|
Voluit:
Leopold Lodewijk Filips Marie Victor (Brussel 9 april 1835 – Laken 17 dec.
1909), tweede koning der Belgen (1865–1909), zoon en opvolger van
Leopold I, uit het Huis
Saksen-Coburg-Gotha, genoot een militaire opleiding en droeg voor zijn
troonsbestijging de titel hertog van Brabant. Voor hij op 17 dec. 1865 de
grondwettelijke eed aflegde, was hij (sinds 1853) van rechtswege lid van de
Senaat, waar hij verscheidene redevoeringen hield, vnl. over de noodzaak de
economische en koloniale expansie van België, en ondernam hij talrijke reizen,
meestal naar het Midden- en het Verre Oosten. Op het binnenlandse vlak werd zijn
ambtsperiode aanvankelijk gekenmerkt door de groeiende tegenstelling tussen
katholieken en liberalen, die hij tevergeefs poogde te matigen. Vanaf 1880 werd
hij geconfronteerd met de opkomst van het socialisme en de christen-democratie
en met de doorbraak op het politieke vlak van de Vlaamse Beweging. Zowel de
sociale als de Vlaamse Beweging droeg hij geen goed hart toe, zodat hij ze met
de hulp van conservatieve politici als Ch. Woeste trachtte in te dijken. Zonder
succes poogde hij bij de grondwetsherziening van 1893 (invoering van het
meervoudig algemeen kiesrecht) het koninklijk referendum in te voeren, waardoor
het mogelijk zou worden een koninklijk vetorecht tegen parlementaire
beslissingen door het volk te laten beoordelen. Evenals zijn vader beschouwde
Leopold II de landsverdediging als zijn persoonlijk werkterrein. Om de Belgische
neutraliteit te waarborgen was volgens hem een belangrijke militaire inspanning
nodig. Daartoe liet hij forten oprichten in de Maasvallei (Luik en Namen) en
streefde hij naar de invoering van de persoonlijke dienstplicht (de
desbetreffende wet bekrachtigde hij op zijn sterfbed). Hij droeg in aanzienlijke
mate bij tot de economische expansie van het land (uitbreiding van de havens van
Antwerpen, Gent en Oostende; aanleg van de haven van Zeebrugge; grootse
urbanisatieplannen te Brussel). Zijn levenswerk is de stichting van de
Onafhankelijke Kongostaat, waarvan hij in 1885 als de soeverein werd erkend. De
kritiek op zijn beleid aldaar en de materiële moeilijkheden om dit onmetelijke
gebied te beheren, leidden uiteindelijk tot de overname van de Kongostaat door
België op 8 okt. 1908. Uit Leopolds huwelijk (22 aug. 1853) met aartshertogin
Maria Hendrika van Oostenrijk werden vier kinderen geboren: Louise (1858–1924),
Leopold (1859–1869), Stéphanie (1864–1945) en Clémentine (1872–1955). Uit een
verhouding met Blanche Delacroix had hij twee zonen. |
|
|
|