|
De
Duitse geneesheer en oorlogsmisdadiger Josef Mengele, ook wel genoemd 'de Engel
des Doods van Auschwitz' werd geboren op 16 maart 1911 in Günzburg in Beieren.
Hij was de oudste van drie zoons, Jozef, Alois en Karl Jr. en zijn ouders Karl
en Walburga Mengele waren kleine industriëlen die een kleine fabriek runden in
landbouwwerktuigen. Jozef was een vlijtig student, zeer gedisciplineerd en
punctueel. Al als jonge kerel had hij een voorliefde voor handgemaakte kleren,
en droeg meestal witte handschoenen, een kenmerk dat hem later zou onderscheiden
van de andere SS-dokters in de kampen.
Al van zijn jeugd droomde ervan om ooit Günzburg te verlaten en een carrière te
maken in wetenschap en antropologie. Hij maakte geen geheimen van zijn ambities
en ooit vertelde hij aan een vriend dat op een dag zijn naam in de encyclopedie
zou staan. Mengele doorliep het gymnasium van Günzburg, behaalt er in 1930 zijn
diploma. Hij doet ingangsexamen en verhuist in oktober 1930 naar München waar
hij verder filosofie en medicijnen studeert aan de universiteit.
München is de hoofdstad van Beieren en in die tijd het hart van het groeiende
Nationaal-Socialisme geleid door de politieke revolutionair
Adolf Hitler die hardop droomde van het
Germaanse Superras. Spoedig geraakt Jozef in de ban van de nazi-hysterie en
al in 1931 wordt hij lid van de nationalistische organisatie Stahlhelm. De
Stalhelm droegen decoratieve Duitse uniformen en paradeerden graag door de
straten bij openbare gelegenheden.
Mengele studeert verder en specialiseert zich naast medicijnen, in antropologie
en paleontologie en geraakt geïnteresseerd in de genetica. Gefascineerd volgt
hij de lessen van Dr. Ernst Rudin, een van de opstellers van de wet van 1933 op
de gedwongen sterilisatie, en een vooraanstaand voorstander van de idee dat
dokters "onwaardig leven" dienden te vernietigen.
In
1934 wordt de Stahlhelm opgeslokt door de SA en wordt hij automatisch lid.
Weinig later wordt hij ook lid van de NSDAP van de nationaal-socialisten. In
1936 studeert hij af in München en wordt in 1937 als researchassistent
aangesteld aan de universiteit in Frankfurt, waar Otmar Freiherr von Verschuer
de raszuiverheid van het Germaanse volk bestudeerde. In 1938 studeerde Josef
Mengele af in de medicijnen aan de universiteit van Frankfurt en vraagt hij in
hetzelfde jaar zijn lidmaatschap aan bij de Schutzstaffel, of kortweg de SS
genoemd en hij wordt geaccepteerd.
Voor de rest van 1938 tot 1940 blijft Jozef werkzaam aan het instituut als
assistent van Prof. Verschuer. In 1939 breekt de oorlog uit en in juni 1940
neemt hij dienst bij de Waffen SS, elitetroepen binnen de SS en werkt er voor
het SS Rasse- und Siedlungshauptambt, waar hij de overwonnen Polen op hun
raszuiverheid onderzoekt. Als luitenant vecht hij in juni 1941 aan het
Oekraïense front en wordt hij onderscheiden voor moed met het IJzeren Kruis
Tweede Klas. In januari 1942, wanneer hij dient bij de SS Viking Divisie diep
achter de Sovjet Linies, slaagt hij er in om een paar Duitse soldaten uit een
Duitse brandende tank te redden en wordt deze keer onderscheiden met het IJzeren
Kruis Eerste Klas, maar Mengele raakt ook gewond. Hij herstelt maar wordt
afgekeurd voor militaire dienst en verkrijgt een heraanstelling bij Von
Verschuer.
