header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

 Johan Museeuw
 

 
   


1988

1990

1992

1993

1995

1996

1997

1999

2001

2002

2003

de laatste
wedstrijd ....
 
 


Naam:
Johan Museeuw
Nationaliteit:
Belg
Woonplaats:
Gistel (West-Vlaanderen)
Geboortedatum:
13 oktober 1965
Burgerlijke Staat:
gehuwd met Véronique.
Vader van Gianni en Stefano.

 

Johan Museeuw werd op 13 oktober 1965 geboren in Varsenare. Zijn ouders baten een eigen garage uit. Waarschijnlijk zou ook Museeuws toekomst daar gelegen hebben als hij de wielersport niet had ontdekt. Hij startte zijn wielerloopbaan in het veldrijden. Maar uiteindelijk zou hij zijn grote successen op de weg vieren.
Museeuw is geen blitse verschijning, want hij weet maar al te goed wat hij heeft moeten doorworstelen om te staan waar hij nu staat. Hij bouwde een uitstekend palmares uit op basis van hard werk en beroepsernst, gekoppeld aan zijn onmiskenbaar talent. Dit was zijn recept voor een lange (zeg maar héél lange) carrière aan de internationale wielertop.

Museeuw werd in 1988 professioneel wielrenner bij ADR. Zijn ploegleider was daar José De Cauwer. Museeuw was in zijn eerste seizoen vooral werkzaam als helper van Eddy Planckaert, die dat jaar de Ronde van Vlaanderen en de Groene Trui in de Ronde van Frankrijk won.
Museeuw zelf won dat jaar 1 wedstrijd (GP Briek Schotte) en behaalde nog o.a. een 2de plaats in GP Isbergues, 2de in GP Impanis, 7de in Parijs-Brussel, 8ste in de Ronde van Luxemburg en 12de in de Ronde van België. Hij nam ook deel aan de ronde van Frankrijk waar hij een dienst reed van Eddy Planckaert, maar moest leeggereden 3 dagen voor het einde opgeven.
In 1989 reed Museeuw opnieuw bij ADR en dit jaar reed hij bij een heel groot coureur in de ploeg (Greg Lemond - Tourwinnaar in 1986 en Wereldkampioen in 1983). Lemond maakte zijn wederoptreden na een jachtongeval twee jaar geleden vlak voor de start van de Tour in 1987.
In 1989 won Museeuw 4 wedstrijden met als belangrijkste zege een rit in de Ronde van België. Andere ereplaatsen waren er in: 2de in GP Briek Schotte, 3de in Parijs-Tours, 3de in Dwars door België, 3de in de Ronde van België, 3de in GP Eddy Merckx, 6de in GP Fourmies, 8ste in het Belgisch Kampioenschap en 16de in Parijs-Brussel.
Tevens reed hij voor het eerst de Ronde van Frankrijk uit, en hielp hij Greg Lemond deze mee winnen want op het einde van de Ronde was het verschil tussen Lemond en Fignon 8 seconden (kleinste verschil ooit).
Na de Tour bleek het geld bij ADR echter op en splitste deze ploeg. Museeuw zelf ging in 1990 rijden voor Lotto.

Hij toont zich in de voorjaarsklassiekers en kan in de Tour van 1990 twee ritten winnen: de etappes naar Mont Saint Michel en de Champs Elysées, het summum voor de spurters. Naderhand wordt steeds maar duidelijker dat Museeuw meer is dan een spurtbom, getuige daarvan de overwinning in het Kampioenschap van Zürich 1991, zijn eerste wereldbekerwedstrijd. Overwinningen (E3-prijs Harelbeke) en talrijke ereplaatsen in Vlaamse semi-klassiekers toonden dat hij over een ideale motor beschikt voor de grote eendagswedstrijden of de voorjaarsklassiekers. In zijn derde jaar bij Lotto wordt hij voor het eerst Belgisch Kampioen. Hij is ontegensprekelijk de kopman bij Lotto. Het team was er op afgesteld om Museeuw in optimale omstandigheden naar de spurt te loodsen waarin Johan het dan moest afmaken. Dat jaar eindigt in mineur. Tijdens een training op het parcours van het WK in Benidorm in oktober komt Museeuw op nat, nieuw asfalt ten val. Op het eerste zicht een banale val. Toch blijkt het al snel veel erger. Op zijn dijbeen vormt zich een uitstulping en hij kan zijn tenen niet bewegen. Een niet zo geruststellende vaststelling. Museeuw wordt overgevlogen naar Antwerpen waar een breuk van de ferumhals (plaats waar dijbeen vastgehecht is aan bekken) wordt vastgesteld. Op de koop toe gaat ook zijn ploeg Lotto dwars liggen. Zij beschouwen dit als een arbeidsongeval en schroeven zijn loon terug naar een minimumloon. Meer zelfs, na enige tijd is er van een loon zelfs geen sprake meer. Een voorval waar Johan heel ontstemd over was. Hij was het die Lotto zovele successen had bezorgd en het laatste wat hij verwachtte was op die manier behandeld te worden. Na 31 overwinningen in drie jaar was het dus tijd om nieuwe lucht op te snuiven.

