Karel
de Stoute wordt geboren op 10 november 1433 te Dijon, zoon van Filips de Goede
en Isabella van Portugal.
Hij volgt in 1467 zijn vader op als Hertog van Bourgondië. Karel was een
impulsief vorst, die geen enkele diplomatieke kwaliteit bezat. Hij hoopte het
Bourgondische stamland (de Bourgogne in Frankrijk) te kunnen verbinden met zijn
Nederlandse gebieden. Om zijn doel te bereiken voerde hij vele oorlogen, die
vooral tegen het einde van zijn regime desastreus verliepen.
De Bourgondische hertogen hadden in de 14e en 15e eeuw een uitgestrekt
machtsgebied opgebouwd langs de grens van Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk.
Dit machtsgebied wilden zij graag omvormen tot een koninkrijk. De vader van
Karel, Filips de Goede,
had dit echter nooit voor elkaar gekregen. In 1473 leek het dan zo ver te komen.
Karel de Stoute ontving in Trier het hertogdom Gelre in leen van Keizer Frederik
III en werd onderscheiden met de titels en de wapens van het hertogdom Gelre en
het graafschap Zutphen. Karel de Stoute beproefde zijn geluk nog wat meer en
verzocht de keizer om het keizerlijke graafschap Bourgondië, dat vroeger een
koninkrijk was geweest, opnieuw tot koninkrijk te verheffen en hem tot de koning
daarvan te kronen. De keizer vreesde de macht van Karel te Stoute te zeer om
diens verzoek zonder meer af te wijzen. Hij voelde er echter ook niets voor om
diens wens in te willigen. Op het allerlaatste moment (toen alle voorbereidingen
voor de kroning al getroffen waren) nam de keizer daarom de benen. 's Ochtends,
vóór het dageraad en zonder afscheid te nemen van Karel, voer hij met een schip
de Moezel op zodat Karel zijn afwezigheid pas veel later zou opmerken!
Een van de opvallendste daden van Karel de Stoute was de bloedige onderwerping
van het prinsbisdom Luik. De Luikenaars revolteerden tegen de prinsbisschop, die
werd gesteund door Karel. De stedelijke milities moesten echter het onderspit
delven. Vele steden en dorpen, vooral Dinant en Luik, werden systematisch
verwoest. Op binnenlands vlak beschouwde hij zich als vorst bij Gods genade. Hij
miskende de rechten en privileges van zijn onderdanen totaal. Om de vorstelijke
invloed in de rechtspraak te vergroten, richtte hij het Parlement van Mechelen
op. Dit werd het opperste beroepshof, dat de rondreizende Grote Raad verving.
Eveneens in Mechelen installeerde hij twee centrale Rekenkamers, die de
regionale Rekenkamers van Brussel en Rijsel moesten vervangen.
Op locaal vlak trok hij de benoeming van de schepenen naar zich toe en zette de
kiescolleges buitenspel. De ambten werden niet meer verdeeld naar verdienste,
maar geschonken aan de meest biedende. Deze praktijk deed de corruptie en
willekeur toenemen. Door de vele oorlogen werd de belastingdruk sterk verhoogd.
Meer en meer werden de gelden door de gewesten gezamenlijk opgebracht. Sinds
1471 onderhandelde de hertog hierover met hun verenigde vertegenwoordiging: de
Staten-Generaal. De vele nederlagen in de strijd zorgden ervoor dat het geld
werd verspild, zonder dat het iets opbracht.
Hertog Karel de Stoute sneuvelt op 5 januari 1477 bij Nancy op 43-jarige
leeftijd. De dood van de hertog veroorzaakte een algemene opluchting in het
Bourgondische Rijk. Hij wordt opgevolgd door zijn dochter
Maria van Bourgondië.
|
|
|
|