In deze periode was zijn mentor, professor Von Verschuer verbonden aan het
Berlijnse Kaiser-Wilhelm-Instituut voor antropologie, menselijke
erfelijkheidsleer en eugenetica. De directeur van dit instituut was tot 1942
prof. Eugen Fischer die een theoretisch baanbreker was van de NS-Rassenpolitiek,
die vanaf 1933 nauw samenwerkte met de SS en het rijksbureau voor Genealogie. In
1942 werd Prof. Fisher opgevolgd door zijn leerling, prof. Otmar Freiherr von
Verschuer, wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van tweelingen.
In december 1942 vermeldt de directeur van het Kaiser Wilhelm-instituut voor
Hersenonderzoek in de afgelopen zomer 500 hersenen van zwakzinnigen te hebben
ontleed. In december 1942 start de nieuwe onderzoeksafdeling van de psychiater
prof. Schneider haar werkzaamheden. Hier worden krankzinnigen en epileptici
onderzocht, waarna, na ‘euthanasie’ hun hersenen worden bestudeerd. In januari
1943 gaan de eerste aanvragen voor het doden van patiënten op zijn afdeling uit
naar de Rijkscommissie.
Prof. von Verschuer spoort Jozef Mengele aan om in een concentratiekamp te gaan
werken met het argument dat zo'n aanstelling in het belang van de wetenschap
was. Von Verschuer slaagt er in om aan fondsen te geraken o.m. bij de Duitse
Vereniging voor Wetenschappelijk Onderzoek voor Mengele's experimenten in het
concentratiekamp. Een paar maanden later, vertrekt dr. Josef Mengele als
kamparts naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen.
Net
gepromoveerd tot Hauptsturmführer arriveert Jozef Mengele in mei 1943 in het
kamp van Auschwitz-Birkenau. Auschwitz (Oswiecim) was gelegen in een
onherbergzaam gebied in het zuidwesten van Polen. In de winter kon het er erg
koud zijn door de ijskoude winden die over de Weisel kwamen aanwaaien. In de
zomer verschroeide de zon de aarde en was er geen zuchtje wind te bespeuren. Op
het hoogtepunt van het kamp (1943-44) bevonden er zich gemiddeld honderdduizend
mensen in de barakken.
Het hoofddoel van het kamp was mensen vernietigen. Aanvankelijk dood door
slavenarbeid en uitputting, door ontbering bij gebrek aan elementaire zorgen en
ondervoeding. Later, bij de selectie bij aankomst, werden grote groepen
rechtstreeks naar de gaskamers gezonden en verbrand in de vijf crematoria die er
in Auschwitz bestonden. In de barakken was het één grote brok menselijke
ellende. Er waren geen voldoende sanitaire voorzieningen, er heerste
onophoudelijk tyfus-, diarree- en andere epidemieën. De gevangenen zaten
konstant onder de luizen, vlooien en ander ongedierte, het was kortom een
onbeschrijfelijke toestand.
Het kamp leverde ook arbeidsslaven voor de ruim 34 bedrijven die werkplaatsen
hadden gebouwd in de onmiddellijke omgeving van het kamp. Bedrijven zoals Bayer,
AEG, Telefunken, Krupp, Siemens en I.G. Farben, allemaal bedrijven die ook nu
nog bekend zijn.
In deze ontmenselijkte omgeving kwam Mengele terecht. In tegenstelling tot de
meeste andere SS'rs en artsen die het kampwerk als een moeilijke en
afschuwelijke opdracht beschouwden, was Mengele een zichtbare uitzondering. Hij
genoot van zijn werk. De volgende twintig maanden zou hij zijn reputatie van
meedogenloze kamparts waarmaken. Mengele was als dokter niet naar Auschwitz
gekomen om mensen te genezen.
Hij was op aanraden van Prof. Von Verschuer naar hier gezonden om in een kamp
zoals dat van Auschwitz, dat een oneindige bron was en verzekerd van een
konstante aanvoer van nieuw 'materiaal', en waar hij vrij en ongebonden aan
wetten of moraal, zijn genetisch onderzoek kon uitvoeren.