Seizoen 1993 start hij bij het Italo-Belgische GB-MG van Patrick Lefevere. Die ploeg met onder andere Carlo Bomans en Mario Cipollini, zorgt voor een totaal nieuwe sfeer. Voor het eerst in jaren wordt Museeuw niet tegen wil en dank gebombardeerd tot spurter. Niettegenstaande hij altijd al heel snel was, heeft hij zichzelf nooit een spurter pur sang gevonden. Museeuw was sterk en krachtig tijdens een spurt maar zelf zegt hij dat echte spurters steeds nog dat tikkeltje extra snelheid in de benen hebben en dat zij bovendien bij machte zijn om in de laatste tientallen meters nog eens te versnellen. Het feit dat hij nu weer aanvallend kan koersen werkt heel bevrijdend. Museeuw rijdt heel wat minder koersen en na een resem ereplaatsen in de Vlaamse voorjaarkoersen wint hij zijn eerste Ronde van Vlaanderen waarmee hij de stempel van spurter van zich af gooit. Deze overwinning betekende zijn volledige doorbraak als klassiek renner. In de Tour dat jaar draagt hij ook twee dagen de gele trui. In het najaar wint hij met Parijs-Tours zijn derde wereldbekerwedstrijd. Zijn seizoen kent echter een bitter einde. Op het WK in Oslo mist Museeuw op een haar na de bronzen medaille, de toen nog piepjonge Lance Armstrong staat op het hoogste schavotje. Uiteindelijk eindigt hij nog tweede in de eindstand om de wereldbeker, die aan belang blijft winnen, na Maurizzio Fondriest. Die wereldbeker, een regelmatigheidsklassement over een tiental wedstrijden gespreid over het hele seizoen, wordt het objectief voor de komende jaren.

In 1994 traint Museeuw voor het eerst met een hartslagmeter zoals in Italië al langer de gewoonte was. Voordien maakt Johan vaak te veel kilometers tegen een te traag tempo. Met het gebruik van de hartslagmeter kwam de nadruk te liggen op de overslagpols. Dit is het punt waarbij je als renner in het rood gaat. Door middel van de hartslagmeter kon je trainen om het overslagpunt zo lang mogelijk uit te stellen en sneller te recupereren. Het laat toe beter te klimmen zonder in verzuring te komen. Bovendien werden de trainingsdagen stukken korter, maar veel intensiever en gerichter. Het apparaatje werd onafscheidelijk en zou later nog een grote rol spelen in zijn carrière. Het jaar 1994 betekende voor Johan Museeuw ook enkele serieuze mentale klappen. Eerst verliest hij door een misrekening in de spurt de Ronde van Vlaanderen met een verschil dat nauwelijks met het blote oog te zien was. Een steek in het hart van vele Vlaamse supporters.

Een week daarna is ook Parijs-Roubaix hem niet goed gezind. Fietsenmaker Bianchi komt op de proppen met een speciaal ontworpen fiets voor Parijs-Roubaix. Zij staan erop dat iemand daarmee start. Museeuw twijfelt. Hij test de fiets op de kassei en daar is hij heel tevreden over. Hij vergeet echter dat Parijs-Roubaix naast de kasei ook 200 km asfalt telt. Op het laatste moment haakt hij de knoop door en start hij met de speciale fiets. Op een gegeven moment gaat hij in de achtervolging op de ontsnapte Andrei Tchmil. Hij nadert tot een tiental seconden en kan de Rus zelfs zien rijden. Maar plots breekt het bij Museeuw en rijdt Tchmil opnieuw van hem weg. Hij eindigt ontgoocheld 13. Over die wedstrijd is Museeuw vastberaden: hij had nooit die speciale fiets mogen gebruiken. Het bleek na de wedstrijd dat het kader op drie plaatsen gescheurd was. Dit houdt in dat wanneer de renner op de pedalen staat om de snelheid op te drijven heel wat energie verloren gaat doordat het kader een deel van zijn stijfheid kwijt is en mee beweegt door de kracht van de renner. Museeuw is steeds groots in de nederlaag en zal nooit excuses zoeken. Maar dit was een van de weinige keren dat hij zijn prestatie aanvocht. Zonder die speciale fiets maar met een gewone fiets zou hij het gat tot Tchmil gedicht hebben. Daar was hij 100% van overtuigd. Museeuw wint dat jaar wel nog de Amstel Gold Race, zijn vierde wereldbekerwedstrijd. In juli draagt hij opnieuw de gele trui in de Tour, dit keer voor 3 dagen. Hij lijkt goed op weg om voor het eerst de wereldbeker binnen te halen, tot de nobele onbekende Italiaan Gianluca Bortolami zich met twee overwinningen in extremis de wereldbeker toeeigent. Later zou Bortolami ploegmaat worden van Museeuw en in 2001 zelfs de Ronde van Vlaanderen winnen.

