|
Euripides
(Salamis ca. 480 – Macedonië 406 v.C.), naast Aeschylus en
Sophocles
de
derde grote Griekse dichter van de tragedie,
stamde uit een gegoede familie, ontving een voortreffelijke opvoeding en
had grote belangstelling voor wetenschap en kunst.
1. Leven
Euripides zou als een van de
eerste Atheners een grote bibliotheek hebben bezeten. Van zijn leven is
verder weinig bekend. Zijn huwelijksleven zou ongelukkig geweest zijn en
hij had de naam een vrouwenhater te zijn. In 455 – een jaar na de dood
van Aeschylus – trad hij voor het eerst als tragediedichter op, maar
slechts vijfmaal verwierf hij de eerste prijs. De geringe erkenning die
hij ondervond, zal er mede toe hebben bijgedragen dat hij op het eind
van zijn leven een uitnodiging van koning Archelaus om naar Macedonië te
komen, aanvaard heeft.
2. Werken
Van zijn 92 stukken zijn achttien
tragedies en een satyrdrama bewaard gebleven. De tragedies zijn:
Alcestis (438), Medea (431), Hippolytus (428),
Hecuba, Andromache, Heracliden, Smekelingen, Trojaanse Vrouwen
(415), Heracles, Iphigenia in Taurië, Ion, Helena (412),
Electra (413), Fenicische Vrouwen (410?), Orestes
(408), Iphigenia in Aulis en Bacchen (na zijn dood
opgevoerd). Of de Rhesus van Euripides is, wordt betwist. Het
satyrdrama is de Cycloop (Odysseus bij
Polyphemus).
Evenals zijn voorgangers put Euripides uit de mythologische tradities,
maar een harmonische structuur is zelden te vinden; de proloog is vaak
gereduceerd tot een droge opsomming van feiten en het procédé van de
deus ex machina
past hij veelvuldig toe. Euripides legt sterke nadruk op het
psychologische; met huiveringwekkende kracht schildert hij mensen die
lijden ten gevolge van hun verwrongen, vergiftigd of ziekelijk karakter,
van het demonisch-hartstochtelijke dat hen bezielen kan. Hij is echter
niet negativistisch; zo komen ook de protesten die hij meer dan eens
laat horen tegen opvattingen en gebruiken van religieuze aard, met name
ook tegen de traditionele verhalen omtrent de goden, voort uit een zeer
hoge en zuivere beschouwing van de goddelijke wereld. Talrijke
discussies over actuele problemen weerspiegelen de invloed van de
sofistiek.
3. Waardering
Als kunstenaar verdient Euripides
bewondering om de kracht van de uitbeelding, mogelijk gemaakt door een
meesterlijk hanteren van de taal; bij zijn tijdgenoten gold zijn
taalgebruik als modern, evenals zijn muziek. Zijn tragedies zijn sterk
dramatisch van aard, geheel op het spel ten tonele ingesteld. Het
lyrische element erin is beperkt in vergelijking met de treurspelen van
zijn voorgangers, maar dikwijls komt in zijn koorliederen een kracht van
lyrische bezieling naar voren.
Steeds meer is Euripides in de
oudheid de meest bewonderde tragicus geworden; zijn werken bleven, zij
het hier en daar gewijzigd, het publiek trekken. De Nieuwe Komedie is
ontstaan onder directe invloed van zijn werk. |
|
|
|