In Auschwitz had hij de handen vrij en er waren geen 'lastige pottenkijkers' die
hem in zijn werk konden belemmeren. Zijn taak was om 'materiaal' te leveren aan
het onderzoeksproject van Prof. Von Verschuer die in het Kaiser-Wilhelm
Instituut ongeduldig wachtte op zijn stalen, analyses en uitslagen. In het
instituut had hij zich verder gespecialiseerd in het genetisch onderzoek naar
tweelingen, en vandaar dat hij in het kamp zo enthousiast op zoek was om zijn
experimenten uit te voeren.
Al kort na zijn aankomst werd hij voor zijn ijver beloond met de benoeming als
hoofd van het vrouwen-, kinderen- en zigeunerkamp. Vanuit die positie voerde hij
talloze verrassingsselecties uit in het hele kamp, ook in de ziekenbarakken en
dat op alle uren van de dag en de nacht. Als Mengele zich ook maar ergens
vertoonde veroorzaakte dat onmiddellijk voor een golf van enorme doodsangst en
paniek onder de gevangenen. Al spoedig bezorgde deze acties hem de bijnaam ´de
engel des doods´.
Zijn reputatie van meedogenloze 'killer' was snel gevestigd. Slechts enkele
dagen na zijn aankomst in het kamp brak er een tyfusepifemie uit. Hij zond
onmiddellijk een duizendtal Zigeuners, die aan de ziekte leden, naar de
gaskamers en spaarde (even toch) het leven van de overige zieke Zigeuners van
Duitse origine. De betekenis van dit incident was tweeledig: Mengele aanbad de
nazidoctrine dat Zigeuners een ondersoort waren van het mensenras en daarom als
"onwaardig leven" moesten beschouwd worden.
Een van zijn taken was om bij aankomst van een trein nieuwe gevangenen, de
mensen te selecteren. Hij besloot na aankomst van de wagonladingen gevangenen
wie direct werd vermoord en wie in aanmerking kwam voor slavenarbeid. De
gevangenen moesten voor de kamparts defileren, die ze vervolgens naar links of
naar rechts zond. Naar rechts was naar de werkkampen van Auschwitz, naar links
was rechtstreeks naar de gaskamers, waar de meesten naar toe werden gestuurd.
Zijn collega-artsen vonden de selecties het meest bedrukkende van hun taak.
Sommige dokters zoals Dr. Werner Rhode die zijn job werkelijk haatte, en Dr.
Hans Konig die een grondige afkeer had voor zijn werk, verschenen meestal
stomdronken op het toneel. De twee enige uitzonderingen waren Dr. Fritz Klein en
Dr. Jozef Mengele, die zelfs niet kon wachten op zijn beurtrol maar zich
dikwijls vrijwillig meldde voor extra diensten.
In
Auschwitz waande Mengele zich oppermachtig. Als de trein kwam binnengereden
stond hij al lang op post. Gekleed in zijn perfect aansluitende SS-uniform en
zwaar behangen met al zijn decoraties die hij aan het front had behaald, wachtte
hij met blinkende zwarte laarzen en zijn pet schuin op het hoofd, ongeduldig de
gevangenen op.
Hij was jong en knap, en zijn in smetteloos witte handschoenen gestoken handen
speelden vaak met een glimmende wandelstok of met een sigaret. Af en toe
glimlachte hij of floot een van zijn bekende aria's. Zodra de menigte was
opgesplitst in mannen (rechts!) en vrouwen met hun kinderen (links!), wandelde
hij op zijn gemak tussen de rijen gevangenen roepende: "Zwillinge, zwillinge!"
(tweelingen!)
Mengele reserveerde speciale barakken voor zijn tweelingobjecten, alsook
voor dwergen en reuzen, kreupelen en andere "exotische specimen". Die barakken
kregen spoedig de bijnaam: de "Zoo". Zij werden door Mengele beter behandeld dan
de andere gevangenen. Ze mochten dikwijls hun originele kledij behouden, kregen
extra voedselrantsoenen,mochten hun haren laten groeien en werden uitgesloten
van de zware slavenarbeid. Uiteraard niet uit menslievendheid maar enkel met het
doel om zijn experimenten voor de tijd dat het experiment duurde, hen zo lang
mogelijk in leven te houden. Josef Mengele werd berucht door zijn medische
experimenten op gezonde gevangenen maar vooral met tweelingen, ook "Mengele's
Kinderen" genoemd.