In 1995 wordt GB de cosponsor van het grote Italiaanse Mapei met onder andere Toni Rominger en Abraham Olano. Ook Johan Museeuw maakt na twee jaar GB-MG en 18 overwinningen samen met Patrick Lefevere de overstap naar deze superprofessionele eliteploeg. Er volgt een ijzersterk seizoen met een overtuigende zege in de Ronde Van Vlaanderen en het Kampioenschap Van Zürich. Hij is dan ook de oververdiende laureaat van de wereldbeker. Om maar een idee te geven van zijn uitstekende vorm: Museeuw wint ook de GP Eddy Merkcx, een individuele tijdrit wat nochtans niet zijn specialiteit is. Uiteindelijk heeft Museeuw op het einde van het seizoen 13 overwinningen op zijn conto. In 1996 wint hij voor het eerst Parijs-Roubaix na een heuse ploegdemonstratie. Hij wordt ook opnieuw Belgisch Kampioen. Museeuw kan in het najaar voor de tweede keer de Wereldbeker winnen als hij punten pakt in Parijs-Tours. De wedstrijd draait voor hem op een ontgoocheling uit en even wordt het zelfs voor een geharde sportman als Johan te veel. Hij spreekt voor de camera uit dat dit wel eens de laatste wedstrijd was die hij ooit reed. Iedereen was met verstomming geslagen. Het heeft aan een zijden draadje gehangen of het einde van Museeuw's carrière was op bijna 31-jarige leeftijd een feit. Het was zijn vrouw Veronique die hem liet inzien dit nog niet het moment was om te stoppen, dat hij nog veel te goed was om ermee te kappen.

Parijs-Tours was een explosie van opgekropte gevoelens. Het begin van die depressie lag naar eigen zeggen in de Tour die hij dat jaar reed. Hij had die nooit mogen uitrijden maar onder druk van de ploeg die graag voltallig Parijs wou halen heeft hij toch doorgebeten waardoor hij in niet te beste conditie zijn wereldbekerklassement in het najaar moest verdedigen. Daar kwam dan nog es de vraag van zijn zoontje Gianni bovenop waarom hij met zijn papa niet kon doen wat zijn vriendjes deden. Parijs-Tours betekende voor Johan Museeuw de emotionele ontlading. Een week later stond het WK in Lugano (Zwitserland) op het programma. Het parcours was loodzwaar en in theorie niet geschikt voor Museeuw. 's Woensdags voor het WK maakte hij een trainingstocht met favoriet Laurent Jalabert. Het draaide uit op een 7u30' durende tocht door het Zwitserse gebergte.

Tijdens het WK gaat Museeuw al heel vroeg mee met een grote groep. Er is dan 120 van de 260 km afgelegd. Het is in zijn voordeel dat in zijn groep 3 Zwitser die voor eigen publiek rijden en 2 Italianen aanwezig zijn. Het is onder impuls van hen dat de kopgroep een mooie voorsprong bijeen fietst. De eerste vier uur van de wedstrijd is Museeuw verschrikkelijk voorzichtig met zijn krachten en richt zich uitsluitend op zijn hartslagmeter. Hij rijdt bewust niet in het rood en vat elke beklimming als eerste aan waarna hij zich gedurende de klim laat uitzakken tot hij in de staart van de groep de top bereikt. Op die manier spaart hij heel wat krachten. Reeds de ochtend voor de wedstrijd had Museeuw een goed gevoel. Terwijl zijn normaal gewicht in vorm een 73-74 kg bedraagt, was het die morgen slechts 72 kg. Dat was 1 kg minder die hij moest meedragen over de langen hellingen.

