|
De
Franse schrijver Honoré de Balzac werd geboren te
Tours op 20 mei 1799 en overleed in Parijs op 18 augustus
1850. Balzac behoort tot de grootste romanciers uit de
wereldliteratuur.
Door zijn vader Balzac – het adelspartikel ‘de’ is door de zoon van 1838 af aan
zijn naam toegevoegd – werd hij tot de rechtenstudie gedwongen, maar hij
weigerde de advocatuur. Om in zijn onderhoud te voorzien schreef hij, onder
pseudoniem, een aantal melodramatische romans, die in geen enkel opzicht zijn
latere genialiteit verraden. Een poging fortuin te maken met een drukkerij
(1825–1827) mislukte volkomen: na de ondergang van zijn bedrijf had Balzac een
grondige kennis gekregen van het zakenleven, maar ook een zware schuldenlast,
waarvan hij zich nooit heeft kunnen bevrijden, ondanks de geweldige
productiviteit van zijn schrijverschap. Hij wendde zich weer tot de literatuur
en met de
historische roman
Le dernier chouan (1829, later Les chouans getiteld) en het opzien
verwekkende Physiologie du mariage (1829) verkreeg hij bekendheid.
Meer dan twintig jaar lang ontplooide zich vervolgens zijn scheppingsdrang. Van
de koortsachtige wijze van werken getuigen zijn manuscripten, die soms
onontwarbaar zijn veranderd en aangevuld. Een enorm aantal romans, novellen en
verhalen bracht hij bijeen onder de titel Comédie humaine – een titel,
gekozen als tegenhanger tot
La divina commedia
van Dante – en verdeeld in Etudes de mœurs,
Etudes philosophiques en Etudes analytiques, waarbij de eerste groep
nog weer was onderverdeeld in Scènes de la vie parisienne, Scènes de la vie
de campagne, enz. In deze cyclus van reeds geschreven en geprojecteerde
romans en novellen, waarin dezelfde personen optreden in verschillende
levensfasen en maatschappelijke situaties, wilde Balzac een zo volledig mogelijk
beeld geven van zijn tijdgenoten, ‘un drame à cent actes avec 400 ou 500
personnages’, zoals hij zelf zijn opus magnum aankondigde.
Als mens was Balzac niet vrij van snobisme en als stilist toont hij vaak gebrek
aan goede smaak en mist hij niet zelden maatgevoel. Als psycholoog schiet hij te
kort in de analyse van sympathieke vrouwenfiguren. Maar hij is groot als
scheppend kunstenaar in de realistische uitbeelding van de milieus waarin zijn
hoofdpersonen optreden, bij voorkeur ambitieuze ‘strebers’ of vertegenwoordigers
van de zakenwereld of de geldhandel. Ongeëvenaard is hij als schepper van
figuren die ondanks de overdreven dimensies van hun hartstochten levende
gestalten blijven, zoals de vrekken Gobseck (Gobseck, 1830) en Grandet
(Eugénie Grandet, 1833), de moderne misdadiger Vautrin (Le père Goriot,
1835), de afgedankte soldaat van Napoleon, Bridault (La rabouilleuse,
1842), Goriot, slachtoffer van zijn ziekelijke vaderliefde (Le père Goriot,
1835), baron Hulot, meegesleept door zijn erotische hartstocht (La cousine
Bette, 1846).
Vrouwen hebben een grote rol gespeeld in Balzacs kunstenaarsbestaan: zijn zuster
Laure Surville, de morele steun in de eerste moeilijke jaren van zijn
schrijverschap; Mme de Berny, de opofferende minnares; Mme Carraud, de trouwe
vriendin en raadgeefster, de markiezin de Castries, die hem toegang verschafte
tot de aristocratische kring van de
legitimisten;
en ten slotte de Poolse gravin Mme Hanska, aan wie hij sinds de ontvangst van
haar eerste epistel (28 febr. 1832) jarenlang bijna dagelijks schreef
(Lettres à l'Etrangère), die hij een paar keer in den vreemde ontmoette en
die hij uiteindelijk, een paar maanden voor zijn dood, huwde.
Sommige boeken van Balzac, die sterk de invloed had ondergaan van
Swedenborg, hebben een
mystieke inslag, zoals Louis Lambert (1832), Séraphita
(1834–1835). Aparte vermelding verdienen de virtuoze imitaties van Rabelais,
Les contes drolatiques (3 dln., 1832–1837). Van al zijn dramatische
producten heeft alleen het toneelstuk Mercadet (1838, pas na zijn dood
opgevoerd) artistieke waarde. |
|
|
|