Hij wilde via de tweelingen erachter komen hoe erfelijkheid werkte, en of dat
effect had op hoe een ziekte zich ontwikkeld. Dit deed hij bijvoorbeeld door een
tweeling in te spuiten met een ziekte en de verschillen tussen beide gevallen te
analyseren. Hij trok dagelijks bloed van zijn ´kinderen´, en verzond deze stalen
door naar Prof. von Verschuer in Berlijn. Ook werd het bloed van de ene tweeling
in de andere gespoten om te zien wat voor effect dit zou hebben. Zijn
verbeelding om mensen te martelen kende geen grenzen. Zo heeft hij ooit eens een
keer een tweeling aan mekaar vastgenaaid om zo zelf een siamese tweeling te
maken.
Een overlevende van een tweeling verhaalt later over de dood van zijn broer: "Dr.
Mengele was altijd meer geïnteresseerd in Tibi. Ik ben niet zeker waarom dat zo
was -misschien omdat hij de oudste was. Mengele voerde verschillende operaties
uit op Tibi. Een ingreep op zijn ruggegraat liet mijn broer geparalyseerd
achter. Hij kon niet meer gaan. Dan heeft hij zijn seksuele organen afgenomen.
Na de vierde operatie heb ik Tibi nooit meer weergezien. Ik kan niet beschrijven
hoe ik me daarna voelde. Het was onmogelijk om in woorden te beschrijven hoe
ellendig ik me voelde. Eerst hadden ze mijn vader van me afgenomen, daarna mijn
moeder, mijn twee oudere broers - en nu, mijn tweelingbroer..."
Zijn onderzoek behelsde grove operaties en pijnlijke proeven, bijna altijd
zonder verdoving. Er vonden zinloze amputaties plaats, lumbaalpuncties, hij
injecteerde tweelingen met tyfus en bracht hen opzettelijk verwondingen toe om
de reacties te vergelijken. Bepaalde oplossingen injecteerde hij onder de
schedel om donker haar blond te maken en kleurstoffen werden in de ogen
gedruppeld om donkere ogen blauw te maken. Als de ene helft van een tweeling
stierf, liet hij onmiddellijk ook de andere doden om een gelijktijdige autopsie
te kunnen uitvoeren.
Hij gebruikte electroshocks om het weerstandsvermogen van gevangenen uit te
testen, waarbij zijn proefkonijnen meestal dood of in coma achterbleven. Op een
keer steriliseerde Mengele een groep Poolse nonnen met röntgenstralen, en liet
de arme 'celibataire' vrouwen vreselijk verbrand weer achter. Een andere keer
kreeg hij eens het idee om van een pas bevallen vrouw de borsten af te tappen om
te zien hoe lang haar pasgeboren baby het zonder moedermelk zou uithouden. De
vrouw vermoordde haar eigen kind nadat een medelijdende verpleegster haar
stiekem een injectiespuit met morfine had gegeven.
Om zich daarna van zijn 'experimenten' te ontdoen gebruikte hij de meest
barbaarse methoden. Daarvoor injecteerde hij zijn slachtoffers telkens met
andere chemische produkten zoals bvb met phenol, petrol, Evipal, chloroform, of
door lucht in de slagaders of rechtstreeks in de hartkamer te injecteren. Maar
soms ook gewoon met zijn blote handen of beval hij een SS-medewerker er een
einde aan te maken terwijl hij koelbloedig toekeek.
In Auschwitz-Birkenau waren de Zigeuners een gretig object voor Dr. Jozef
Mengele. Vooral Sinti en Roma -tweelingkinderen waren erg gewild en misbruikte
hij voor gruwelijke medische experimenten.