In de voorlaatste ronde plaatst Museeuw een demarrage. Uit de uitgedunde kopgroep komt enkel nog topfavoriet Mauro Gianetti aansluiten. Een belangrijke pion die Museeuw nodig had om uit de greep van het peloton te blijven. Uit het peloton was Andra Tafi ontsnapt. Tafi was een ploegmaat van Museeuw bij Mapei-GB en daar maakte de Gistelnaar handig gebruik van. Door Gianetti erop te wijzen dat zijn ploegmaat Tafi op komst was, wist hij de Zwitser nerveus te maken waardoor deze er alles aan zou doen om niet gegrepen te worden door de Italiaan. De laatste ronde doet Museeuw er nog een schepje bovenop. Telkens een helling werd beklommen speelde Museeuw komedie toen Gianetti omkeek. Door bekken te trekken leek het alsof hij aan het eind van zijn krachten was. De Zwitser was daardoor genoodzaakt om telkens zelf de beklimming voor zijn rekening te nemen. Zo kwam het tot een sprint waarin Museeuw de maat nam van Gianetti en zich tot wereldkampioen kroonde. Topfavoriet Michele Bartoli werd derde voor Axel Merckx die uitstekend werk had geleverd in de achtergrond. Volgens velen was dit WK wellicht de sterkste prestatie uit Johans carriëre. Op zijn 31e verjaardag pakt Museeuw oververdiend en totaal onverwacht de wereldtitel, 6 jaar na wijlen Rudi Dhaenens. Een voorval in de marge van deze heugelijke gebeurtenis: Museeuw zou nog een boete krijgen van de UCI van 500 000 fr omdat hij op het podium een petje van Mapei-GB had opgezet.

Ploegleider Patrick Lefevere stelt dat Museeuw nooit wereldkampioen was geworden zonder Johans ontlading na Parijs-Tours. Niets moest toen nog waardoor Museeuw met een hoofd vrij van zorgen het WK kon aanvatten. En alsof dat nog niet volstaat behaalt hij een week later ook nog zijn tweede wereldbekereindzege. 1996 was het jaar waarin Museeuw zijn sterkste seizoen reed en liet zien dat hij terecht de koning van de eendagswedstrijden/klassiekers mag genoemd worden.

Het derde seizoen bij Mapei-GB begint slecht. Een knieblessure verstoort even de voorbereiding op het voorjaar. Jammergenoeg slaagt Museeuw er niet in in zijn regenboogtrui een klassieke overwinning te behalen. Bijgelovigen leggen de schuld bij de regenboogtrui die de voorgaande jaren de regerende wereldkampioenen weinig moois had opgeleverd. Feit is dat Museeuw ook toen heel wat pech had, getuige daarvan de onfortuinlijke val in de Ronde Van Vlaanderen 1997 waar de fietsen van de onvoorzichtige Bruno Boscardin en de ijzersterke West-Vlaming in elkaar haakten. Niettemin blijft het Mapei-GB-verblijf de sterkste periode uit Museeuws carriëre.

In 1998 verdwijnt GB als sponsor uit het wielerpeloton. Zijn plaats wordt ingenomen door Bricobi. Museeuw, als vanouds opnieuw ijzersterk, rijdt op indrukwekkende wijze naar een derde overwinning in de Ronde Van Vlaanderen. Daarmee is hij recordhouder met Johan Leman, Fiorenzo Magni en Achiel Buysse. De toon is gezet en Museeuw gaat uiteraard ook in Parijs-Roubaix als topfavoriet van start. Maar een noodlottige val in het bos van Wallers-Arenberg, waarbij hij zijn knieschijf breekt en een gevaarlijke bacteriële infectie oploopt, maakt in april al een einde aan zijn seizoen. Het blijft bij drie overwinningen. Meer nog: even is er sprake van amputatie van zijn linkerbeen en nierblokkage. Gelukkig komt het zover niet. Na een zware revalidatie van acht maanden en met de hulp van kinesitherapeut Lieven Maesschalk start Museeuw ook seizoen 1999.

