|
De
Engelse uitvinder James Watt werd geboren op 19 januari 1736 en wordt beschouwd
als de uitvinder van de stoommachine. Op basis van de ideeën van voorgangers
ontwikkelde Watt de eerste beheersbare stoommachine, waarbij hij de stoomdruk
omzette in kracht, die door de mens kon worden gebruikt voor de aandrijving van
machines.
Hiervoor ontwikkelde hij een methode om, met gebruikmaking van stoom, wielen
in beweging te zetten. Samen met de fabrikant Matthew Boulton richtte
James Watt in 1775 een fabriek op voor de productie van stoommachines. In de
jaren die volgden verbeterde hij de werking van de stoommachine voortdurend.
In de jaren 1782-1784 construeerde hij een dubbelwerkende machine, waarbij de
stoomdruk afwisselend aan één van de beide zijden van de ketel werd afgevoerd.
Watt drukte het vermogen van zijn machines uit in paardenkracht; deze term werd
tot circa 1980 gebruikt en vervangen door kilowatt (kW).
De machines van de firma Boulton werden vanaf 1787 gebruikt in de
textielindustrie en legden hiermee de kiem voor de industriële revolutie. Later
werden ook andere toepassingen voor de stoommachine bedacht, zoals voor het
vervoer van mensen en vracht: de trein.
De mens was niet langer afhankelijk meer van hand-, paarden- en windkracht,
waardoor onze moderne samenleving kon ontstaan. Om deze grote uitvinder te eren
werd later de eenheid van elektriciteit (Watt) naar hem vernoemd, maar stroom
heeft Watt zelf nooit gekend. Stoom zou tot het einde van de negentiende eeuw de
belangrijkste bron voor aandrijving blijven. Watt overleed in het jaar 1819. |