In het Instituut van Von Verschuer zijn ze enthousiast over de resultaten van
Mengele. In maart 1944 vermeldt prof. Hallervorden in een schrijven aan een
collega de ontvangst van 697 hersenen, met inbegrip van eerder zelfverwijderde
cerebra. In de zomer en herfst van 1944 stuurt dr. Mengele een overvloed van
materiaal van zijn slachtoffers op naar het Kaiser Wilhelm lnstituut voor
Antropologie.
Ook andere dokters rapporteren enthousiast hun bevindingen door zoals bvb dit
bericht van SS-kapitein dr. med. Rascher aan SS-Reichsführer Heinrich Himmler op
17 februari 1943: "Auschwitz is voor een dergelijke reeks proeven in ieder
opzicht beter geschikt dan Dachau, omdat het daar kouder is en omdat het door de
grote oppervlakte van het kamp minder opzien zal baren (de proefpersonen
brullen(!), wanneer ze bevriezen.)"
Op
aanwijzingen van Mengele laat hij een pathologisch laboratorium bouwen in
Crematorium II van Birkenau, waar pas vergaste slachtoffers werden ontleed. Met
de fondsen van Von Verschuer laat Mengele het labo uitrusten met de modernste
apparatuur. Op een rode betonnen vloer stond in het midden een grote snijtafel
van gepolijst marmer omringd door verscheidene gootstenen. Hier voerde hij zijn
meeste onderzoeken en experimenten uit.
Mengele kan nog doorgaan met zijn medische experimenten tot 5 december 1944 maar
in januari rukken de Russen verder op richting Auschwitz. In tegenstelling tot
zijn collega's gedroeg Mengele zich niet als een onschuldig man. Hij was bang
dat zijn werk in handen van de Russen zou vallen en onderneemt stappen om zijn
werk te verdonkermanen.
Hij laat zijn pathologisch lab ontmantelen en de crematoria en de gaskamers
worden opgeblazen. Hij pakt zoveel mogelijk van zijn medische en persoonlijke
papieren in en vernietigt de rest. Op 17 januari 1945, als de Russische
artillerie in de verte al hoorbaar is, ontvlucht Mengele het gekkenhuis van
Auschwitz.
In februari 1945 meldt prof. von Verschuer, de directeur, aan het bestuur van
het Kaiser Wilhelm-Gesellschaft dat hij de inventaris van het instituut naar het
Westen zal overbrengen. Alle belastende papieren, als rapporten, verslagen en
briefwisseling met zijn assistent, dr. Mengele, worden vernietigd en kan hij
zijn carrière verder zetten en doceerde aan de universiteit van Münster.
Op 8 mei 1945 is de oorlog voorbij. De overlevende 15% van de patiënten in de
Duitse psychiatrische inrichtingen hongeren de eerste tijd voort. De psychiaters
en antropologen “haben nichts gewusst”. Velen duiken onder, bouwen, vaak elders,
soms onder een valse naam, hun carrière weer op. Prof. Fischer wordt in 1953
erevoorzitter van de Duitse Vereniging voor Antropologie.
Mengele slaagt erin naar het westen te vluchten, maar voor hij in september 1945
bij zijn familie in Günburg aanbelandde, werd hij tot twee keer toe onder zijn
eigen naam gearresteerd en opgesloten in gevangenenkampen, maar door de
toenmalige chaos die er kort na de oorlog heerste in de administratie werd hij
weer vrijgelaten.
Mengele neemt een andere naam aan en komt terecht in een boerderij in Rosenheim,
in volle bezettingszone, waar hij drie jaar zal blijven wonen. Ondertussen
werden 23 leidende dokters en fysici voor het Tribunaal van Neurenberg gedaagd,
en dat proces nam een aanvang op 9 december 1946 en op 20 augustus 1947 volgde
de uitspraak waarop 7 dokters worden opgehangen. Op het proces wordt ook
herhaaldelijk zijn naam genoemd en die gebeurtenissen maken hem zo van streek
dat hij besluit om Duitsland te verlaten.