De vraag was echter in hoeverre het linkerbeen opnieuw het oude is, want veel spiermassa was verloren gegaan. In de trui van Mapei-Quick Step behaalt Museeuw met een akelig mager linkerbeen hoopgevende resultaten in de semi-klassiekers. Samen met Wilfried Peeters leidt hij Tom Steels in barslechte weersomstandigheden naar winst in Gent-Wevelgem. De kers op de taart is de winst in Dwars Door België. Een overwicht zoals de voorbije jaren kan hij niet demonstreren. Begrijpelijk. Toch haalt hij nog een uitstekende derde plaats in zijn Ronde Van Vlaanderen na de twee uitblinkers Peter Van Petegem en Frank Vandenbroucke. Museeuw is gelukkig als een kind want hij weet dat hij opnieuw zal kunnen meedingen naar de overwinning in zijn wedstrijden. Het eerste jaar na zijn zware val is hij goed voor vier overwinningen.

Johan Museeuw start het nieuwe millennium met de ambitie om opnieuw een klassieker te winnen. Hij begint het voorjaar uitstekend in de Omloop Het Volk, die hij met duidelijk overwicht voor de eerste keer op zijn naam schrijft. Zijn ambitie werd al snel werkelijkheid. Een indrukwekkende solo in winderige omstandigheden levert hem voor de tweede keer de overwinning op in Parijs-Roubaix. Een onvergetelijk moment. Hoe hij wijzend naar zijn uitgestoken linkerbeen de finish overschreed symboliseert zijn overwinning op het noodlot. Een beeld om nooit te vergeten. Gedurende de zomermaanden bereidt Museeuw zich voor op zijn tweede doel: de Olympische Spelen. Maar opnieuw gebeurt er een drama.

Tijdens een familietochtje op de motor wordt Museeuw, met vrouw en kind, aangereden door een wagen. Het verdict is hard kuitbeenbreuk, sleutelbeenbreuk en een gevaarlijke vochtophoping in het hoofd. Museeuw verblijft enkele dagen op intensieve zorgen maar mag uiteindelijk het ziekenhuis verlaten. Voor de tweede keer in twee jaar wacht Museeuw een zware revalidatie. Als mens hoefde hij er niet mee door te gaan, maar de wielrenner Museeuw wil zelf een punt achter zijn carriëre zetten wanneer hij dat wil en niet wanneer het lot daarover beslist. Met deze wil zal Museeuw er weer staan in 2001.

2001 is het jaar waarin ploegleider Patrick Lefevere zijn droom in vervulling ziet gaan. Hij richt een tweede, na Lotto, Belgische eerste divisieploeg op waarin hij de beste Belgische renners wil verenigen: Domo-Farm Frites. Daar slaagt hij maar gedeeltelijk in: Peter Van Petegem die in onmin leefde met Farm Frites, trekt naar het nieuwe Amerikaanse Mercury-Viatel, Frank Vandenbroucke kiest na een desastreus seizoen voor het geld bij Lampre-Daikin en Tom Steels ligt nog contractueel vast bij Mapei-Quick Step. Toch slaagt Lefevere erin het gros van de Belgische connectie (o.a. Museeuw en Merckx) bij Mapei met zich mee te nemen en haalt hij ook kersvers wereldkampioen Romans Vainsteins binnen. Domo-Farm Frites lijkt stevig gewapend voor de klassiekers en wil daarin uitblinken. In aanloop naar het seizoen krijgt de ploeg publicitair enorm veel respons en breekt er als het ware een Domo-mania uit. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen.

Net zoals twee jaar ervoor rijst de vraag tot wat kopman Museeuw in staat moet zijn. De eerste confrontaties in het Vlaamse voorjaar zijn weinig positief zowel voor de ploeg die niet in staat is zich in de debatten te mengen als voor Museeuw die er niet in slaagt een sprekende uitslag te rijden. Heel vlug klinkt er in de pers dat Museeuws tijd voorbij is en dat dit misschien het jaar teveel is. Onterechte kritiek aan het adres van een man die voor zichzelf met ijzersterke wil net uit een diep dal is geklauterd. Velen bleken er zomaar van uit te gaan dat het een fluitje van een cent moet geweest zijn voor Museeuw om een tweede keer terug te komen en meteen niveau te halen. Het getuigt van weinig respect om, na deze bewonderenswaardige terugkeer, zo te oordelen zonder Museeuw de tijd te gunnen die hij nodig heeft om opnieuw zichzelf te worden. Zij die de beklijvende beelden op de Muur van Geraardsbergen zagen tijdens de Omloop Het Volk weten beter. Diep in de buik van het peloton, op een voor hem ongewone plaats trekt een in het grijs gehulde figuur zich in het sombere winterweer over de hoekige kasseien. Donkere wallen onder de ogen, speeksel op de lippen, zwaar uitgedeinde spiermassa van de benen, quasi anoniem meerijdend. De echte wielerkenner weet wel beter. Het door de kou akelig paarsgekleurde litteken over de ganse lengte van de linkerkuit, getuige van zijn verschrikkelijke strijd die hij had geleverd, gebiedt elke wielerliefhebber respect te tonen voor wat deze unieke man voor elkaar bracht.

