|
Guido
van Arezzo werd geboren rond het jaar 990 en overleed te Avellano op 17 mei
1050.
Deze Italiaanse muziektheoreticus, wiens pedagogische
werkzaamheden verstrekkende gevolgen zouden hebben voor de ontwikkeling van de
westerse muziek: de notenbalk is door hem, zoal niet voor het eerst toegepast,
dan toch geperfectioneerd en verbreid. Hij werd opgeleid in de abdij van Pomposa
en ontwikkelde zijn grootste activiteiten als docent in Arezzo; hier legde hij
zijn ideeën vast in zijn beroemde Micrologus. Aan de muzieknotatie
verbond hij een systeem van solmisatie: de tonen werden ingedeeld in reeksen van
zes en kregen de nog steeds gebruikte namen ut(do)-re-mi-fa-sol-la, ontleend aan
de beginlettergrepen van de Johanneshymne Ut queant laxis (vermoedelijk
geschreven door Paulus Diaconus). Het systeem werd de leerlingen bijgebracht
door middel van de Guidonische hand, waarop alle tonen hun vaste plaats hadden;
of dit systeem door Guido zelf werd geschapen, is twijfelachtig. Door zijn
heldere overzichtelijkheid is de Micrologus het meest verbreide
muziekleerboek van de middeleeuwen geworden. |
|
|
|