Met financiële hulp van zijn familie en organisatorische steun van oud-SS'rs kan
hij met valse papieren ontkomen en scheept zich half juli 1948 in naar
Argentinië (Zuid-Amerika) waar hij onder een valse naam onderduikt in de grote,
machtige Duitse gemeenschap. Het regime van de toenmalige president
Juan Perón was onverbloemd pro-nazi en had in
de laatste dagen van de oorlog tienduizend blanco Argentijnse paspoorten ter
beschikking gesteld aan het ineenstortende nazi-regime.
Mengele legt belangrijke contacten met de ondergrondse nazi-beweging, ontmoet er
ook enkele keren Adolf Eichmann, de organisator van de transporten naar de
kampen, en raakt goed bevriend met kolonel Hans-Ulrich Rudel, Hitlers meest
gedecoreerde piloot die ondertussen een sleutelfiguur was geworden in het
ontsnappingsnetwerk van de nazi's.
Josef Mengele, de «Engel des Doods» van Auschwitz, begint een nieuw bedrijf in
de barrio alemán en verkoopt landbouwwerktuigen van het familiebedrijf in
Günzburg in geheel Argentinië en Paraguay. Weldra wordt hij eigenaar van een
timmerbedrijf en investeert vervolgens in de farmaceutische industrie. In 1948
of 1949 haalde Mengele zelfs zijn rijbewijs in Bariloche, en Mengele zou nog
diverse keren naar Bariloche terugkeren, waar hij een graag geziene gast zou
zijn op de estancia van de schatrijke ondernemer Ludwig Freude en zijn zoon
Rodolfo, die de privé-secretaris was van het echtpaar Perón vanaf 1946.
In 1956 keert Mengele even terug naar Europa voor een reis van een week naar
Zwitserland om zijn zoon Rolf op te zoeken en ook om een Duitse echtgenote te
vinden. Dat was zijn schoonzuster Martha, die in de oorlog weduwe was geworden
van zijn jongere broer Karl jr. Hij gaat in de Alpen skiën met zijn zoon Rolf en
de zoon van zijn aanstaande bruid Karl-Heinz. Mengele brengt nog een kort bezoek
aan Günzburg in Duitsland en maar in München raakt hij betrokken in een
verkeersongeval. De politie twijfelt aan de echtheid van zijn Zuid-Amerikaanse
papieren maar zijn vader betaalt een flinke omkoopsom aan de politie en Mengele
ontsnapt andermaal aan vervolging en keert veilig terug naar Buenos Aires.
Zijn zaken draaien goed en zijn zelfvertrouwen neemt weer toe. Hij neemt opnieuw
zijn echte naam weer aan en verkrijgt zelfs een west-duits paspoort ondanks het
feit dat hij wel tegelijkertijd op gemakkelijk tien lijsten van de meest
gezochte oorlogsmisdadigers stond. In oktober 1956 laat hij Martha en haar zoon
Karl-Heinz overkomen. Mengele voelt zich perfect veilig en in 1958 stond hij
zelfs onder zijn echte naam in de Argentijnse telefoonboeken. Ondertussen was
vanuit Israel de beruchte nazi-jager Simon Wiesenthal hem op het spoor gekomen.
In augustus 1958 wordt hij door de federale politie van Buenos Aires
gearresteerd op beschuldiging van het onbevoegd uitoefenen van de medische
wetenschap. 500 dollars volstaan om hem vrij te kopen en de zaak in de doofpot
te stoppen, maar Mengele is bang geworden dat zijn Auschwitz-verleden aan het
licht zou komen en begint een nieuwe zaak in het Paraguay van Alfredo Stroessner.
Op 5 juni 1959 vaart een Duits Bundesgericht een arrestatiebevel uit en de
Duitse opsporingsdiensten concentreren zich op Argentinië, maar de vogel was al
gevlogen. Op 11 mei 1960 wordt Adolf Eichmann, de organisator van de Endlösung,
door de Israëlische geheime dienst de Mossad gevat, overgebracht nar Israël en
er berecht en zal wat later op 31 mei 1962 worden opgehangen. Door dit
geruchtmakende proces geraakt ook de voortvluchtige Mengele in de belangstelling
en raakt de pers in hem geïnteresseerd.