De Ronde Van Vlaanderen 2001 dient zich aan. Museeuw geeft te kennen dat het ruim een maand na Het Volk al heel wat beter gaat. Zou zijn klassieker de ommekeer betekenen? Zo geschiede. Voor het eerst slaagt Museeuw erin zich vast te bijten in het wiel van de favorieten (Tchmil, Bartoli, Vainsteins) en doet ruim zijn deel van het ploegwerk voor Vainsteins. Uiteindelijk strandt hij op een eervolle 16e plaats. De overwinning gaat nipt naar de verrezen Bortolami voor Dekker. Wat Museeuw in de Ronde voor mekaar kreeg moet een boost zijn geweest voor het zwalpende Domo-Farm Frites maar vooral voor zichzelf. Want wat in Parijs-Roubaix gebeurde hield niemand voor mogelijk. Zoals Mapei de voorgaande jaren erin slaagde onder impuls van Museeuw een volledig podium te bezetten, zo reed die dag een herboren Domo-team naar de eerste drie plaatsen. Onder leiding van een ijzersterke Museeuw, samen met George Hincapie de beste man in koers, controleerde Domo met overwicht de wedstrijd en was ploegmaat Servais Knaven de gelukkige van de dag. Voor Museeuw en Vainsteins. Ook "Fiette" Peeters eindigde vooraan. De geschiedenis herhaalde zich en opnieuw was Parijs-Roubaix de wedstrijd waarin Johan Museeuw zijn grootse comeback vierde en de tegenstand z'n klasse liet zien. De Leeuw klauwt opnieuw en zal dat ook in 2002 doen waarin alles, voor het laatst, in teken zal staat van een unieke tiende klassieke zege.

Drie keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Roubaix en het Kampioenschap van Zurich, Parijs-Tours en de Amstel Gold Race. Elke renner droomt van zo'n palmares. Op z'n 36e heeft Johan Museeuw 9 wereldbekerwedstrijden achter zijn naam staan. Toch vat hij opnieuw het jaar aan alsof hij nog nooit een klassieker won: scherp, gemotiveerd en met een duidelijk doel voor ogen. Met 10e klassieke overwinning zou hij een gedroomd afscheid beleven. Ereplaatsen in Dwars Door Vlaanderen en de E3-prijs, waarin hij zomaar eventjes Paolo Bettini klopt in de spurt, geven aan dat het snor zit met de conditie van de West-Vlaming. Uiteraard is de Ronde van Vlaanderen andere koek.

Museeuw is samen met Peter Van Petegem de topfavoriet. Een onfortuinlijke Andrei Tchmil is er na een val in de Driedaagse van De Panne niet bij. Museeuw rijdt een ronde zoals we die van hem gewoon zijn: sterk, intelligent en aan de boom schuddend als het moet. Het levert hem een goede uitgangspositie op in een knappe editie van Vlaanderen's Mooiste. Met een elitegroepje wordt de finale gemaakt: Peter Van Petegem, George Hincapie, Johan Museeuw en de Mapei-tandem Andrea Tafie en Daniele Nardello. In een tactisch steekspel muist de immer aanvallende Andrea Tafi er in de laatste kilometers vanonder. Johan zich niet in de geschiedenisboeken rijden als recordhouder van 4 overwinningen in de Ronde. Even na Tafi wint Museeuw overtuigend de spurt voor de tweede plaats voor Van Petegem en Hincapie. Museeuw, ijzersterk maar in de tang van het Mapei-duo en zo dicht bij de absolute glorie. Het levert heel emotionele beelden op van een huilende Leeuw in de armen van verzorger Dirk Nachtergaele. Betekende deze zware ontgoocheling het einde van zijn loopbaan?

