Op
10 november 1928 werd Hirohito (1901-1989) gekroond tot Keizer van Japan.
De 27 jarige kroonprins was gedurende zeven
jaar regent, voordat hij de troon overnam van zijn zieke vader Yoshihito.
Hirohito was de keizer die het langst over Japan heerste. Die periode staat in
Japan bekend als die van de Showa (verlichte vrede).
Niet alles was echter vrede tijdens het bewind van Hirohito. Hij leidde formeel
zijn land in de oorlogen tegen China en in de Stille Oceaan en onder zijn
leiding bezetten Japanse troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog grote delen van
Zuid-Oost Azië. In 1945, nadat de Verenigde Staten Japan door de bombardementen
op Hiroshima en Nagasaki op de knieën had gedwongen, kondigde hij in een
radiotoespraak de Japanse overgave aan de geallieerde troepen aan.
Tot en met de Tweede Wereldoorlog had Hirohito de status van goddelijke 'ikegami',
Japans voor 'levende natuurgeest', één van de belangrijkste begrippen van het
Shintoïsme. In 1946 dwongen de Amerikanen hem zijn goddelijke status te
verwerpen. Van toen af was hij nog slechts het symbolisch hoofd van de Japanse
staat en van de eenheid van de natie.
Hoewel de keizer als persoon geen oorlogszuchtig karakter had - hij hield zich
liever bezig met het bestuderen van insecten - was en bleef hij voor veel
Nederlanders het symbool van de wrede Japanse onderdrukking (Jappenkampen) in
Nederlands-Indië.
In 1924 huwde Hirohito Nagako Kuni (1903-2000), die de titel prinses kreeg. In
1933 werd hun oudste zoon en troonopvolger, Akihito, geboren. Na Hirohito's dood
volgde deze hem op als keizer van Japan. |
|
|
|