De
Belgische politicus en ex-premier Camille Huysmans werd
geboren te Bilzen op 26 mei 1871 en overleed te
Antwerpen op 25 februari 1968.
Huysmans
studeerde Germaanse filologie te Luik, was leraar (1893-1897) en
vervolgens journalist. Van 1905 tot 1922 was hij secretaris van de
Tweede Internationale. In 1910 tot kamerlid van de Belgische
Werkliedenpartij verkozen, voerde hij met F. van Cauwelaert en L.
Franck ( 'de drie kraaiende hanen') een campagne voor de
vernederlandsing van de Gentse universiteit. Tijdens de Eerste
Wereldoorlog kantte hij zich tegen het activisme en speelde hij
een belangrijke rol bij de socialistische conferentie van
Stockholm (1917) tegen de voortzetting van de oorlog. In 1921 werd
hij gemeenteraadslid van Antwerpen en kwam tussen hem en Van
Cauwelaert het zgn. mystieke huwelijk tot stand, waardoor een
coalitie van Vlaamsgezinde christen-democraten en socialisten het
bestuur in handen kreeg. Als schepen van Onderwijs bracht hij in
Antwerpen een baanbrekende schoolovereenkomst tot stand. Van 1933
tot 1946 (met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog) was
hij burgemeester van Antwerpen [aardrijkskunde]2. Als minister van
Kunsten en Wetenschappen (juli 1925 - nov. 1927) waakte hij over
de strikte toepassing van de taalwetgeving inzake onderwijs. Met
J. Destrée nam hij het initiatief voor het Compromis des Belges
(1929). Van 1936 tot 1939 en opnieuw van 1954 tot 1958 was hij
voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Van 1939 tot
1944 was hij voorzitter en secretaris van de Tweede
Internationale. Tijdens de Tweede Wereldoorlog week hij uit naar
Londen, waar hij voorzitter werd van het Belgisch Parlementair
Bureau en lid van de Raadgevende Commissie van de regering-Pierlot.
In 1945 werd hij tot minister van Staat benoemd. Als tegenstander
van de terugkeer van
koning
Leopold III leidde hij een linkse regering (aug. 1946 - maart
1947). Van maart 1947 tot juni 1949 was hij minister van Openbaar
Onderwijs. Wegens zijn hoge leeftijd van de BSP-kandidatenlijst
geweerd, pakte hij in 1965 uit met een scheurlijst, maar werd
ondanks het grote aantal voorkeurstemmen (14!937) niet herkozen
als volksvertegenwoordiger. |
|
|
|