De
Belgische Franstalige schrijver Émile Adolphe Gustave Verhaeren werd
geboren te Sint-Amands op 21 mei 1855 en overleed te Rouen op 27
september 1916.
Verhaeren promoveerde in de rechten (1881) te Leuven, waar hij in 1879
het studentenblad Semaine des Étudiants stichtte. Hij was een tijdlang
een van de belangrijkste medewerkers van La Jeune Belgique. Zijn eerste
bundel, Les Flamandes (1883), verwekte heel wat deining wegens zijn
naturalistische inslag. Daarna volgde een crisisperiode waarin Verhaeren,
geobsedeerd door de dood, wellicht zijn beste gedichtenbundels schreef,
o.a. Les soirs en Les débâcles (beide 1888) en Les flambeaux noirs
(1891), die een belangrijke bijdrage aan het symbolisme leverden. Les
apparus dans mes chemins (1891) weerspiegelt de moeizame herwinning van
het vertrouwen in de toekomst en de mens. In de bundel Villes
tentaculaires (1895) vernietigt de geïndustrialiseerde stad weliswaar
het bucolische leven van weleer, maar wordt zij wellicht de smeltkroes
waaruit een nieuwe mens wordt geboren. Dit humanitaristische geloof,
gedragen door een sociaal en kosmisch gevoel, zingt de dichter uit in
een reeks vrij oratorische bundels, o.a. Les visages de la vie (1899),
Les forces tumultueuses (1902); La multiple splendeur (1906), Les
rythmes souverains (1910) en Les flammes hautes (1917). Verhaeren
schreef ook een trilogie met intimistische liefdesverzen (Les heures
claires, 1896; Les heures d'après-midi, 1905; Les heures du soir, 1911;
heruitg. Les heures, 3 dln., 1978). Hij is tevens de auteur van een
reeks kritische studies over letterkundigen en schilders, waarvan de
belangrijkste werden gebundeld in Impressions (3 dln., 1926-1928) of in
boekvorm uitgegeven (Rembrandt, 1904;
James Ensor, 1908; Rubens,
1910). Frankrijk verweet Verhaeren 'sa sauvagerie' (H. Bordeaux); hij
werd er pas aanvaard nadat Vlaanderen (dat hij met Toute la Flandre, 5
dln., 1904-1911, in het buitenland bekend maakte), Duitsland, Engeland,
Scandinavië en vooral Rusland zijn grootheid en originaliteit erkend
hadden. Zijn werk draagt een Vlaams karakter, niet alleen doordat het
overwegend Vlaanderen als onderwerp heeft ( 'J'aime violemment le coin
de sol où je suis né'), maar ook wegens de felle kleur van de beelden en
het dynamische ritme. Het landgoed Caillou-qui-bique te Angre, waar
Verhaeren van 1898 tot 1913 vaak verbleef, werd in 1930 gedeeltelijk, in
1970 definitief als museum opengesteld. In zijn geboorteplaats,
Sint-Amands, is een Provinciaal Verhaerenmuseum. |
|
|
|