In
februari 1960 wordt Mengele, die zijn familie even bezocht in Bariloche, herkend
door een toen 48-jarige toeriste uit Israël, genaamd Nora Eldoc, die een
overlevende van Auschwitz was en daar door Mengele persoonlijk zou zijn
gesteriliseerd. Eldoc stuitte op Mengele tijdens een feest in een hotel. Enige
seconden stond ze oog in oog met hem, waarna ze haastig het hotel verliet en de
politie waarschuwde. Enkele dagen later, op 12 februari 1960, werd het lichaam
van de vrouw gevonden in een grot in de bergen buiten Bariloche. De vinder was
de Sloveense bergbeklimmer Vojko Arko, de vriend en biograaf van Berghof-bewoner
Otto Meiling. Deze verklaarde tegenover Basti dat de dode vrouw zijns inziens
«een agente van de Mossad» was. Van Mengele zelf ontbrak ieder spoor.
Ondertussen studeert zijn zoon Rolf Mengele (geboren 16 maart 1944 Günzburg)
voor rechten en na een stage van drie jaar werd hij in 1972 advocaat. Al die
jaren onderhoud Rolf met zijn vader regelmatige correspondentie, alhoewel hun
relatie niet bijzonder hartelijk is en Rolf, als advocaat, in gewetensnood
blijft zitten met de vraag of hij al dan niet zijn vader moet aangeven bij de
gerechtelijke autoriteiten.
Mengele was ondertussen naar São Paulo in Brazilië verhuisd en genoot er de
bescherming van een Oostenrijkse familie. Op 12 oktober 1977 besluit Rolf dan
toch om zijn vader op te zoeken in Brazilië en neemt het vliegtuig in Frankfurt.
Rolf Mengele verblijft twee weken bij zijn vader maar omtrent zijn verleden in
Auschwitz raken ze het niet eens.
Op 7 februari 1979 krijgt Jozef Mengele tijdens een vakantie met Oostenrijkse
vrienden een beroerte toen hij aan het zwemmen was in Bertioga ten zuiden van
São Paulo. Hij wordt nog uit het water getrokken en krijgt mond-op-mond
beademing maar alle hulp kwam te laat. Een van 's werelds meest gezochte nazi
stierf op zevenenzestigjarige leeftijd. Zijn stoffelijk overschot werd onder een
valse naam van één van zijn voormalige beschermers, nl. Wolfgang Gerhard,
begraven op het kerkhof van 'Onze Lieve Vrouwe van de Rozenkrans' te Embu in
Brazilië.
Rolf Mengele trekt negen maanden later terug naar Brazilië om er de persoonlijke
spullen van zijn vader op te halen. Omdat de dood van Jozef Mengele door de
familie werd geheim gehouden ging de jacht op Mengele onverminderd door. Vooral
tussen de jaren 1984 en 1986 haalt Mengele de internationale pers en werd zo ´n
bekende persoonlijkheid dat hij zelfs op de omslag van People staat. Er worden
beloningen uitgereikt voor informatie die tot zijn aanhouding zouden kunnen
leiden, dood of levend, en die lopen op tot zo'n 3.5 miljoen dollar. Op 6 juni
1985 worden eindelijk zijn beenderen gevonden op het kerkhof van Embu in
Brazilië en zou het nog geruime tijd duren vooraleer pathologen tot de conclusie
kwamen dat dit Jozef Mengele was. Op 7 juni 1986 werd het nieuws van de dood (en
het einde van de speurtocht) van Jozef Mengele openbaar. Rolf Mengele besloot om
in de openbaarheid te treden en overhandigde zijn vaders persoonlijke brieven en
ook een dagboek aan het Münchener tijdschrift Bunte en gaf hen toestemming om
een reeks artikelen te wijden aan Mengele. |