Kissinger,
Henry Alfred (Fürth, Beieren, 27 mei 1923),
Amerikaans politicoloog en politicus van Duitse afkomst, kwam in 1938 naar de
Verenigde Staten, waar hij in 1943 genaturaliseerd werd. Hij studeerde in
Harvard, werd in 1957 directeur van het Defensie-studiecentrum, in 1959
associate en in 1962 gewoon hoogleraar te Harvard. Hij was tevens adviseur van
de National Security Council (sinds 1961) en het State Department (sinds 1965).
Op 2 dec. 1968 benoemde Nixon hem tot zijn
speciale adviseur voor nationale veiligheid.
De ‘Realpolitiker’ Kissinger ontwikkelde
zich op het terrein van de buitenlandse politiek tot een van Amerika's
belangrijkste deskundigen. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de
Amerikaanse koerswijziging ten opzichte van de Volksrepubliek China. In 1971 en
1972 voerde hij te Parijs geheime besprekingen over beëindiging van de
Indo-Chinese oorlog. Deze leidden na de Kerstbombardementen op Hanoi in jan.
1973 tot een vredesakkoord, waarvoor aan hem en de Noord-Vietnamese diplomaat Le
Duc Tho in 1973 de Nobelprijs voor de vrede werd toegekend. In sept. 1973 werd
hij tot minister van Buitenlandse Zaken benoemd.
Na het opnieuw uitbreken van de
vijandelijkheden in het Midden-Oosten (Oktoberoorlog, 1973) speelde Kissinger,
als bemiddelaar tussen Israël en de betrokken Arabische landen, een belangrijke
rol in het zoeken naar een oplossing voor het conflict (pendeldiplomatie tussen
Tel Aviv en Caïro). Onder president Ford bleef hij minister van Buitenlandse
Zaken; in 1975 moest hij bij een kabinetsreorganisatie zijn functie van adviseur
voor nationale veiligheid (tevens voorzitter van de nationale veiligheidsraad)
opgeven. Sindsdien had hij zitting in allerlei adviescommissies en leidde hij
een eigen consultancy-bureau.