|
De
Zuid-Nederlandse en later Franse zeeofficier Jean Bart werd geboren
te Duinkerke op 21 oktober 1650 en overleed te Duinkerke op
27 april 1702. Bart wordt beschouwd als de vermaardste
van de Duinkerker kapers.
Nadat Duinkerke in 1662 Frans was geworden, trad Bart, 16 jaar oud, in
Nederlandse zeedienst en nam deel aan de tocht naar Chatham. Toen in
1672 de oorlog tussen Frankrijk en Nederland uitbrak, keerde hij terug
naar Duinkerke. In Franse dienst onderscheidde hij zich zo, dat hij
ondanks zijn niet-adellijke afkomst in 1679 luitenant werd, in 1686
commandant van een fregat en in 1689 commandant van een groot
oorlogsschip. Zijn grootste triomfen vierde hij in de Negenjarige Oorlog
(1688–1697). Hij bracht de Nederlandse en Engelse handels- en
vissersvloten aanzienlijke schade toe. Zelfs legde hij Lodewijk XIV een
schriftelijk plan voor tot stelselmatige vernietiging van de Hollandse
handel in de noordelijke wateren. Zijn belangrijkste wapenfeiten waren
de doorbreking van de vijandelijke blokkade van Duinkerke in juli 1691;
de verdediging van de stad tegen Nederlandse en Engelse
artillerieschepen, branders en helse machines (sept. 1694 en aug. 1695);
het gevecht bij Texel op 29 juni 1694, toen hij een korenvloot uit de
Oostzee, die Frankrijk van de hongersnood moest redden, uit de macht van
een sterker Nederlands eskader bevrijdde en behouden naar zijn vaderland
bracht. Jean Bart onderscheidde zich zowel door persoonlijke moed en
aanvoerdersgaven als door strategische en tactische bekwaamheden.
Lodewijk XIV verhief hem in
1694 in de adelstand en benoemde hem in 1696 tot eskaderchef te
Duinkerke. |
|
|
|