een "Don't ask, don't tell"-beleid ("niet naar vragen, niet doorvertellen"), wat nu nog het officile beleid is.

Onder Clinton was er gedurende de jaren 1990 sprake van aanhoudende economische groei (die volgens het Office of Management and Budget al in april 1991 begon), afnemende werkloosheid en toenemende welvaart als gevolg van de hausse op Wall Street. In hoeverre dit te danken is aan Clinton is een veelbesproken kwestie. Veel positieve invloed ging ook uit van het Congres en van Alan Greenspan, het door Clinton herbenoemde hoofd van de Federal Reserve. Tevens speelde de combinatie van positieve technologische ontwikkelingen en de gunstige toestand van de wereldeconomie een rol, zaken waar Clinton weinig invloed op had.

Tussen 1992 en 1994 konden de Democraten een grote invloed uitoefenen, maar de zogeheten "mid-term" verkiezingen van 1994 werden een drama voor de partij. Ze verloren hun meerderheid in Huis en Senaat voor de eerste keer in 40 jaar. Dit kwam in belangrijke mate door de mislukte poging van de First Lady, Hillary Rodham-Clinton, om een veelomvattend volksgezondsheidssysteem te creren.

Na de verkiezingen van 1994 verschoof de aandacht vooral naar het "Contract with America" ("Contract met Amerika") gepropageerd door "Speaker of the House" (voorzitter) Newt Gingrich. Het in meerderheid Republikeinse Congres vocht met Clinton over de begroting. Clinton werd tijdens de verkiezingen van 1996 met een ruime marge herkozen ten koste van de Republikeinse kandidaat Bob Dole. De Republikeinen hielden hun meerderheid in het Congres, maar verloren wel enkele zetels.

Het Huis van Afgevaardigden begon op 19 december 1998 een zogeheten "impeachment"-procedure tegen Clinton op grond van verdenkingen van meineed en tegenwerking van justitie. Echter, de Senaat besloot op 12 februari 1999, in een rechtszaak
die begon op 7 januari, om Clinton niet te veroordelen, waardoor hij zijn tweede termijn kon afmaken. De procedure draaide om de verdenking van machtsmisbruik en meineed. Clinton zou gelogen hebben over zijn affaire met Monica Lewinsky (zie foto rechts), iets wat ontdekt werd tijdens het onderzoek naar het overigens verder ongerelateerde Whitewater-schandaal. Hij zou dit gedaan hebben vanwege een andere zaak, een klacht van Paula Jones (zie foto links)  over aanranding. Deze zaak werd later geschikt voor $850000. Een federale rechter veroordeelde Clinton vanwege minachting van het hof (het liegen in een verklaring) tot het betalen van een boete van $90000. Om de procedures te vermijden om hem zijn recht tot uitoefenen van het vak van advocaat te ontnemen, leverde hij dit recht zelf in.

Een groot deel van Clintons presidentschap werd overschaduwd door schandalen of nep-schandalen, waaronder het al genoemde Whitewater-schandaal. Oorspronkelijk ging dit door Kenneth Starr (zie foto rechts) geleide onderzoek over een mislukte gronddeal van jaren eerder, maar het breidde zich uit naar de zelfmoord van Clintons vriend Vince Foster, de affaires Paula Jones en Monica Lewinsky, en "Troopergate", een zaak die draaide om een "Trooper" van de staat Arkansas die beweerde seksuele ontmoetingen te hebben geregeld voor Clinton, destijds gouverneur. Later slikte de Trooper die beweringen in en beweerde hij geld te hebben gekregen van het conservatieve blad "American Spectator". Iets dergelijks gold voor Jones, die toegaf geld te hebben ontvangen van conservatieve politieke groeperingen. Starrs opvolger, Robert Ray, stelde voor geen van de aanklachten vervolging in.
Clinton ontwikkelde een nauwe werkrelatie met Tony Blair, die in 1997 tot Britse premier was gekozen. Hij toonde persoonlijke belangstelling voor de Noord-Ierse problematiek en bezocht het gebied drie keer om de vrede te bevorderen. Dit leidde tot gesprekken tussen beide kampen, die uitmondden in de belofte van het Ierse Republikeinse Leger, op 23 oktober 2001, om zich te ontwapenen.

In 1999 slaagde Clinton er samen met het door de Republikeinen gedomineerde Congres in om voor het eerst sinds 1969 de begroting in evenwicht te brengen.

Het echtpaar Clinton heeft n dochter, Chelsea Clinton, die enige tijd in het Witte Huis woonde.
 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

copyright WorldwideBase 2005-2009