De
Britse missionaris en ontdekkingsreiziger David Livingstone werd geboren op 19
maart 1813 in Blantyre, bij Glasgow. Livingstone werd geboren in een Schots
arbeidersgezin. Gestimuleerd door een oproep van Karl Gützlaff, gaf hij zich in
1834 op voor de medische zending in China.
In Glasgow studeerde hij medicijnen en volgde hij colleges in de theologie. Van
de London Missionary Society kreeg hij een speciale zendingsopleiding; in 1840
werd hij tot predikant geordend. Daar China ten gevolge van de Opiumoorlog
gesloten was, liet hij zich in hetzelfde jaar naar Zuidelijk Afrika uitzenden.
Vanuit Kuruman (in het huidige Bophuthatswana) maakte hij reizen naar het oosten
en noorden.
In 1849 ontdekte hij het Ngamimeer (in de Kalahari). Dit was het begin van een
spectaculaire reeks ontdekkingen. In 1851 volgde een expeditie in het gebied der
Makololo, die een groot vertrouwen in hem stelden. Van 1852 tot 1854 verrichtte
hij exploraties in het gebied van de Zambezi. Daarbij sloot aan een reis van
Luanda aan de westkust (in het huidige Angola) naar Quelimane aan de oostkust
(in het huidige Mozambique), op welke reis de Victoria Falls ontdekt
werden. Het was in deze tijd dat hij in aanraking kwam met de slavenhandel en
zijn gevolgen. Zijn zendingsideaal begon zich te verschuiven van het
persoonlijke naar het collectieve vlak. De introductie in Afrika van handel met
het Westen zou de slavenhandel doen plaatsmaken voor nieuwe economische
activiteiten, die de mogelijkheid zouden scheppen van een andere levensvorm. In
dit alles was hij beïnvloed door de inzichten van de Engelse filantroop Thomas
Fowell Buxton.
Als beroemd ontdekkingsreiziger keerde hij in 1856 naar Engeland terug. In de 'Cambridge
Lectures' riep hij op tot vernieuwde aandacht voor Afrika. De relatie met de
London Missionary Society werd verbroken; Livingstone werd nu benoemd tot Brits
consul in Oost-Afrika, met Quelimane als standplaats. Het grote doel was thans
een pad te banen voor handel, beschaving en christendom. De grote
Zambezi-expeditie (1858-1863), waarop hij door verscheidene medewerkers werd
vergezeld, leidde echter niet tot de resultaten die men er zich van had
voorgesteld; in 1863 werd hij door de regering teruggeroepen. In 1866 ging hij
voor de derde maal naar Afrika, nu als zelfstandig explorator, zij het ook met
steun van de Royal Geographic Society. Verscheidene jaren trok hij rond in de
streken rondom het Tanganyikameer, op zoek naar de bronnen van de Nijl, waarbij
hij de Luapula en de Lualaba, het Mweru- en het Bangweulumeer ontdekte. Toen men
in Europa niets van hem vernam, werden enkele hulpexpedities uitgezonden,
waarvan de bekendste die van Stanley is. Livingstone, door Stanley
te Ujiji aan het Tanganyikameer opgespoord (1871), weigerde met deze mee terug
te gaan vóór hij de topografische kwesties die hem bezighielden, had opgelost.
Hij stierf nog geen twee jaar later nabij het Bangweulumeer (Zambia, 1 of 4 mei
1873). Zijn hart werd ter plaatse begraven; zijn lichaam werd op 18 april 1874
in de Westminster Abbey in Londen bijgezet. In zijn geboorteplaats bestaat het
David Livingstone Centre, met museum. |
|
|
|