Deng
Xiaoping greep in 1977 zijn kans om Mao op te volgen als de belangrijkste
man van China. Op zijn initiatief werd een reform-politiek gevoerd
waarmee vooral op economisch gebied veel verbeterde.
Deng Xiaoping studeerde in Parijs en werd in 1924 lid van de communistische
partij. Hij nam deel aan de Grote Mars (1934-1935). Van 1955 tot 1967 en van
1974 tot 1987 maakte Deng Xiaoping deel uit van het politbureau. Bovendien was
Deng Xiaoping van 1956 tot 1967 voorzitter van de communistische partij in China
en was hij vele jaren vice-premier. Xiaoping was van 1981 tot 1990 tevens
opperbevelhebber van het leger.
Deze Chinese leider kende ook tegenslagen. Tijdens de door Mao ontketende
Culturele Revolutie werd Deng Xiaoping uit al zijn politieke functies ontslagen.
In 1973 werd hij gerehabiliteerd, waarna hij snel steeg in de politieke
hiërarchie.
Deng Xiaoping opende ook de grenzen naar het Westen (1978). Hij sloot een
vredesverdrag met Japan. Ook werd China opgenomen in de Veiligheidsraad van de
Verenigde Naties.
In 1984 sloot Deng Xiaoping een verdrag met Groot-Brittannië over de teruggave
van Hong Kong aan China in 1997.
Deng Xiaoping liet regelmatig zijn tanden zien tegen demonstranten, die vonden
dat zijn hervormingspolitiek niet snel genoeg ging. Zo sloeg hij bijvoorbeeld op
gewelddadige wijze met hulp van het leger de demonstratie neer op het Plein van
de Hemelse Vrede in Peking in 1989. Deng Xiaoping stond wel economische
hervormingen toe, maar democratische beginselen zoals wij die bij ons kennen,
waren taboe. Politieke tegenstanders werden uitgeschakeld door opsluiting of
verbanning naar het buitenland. De Chinese politiek bleef duidelijke
dictatoriale trekken vertonen. Ook tijdens de regeringsperiode van Deng
Xiaoping maakte de mensenrechtenbeweging Amnestie regelmatig melding van
schendingen van de mensenrechten. Deng Xiaoping overleed op 19 februari 1997
te Peking. |
|
|
|