De
Franse koning August Lodewijk XVI (de zestiende) werd geboren te Versailles op
23 augustus 1754 en overleed te Parijs op 21 januari 1793.
Hij was koning van 1774 tot 1792, uit het Huis Bourbon, kleinzoon van
Lodewijk XV, werd na de dood van zijn
vader (1765) dauphin en huwde in 1770 met Marie Antoinette, aartshertogin van
Oostenrijk. Hij maakte een radicaal einde aan de maîtressenheerschappij en
compenseerde zijn gemis aan intellectuele en bestuurlijke belangstelling met
slotenmaken en jagen. Op aandringen van zijn echtgenote ontsloeg hij de bekwame
Turgot (1776), waarna achtereenvolgens Necker, Calonne en Loménie de Brienne
wanhopig poogden de staatsfinanciën te saneren, die door de oorlog met Engeland
(1778-1783), gevolg van Frankrijks interventie ten gunste van de rebellerende
Amerikaanse koloniën, in het ongerede waren geraakt. Nadat hij ten einde raad de
États-Généraux had bijeengeroepen (5 mei 1789), verzuimde hij een beslissing te
nemen met betrekking tot de stemming per hoofd of per stand, waarop de Derde
Stand zich tot Nationale Vergadering proclameerde. Een weinig overtuigende
poging naar West-Frankrijk te vluchten, leidde tot huisarrest te Versailles (6
okt. 1789). Hij liet de kans om door tijdige steun aan Mirabeau de revolutie te
matigen, voorbijgaan en verspeelde veel van het overgebleven vertrouwen door een
bij zijn vluchtpoging achtergelaten intrekking van de goedkeuring van de
decreten (juni 1791). Na zijn aanvaarding van de Constitutie (13 sept. 1791) zag
hij nog slechts heil in de hulp van zijn zwager keizer Leopold II en steunde
daarom de oorlogsplannen van de Girondijnen, in de hoop dat Oostenrijk zou
zegevieren. Door zijn hierbij aansluitende sabotage van de oorlogsinspanning
lokte hij de val van de monarchistische Feuillants en de bestorming van de
Tuilerieën uit (9-10 aug. 1792), waarbij zijn goed bedoelde bevel tot staking
van het bloedvergieten het leven kostte aan het merendeel van zijn verdedigers.
Op 21 sept. verklaarde de Nationale Conventie hem afgezet. De vondst van
compromitterende correspondentie (20 nov.) na de arrestatie van het koninklijk
gezin maakte het proces tegen hem vrijwel onvermijdelijk (10 dec. 1792 - 17 jan.
1793). Noch zijn ontkenningen, noch het beroep op zijn onschendbaarheid volgens
de Constitutie, noch het Girondijnse voorstel tot beroep op het volk kon zijn
doodvonnis (387 stemmen vóór, 334 tegen) tegenhouden, dat hij, even rustig als
tijdens het proces, onderging door middel van de guillotine. |
|
|
|