Nesta
Robert Marley, beter gekend onder de naam Bob Marley werd geboren op 6 februari
1945 in Rhoden Hall, St. Ann's - Jamaica.
Deze Jamaicaanse reggae-artiest was één van de
belangrijkste vertegenwoordigers voor de doorbraak van reggae
buiten Jamaica en gold tevens als belangrijk voorvechter van het
rastageloof.
Toen Bob nog een jongen was, verliet zijn vader het gezin en bleef hij alleen
met zijn moeder achter. Ze bleven wel met elkaar in contact en kregen regelmatig
geld van vader Marley. De reden dat hij hen verliet is onbekend.
Bob praatte veel over muziek met Clarence Macolm (een familielid), een
voormalige gitarist. Op zijn tiende, terwijl hij nog op een armoedig schooltje
zat, verdiende Bob een pond met zingen op straat. Zijn gitaar maakte hij van
afval. Hij had veel vrienden en was een mooie, aardige jongen. Zijn beste vak
was wiskunde, maar voetballen deed hij liever. Toen bij een partijtje zijn grote
teen geblesseerd raakte weigerde hij deze te laten amputeren omdat dat tegen
zijn geloof was.
Op zijn zestiende vormde Bob Marley samen met Bunny Livingston en Peter Tosh de
band the Wailers. Hun eerste opname was Judge not; in 1962 volgde
One cup of coffee. In het begin hadden ze weinig succes, maar door deel te nemen
aan talentenjachten, het spelen in kleine clubs en nieuwe opnames, werden de
Wailers langzaamaan één van de populairste groepen in Jamaica. De groep
veranderde enkele malen van samenstelling en Bob Marley trad meer en meer op de
voorgrond. De naam van de groep werd gewijzigd in Bob Marley and The
Wailers. Hun volgende single Simmer Down werd een hit in Jamaica. De
eerste Wailers songs waren gebaseerd op de populaire dansmuziek ska. Naderhand
lieten The Wailers het ritme zakken, tot het langzamere reggae.
In 1965 had Bob zijn eigen opnamestudio, Tuff Gong, waar nu het Bob Marley
Museum gevestigd is. Hij trouwde op 10 februari 1966 met Rita Anderson; een jaar
later werd hun eerste kind geboren.
1971 was een goed jaar voor de Wailers. Voor het eerst in de geschiedenis gaf
een gerenommeerd label, Island Records, een platencontract aan een reggaeband.
Plotseling hadden ze toegang tot de modernste opname-faciliteiten. Het eerste
album Catch a Fire werd een groot succes. Voordien verscheen reggae alleen op
singles of goedkope compilatie-albums.
In 1973 gaf Marley de groep een nieuwe look. Rita Marley, Marcia Griffiths en
Judy Mowatt werden erin opgenomen en met nieuwe energie tilde Bob de reggaestijl
naar internationaal niveau, door een opeenvolging van internationale tours. In
1976 was er een heuse reggae-mania in de Verenigde Staten en Bob Marley & The
Wailers werden door Rolling Stone Magazine uitgeroepen tot "band van het jaar".
In mei 1978 werd een aanslag gepleegd op Marley en zijn familie. Een schutter
sloop hun huis binnen en loste meerdere schoten op Bob. Hij werd wel geraakt
maar was niet in levensgevaar. Hoewel hij wist wie de dader was is hij niet naar
de politie gegaan, omdat dit volgens hem niets zou oplossen.
In April 1978 trad Bob op in Jamaica op het One Love Peace Concert ter ere van
de wapenstilstand tussen de twee belangrijkst politieke groeperingen in Jamaica.
Vlak voor het einde van zijn optreden vroeg hij de politieke leiders, die beiden
uitgenodigd waren, op het toneel te komen. Daar liet hij de twee aartsvijanden
elkaar de hand schudden met de boodschap: One Love. Later dat jaar kreeg Bob
"the Peace Medal of the Third World" van de Verenigde Naties.
Een andere gebeurtenis waaraan door de rasta's een groot symbolisch belang werd
gehecht was in 1977, toen Bob de ring werd overhandigd die afkomstig was van de
Ethiopische keizer Haile Selassie,
die in 1975 was gestorven.
In 1980 stortte hij tijdens het joggen in. Hij bleek een hersentumor te hebben
en had niet langer dan drie weken meer te leven. Toch stond Bob erop verder te
reizen voor zijn volgende concert, maar onder druk van zijn vrouw Rita werd dit
toch geannuleerd. Hij ging voor behandeling naar Duitsland, waar ook longkanker
maagkankerhuidkanker werden geconstateerd. Hij besloot terug te vliegen naar
Jamaica om daar te sterven, maar kwam niet verder dan Miami waar hij op 11 mei
1981 overleed. |
|
|
|