Een grote opluchting volgt als Johan Museeuw start in Gent-Wevelgem, de traditionele klassieker voor Parijs-Roubaix. Met de conditie die Museeuw in de Ronde demonstreerde en als tweevoudig winnaar was hij de topfavoriet voor de 100e editie van de tocht door de Hel van het Noorden. Andere te duchten tegenstanders waren George Hincapie en Andrea Tafi. Maar die dag bleek niemand opgewassen tegen de overmacht van de meester. Met een onwaarschijnlijke lange solo degradeerde hij alle deelnemers tot derderangs figuren. Zelfs de achtervolgende US Postal tandem Boonen-Hincapie moest in een rechtstreeks duel het onderspit delven tegenover het meesterschap van de Leeuw. Met deze monsterprestatie in heroïsche omstandigheden haalde de koning der klassiekers zijn 3e Parijs-Roubaix binnen en daarmee zijn 10e wereldbekerwedstrijd. Enorme vreugdetaferelen op de piste van Roubaix. Opnieuw had Johan Museeuw een forse klap uitgedeeld die nog lang zou nazinderen. Zelfs op 36-jarige leeftijd is de Leeuw op zijn terein behoudens pech niet te verslaan.

Maar hoe moest het nu verder met zijn seizoen? Als leider in de wereldbeker komt Johan Museeuw ook aan de start in de volgende wereldbekerproeven. Van een vroegtijdig afscheid is er hoegenaamd geen sprake. Na vijf wereldbekerwedstrijden leid Johan nog steeds en bereidt hij zich intensief voor op de augustusklassiekers (Hamburg, San Sebastian, Zurich). Tijdens de Ronde van Frankrijk gaat hij met familie op hoogtestage in Sankt Moritz. Een renner die deze inspanningen doet is niet zomaar van plan om de rest van het seizoen op z'n lauweren te rusten. Dat bleek al snel in de HEW Cyclassics Cup in Hamburg. In de laatste plaatselijke ronde komt Museeuw na de beklimming van de Waseberg voorop met heel wat kleppers: Hincapie, Bettini, Astarloa, Ferrigato, Rebellin, Baldato en Di Luca. Gelukkig kan de Leeuw rekenen op Romans Vainsteins die de groep samenhoudt zodat een spurt onvermijdelijk wordt. Al lang zegt Museeuw niet meer over die snelle benen te beschikken van pakweg 10 jaar terug. Maar na een wedstrijd van 250km is zijn spurt nog steeds uitmuntend. Met een lange slopende spurt en met enkel machtige lenderukken sterven alle pogingen om Museeuw te remonteren in zijn wiel. Deze indrukwekkende spurt levert hem zijn 11e(!) wereldbekerwedstrijd op. Anno 2002 volgt Erik Zabel al op respectabele afstand met 7 stuks. Van een verpletterend overwicht gesproken. Door zijn zege in de HEW verstevigt hij zijn leiding in de wereldbeker, die hij van week tot week bekijkt. Zurich en San Sebastian zijn immers perfect op het lijf van naaste concurrent Paolo Bettini geschreven. Uiteindelijk wordt Museeuw tweede in de eindstand op een schamele 2 puntjes van de Italiaan. Hij sluit het jaar af met 6 overwinningen en een uitstekende 16e plaats op de UCI-ranglijst.

+++   Z'n laatste wedstrijd op 14 april 2004   +++

Tom Boonen (ploegmaat van Museeuw) wint de Scheldeprijs
De Leeuw was uiteraard opgezet met zijn prachtig afscheid én met de zege van Tom Boonen. "Het was moeilijk om koel te blijven, maar toch heb ik mijn grootste emoties zondag beleefd. Door omstandigheden kende ik een zwak moment na afloop. Dat typeert me: ik was sterk als renner, maar zwak als mens. Ik heb grootse dingen meegemaakt, maar ik ben altijd bescheiden gebleven. Ik heb veel meegemaakt, maar ben altijd een gewone West-Vlaming gebleven."
"De laatste demarrage die ik plaatste, was vooral in dienst van de ploeg. Zo kon die nog beter de sprint voorbereiden voor Boonen, die het prima afmaakte. Wat ik morgen ga doen? Alvast een uurtje of twee fietsen."

Patrick Lefevere: "Mooier afscheid bestaat niet"
Manager en vriend Patrick Lefevere genoot mee van het afscheid van zijn poulain. "Zoveel volk vandaag! Het bewijst hoe geliefd Johan was. Een mooier afscheid bestaat niet. Wat hij neergezet heeft, mag gezien worden. Johan is klaar voor het begin van een nieuw leven."

