De
Franse schilder Claude (Oscar) Monet werd geboren op 14 november 1840 in Parijs.
Hij is de bekendste representant van de impressionistische beweging.
Claude Monet werd in 1840 te Parijs geboren, maar als kind verhuisde hij met
zijn familie in 1845 al naar Le Havre, waar hij al de hele tijd zat te tekenen
en vooral karikatuurtjes maakte. Daar werd hij een leerling van Eugène Boudin
die hem aanzette tot de landschapschilderkunst en werkte hij als tekenaar van
karikaturen.
In 1856 begint hij aan zijn formele opleiding waarbij hij in contact komt met de
plein-air-schilder Eugène Boudin, die een blijvende indruk op hem zal nalaten en
hem zijn liefde voor het landschap door gaf. In 1859 besloot Monet dat hij een
carrière als schilder wilde en vertrok naar Parijs, waar hij zijn studie
voortzette in het Atelier Suisse. Van 1860 tot 1862 verbleef hij als
dienstplichtige in Algerije.
In 1862 ontmoette Claude Monet Jongkind en keerde hij terug naar Parijs. Daar
raakte hij bevriend met Sisley,
Renoir,
Manet en Pisarro. De plaats waar hij met vele andere schilders ging
schilderen was het bos van Chailly-en–Bièrre bij barbiron in Frankrijk. In zijn
vroege werk was Claude Monet vooral beïnvloed door een vernieuwende stroming in
de landschapsschilderkunst: de school van barbizon. Deze schilders
werkten veel in de open lucht en probeerden met name de atmosfeer van een
landschap weer te geven. Monet ging nog een stapje verder: hij streefde ernaar
de sfeer en het licht van een enkel moment te treffen.
In 1870 reisde hij om de Frans-Duitse oorlog te ontvluchten naar Londen. Tijdens
zijn verblijf in Londen ontdekt hij de landschappen van Turner en Constable en
al deze invloeden maken hem tot meester van het impressionisme. Via Nederland
keerde Monet in 1871 terug naar Frankrijk, waar hij zich in Argenteuil vestigde.
In Argenteuil schilderde hij in 1874 het werk `Impressie, opgaande zon`, dat op
de eerste tentoonstelling van de Impressionisten werd geëxposeerd en de stijl
een naam gaf. Zoals bekend werd de naam impressionisme bedacht door een Frans
criticus die nogal spottend deed over dit eerste doek dat Monet in 1874
tentoonstelde.
In 1878 verhuisde Monet naar Vétheuil, waar hij een huis deelde met de bankier
Ernest Hoschedé.
Begin jaren 1880 werkte hij veel aan de Normandische kust. In 1883 verhuisde
Claude Monet naar Giverny, waar hij in de jaren 1890 zijn beroemde tuin
aanlegde, die zo`n belangrijke inspiratiebron zou vormen voor zijn latere werk.
Claude Monet werd destijds in Giverny bezocht door een groot aantal Amerikaanse
impressionisten die bij de grote meester inspiratie kwamen op doen.
De
tuin bestaat uit twee delen: het eerste gedeelte bij het woonhuis (zie foto)
is de bloementuin. Dit gedeelte heeft Monet gebruikt om met kleur en licht te
experimenteren. De planten in deze tuin zijn als een kleurenpalet verweven, alle
kleuren staan door elkaar (paars, rood, oranje, roze en geel). De gedurfde
kleuren combinatie maakt deze tuin zo bijzonder.
Het tweede gedeelte van de tuin is de watertuin. Deze tuin is bekend om z`n
waterlelies (=Nymphaea) en het bruggetje met de blauwe regen (=Wisteria). Om de
vijver staan bomen en heesters die in het water reflecteren, dit geeft een
prachtig beeld. Denk maar aan zijn schilderijen.
In 1899 begint hij aan zijn cyclus van de waterlelies, waaronder de acht grote
wandschilderingen die hij aan de Franse staat schonk. Hier krijgen de kleuren
weer meer contact met hun object, maar ze geven nog altijd de persoonlijke
kleurideeën van Monet weer.
Vanaf 1922 begonnen zijn ogen achteruit te gaan; hij kon minder goed zien en dat
maakte het schilderen moeilijker. In 1923 kreeg hij zijn zicht terug door twee
oogoperaties en maakte hij nog vele schilderijen tot zijn dood in 1926, op
86-jarige leeftijd. |
|
|
|