|
Edward
II ook genoemd Edward of Carnarvon werd geboren in
Carnarvon op 25 april 1284 en overleed in Berkeley Castle op 21
september 1327. Hij was koning van Engeland van 1307 tot 1327,
afkomstiguit het Huis Plantagenet en kwam als vierde zoon van Edward I
op de troon wegens overlijden van zijn oudere broers.
In 1308 trouwde hij met Isabella, dochter van Filips IV van Frankrijk.
Bij het begin van zijn regering ontsloeg hij de ambtenaren en rechters
van zijn vader en vertrouwde de macht toe aan een gunsteling van Franse
afkomst, Pier Gaveston, die hij graaf van Cornwall maakte. De Engelse
baronnen kwamen in opstand tegen dit bewind en slaagden erin Gaveston te
doen verbannen en hem ten slotte te laten vermoorden (1312). Ze dwongen
Eduard II het toezicht te aanvaarden van een regeringsraad van 21
baronnen, de Lords Ordainers (1310). In zijn oorlog tegen Schotland leed
Eduard de nederlaag van Bannockburn (1314). Hij gaf vervolgens de
teugels van het bewind aan een andere gunsteling, Hugh Despenser, en
weer kwamen de baronnen in opstand. Ze dwongen Eduard de familie
Despenser te verbannen, maar in 1322 verkreeg Eduard de overhand. In
1326 werd hij echter tot troonsafstand gedwongen ten gunste van Eduard
III, nadat Isabella en Roger Mortimer in Noord-Engeland waren geland met
een Nederlandse scheepsmacht en vele Henegouwse edelen onder bevel van
Jan van Beaumont. De adel sloot zich bij hen aan, Eduard sloeg op de
vlucht, werd te Neath gevangengenomen en in Berkeley Castle vermoord.
Bertolt Brecht en Christopher Marlowe kozen Eduard II als onderwerp voor
een toneelstuk. |
|
|
|