Belangrijke overwinningen

1988: Desselgem 
1989: Route du Vin Oostende Deerlijk 
1989: 1 etappe Ronde van België 
1990: 1 etappe Ronde van Ierland 
1990: 2 etappes 4-daagse van Duinkerken 
1990: 1 etappe 3-daagse van De Panne 
1990: 1 etappe Tour de l'Oise 
1990: 4e etappe Tour de France, Mont-Saint-Michel 
1990: 21e etappe Tour de France, Paris 
1990: Valkenswaard 
1990: Criterium van Dilsen 
1990: A Travers de Morbihan 
1990: Lichtervelde 
1990: Aalst Criterium 
1991: Criterium di Coq Deerlijk 
1991: Kampioenschap van Vlaanderen Koolskamp (Bel) 
1991: Kampioenschap van Zürich (wereldbekerwedstrijd) 
1991: 1 etappe Ronde van Ierland 
1991: 1 etappe Ronde van Engeland 
1991: 1 etappe Midi Libre 
1991: 1 etappe 4-daagse van Duinkerken 
1991: 1 etappe Ruta Del Sol 
1991: Bavikhove 
1992: 1 etappe Ronde van Minière: Mieres 
1992: Belgisch kampioen op de weg: Peer 
1992: 1 etappe Bicicletta Basca: Gatika Bellegem 
1992: G.P. Harelbeke 
1992: 2 etappes Vuelta Valenciana: Javea en Vastalla 
1992: 1 etappe Ruta Del Sol: Jean 
1992: Criterium Peer 
1993: 1 etappe Ronde van Zwitserland, Bavikhove 
1993: 1 etappe Hofbrau Cup (Dui) 
1993: Ronde van Vlaanderen (wereldbekerwedstrijd) 
1993: G.P. Waregem 
1993: 1 etappe Parijs-Nice: St.-Etienne 
1993: G.P. Wieler Revue (Ned) 
1993: Parijs - Tours (wereldbekerwedstrijd) 
1994: Overijse-Uva Koers 
1994: Geraardsbergen 
1994: 1 etappe Ronde van Zwitserland: Gstaad 
1994: Teleport Made 
1994: Amstel Gold Race (wereldbekerwedstrijd) 
1994: Kuurne-Brussel-Kuurne (Bel) 
1994: Wielsbeke 
1994: Criterium Oostrozebeke 
1994: Druivenkoers 
1995: G.P. Eddy Merckx: individuele tijdrit 
1995: Kampioenschap van Zürich (wereldbekerwedstrijd) 
1995: 1 etappe 4-daagse van Duinkerken 
1995: Eindklassement 4-daagse van Duinkerken 
1995: Ronde van Vlaanderen (wereldbekerwedstrijd) 
1995: Omloop der Vlaamse Ardennen Ichtegem (Bel) 
1995: Trofeo Laigueglia 
1995: Overijse - Uva Koers 
1995: Kampioenschap van Vlaanderen Koolskamp (Bel) 
1995: Criterium Bavikshove 
1995: Eindklassement Wereldbeker 
1995: Druivenkoers 
1996: 1 etappe Giro di Puglia: Alberobello 
1996: Belgisch kampioen op de weg 
1996: Brabantse Pijl 
1996: Parijs-Roubaix 
1996: Omloop Mandel-Leie-Scheld 
1996: Wereldkampioenschap op de weg, Lugano 
1996: Eindklassement Wereldbeker 
1997: G.P. Telekom : Karlsruhe 
1997: 1 etappe 4-daagse van Duinkerken: tijdrit St. Quintin 
1997: Eindklassement 4-daagse van Duinkerken 
1997: Kuurne-Brussel-Kuurne (Bel) 
1997: 3 etappes Ruta del Sol: Puente G., Malaga en Granada 
1997: Eindklassement 3-daagse van De Panne 
1997: Criterium Peer 
1997: Criterium Kortrijk 
1997: Gala Tour de France 
1997: Breitling Cup 
1998: G.P. Harelbeke 
1998: Brabantse Pijl 
1998: Ronde van Vlaanderen (wereldbekerwedstijd) 
1999: Dwars door België 
1999: Omloop Mandel-Leie-Schelde 
1999: Desselgem 
2000: Brabantse Pijl 
2000: Omloop Het Volk (Bel) 
2000: Parijs - Roubaix 
2001: Dernycriterium Wilrijk 
2002: 2e etappe Guldensporentweedaagse, Handzame 
2002: Parijs-Roubaix 
2002: Profronde van Made 
2002: 3e etappe Tour de la Région Wallonne, Namur 
2002: HEW-Cyclassics 
2002: Profronde Almelo 
2003: Omloop Het Volk 
2003: 3e etappe Post Danmark Rundt, Kolding 
2003: Omloop Mandel-Leie-Schelde 
2003: Dernycriterium Antwerpen 
 
 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009