Op
20 juni 1837 wordt de Britse Prinses Victoria
wordt gekroond tot Koningin Victoria van Groot Brittannië. Dat
gebeurt na de dood van haar oom, koning William IV. Victoria is
nog maar 18 als ze koningin wordt. Ze zou 63 jaar koningin
blijven, tot aan haar dood in 1901. Die 63 jaar zouden bekend
worden als het Victoriaanse tijdperk.
Zij werd gedoopt als Alexandrina Victoria en werd geboren in
Kensington Palace, Londen, op 24 mei 1819 en overleed te Osborne op 22
januari 1901.
Ze was koningin van Groot-Brittannië en Ierland van 1837 tot 1901 en
keizerin van India van 1876 tot 1901, afkomstig uit het Huis Hannover,
was enig kind van hertog Eduard van Kent (gestorven 1820) en prinses
Louise Victoria van Saksen-Coburg. Zij onderging zeer sterke invloed
van haar oom Leopold van Saksen-Coburg, die in 1831 koning der Belgen
werd. Op 20 juni 1837 volgde zij koning Willem IV op (kroning 28 juni
1838) en op 10 februari 1840 huwde zij haar neef Albert van
Saksen-Coburg. Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren. Door de
huwelijken van deze kinderen raakte Victoria verwant aan de meeste
Europese vorstenhuizen.
Victoria achtte het haar plicht de slechte reputatie waarin het
koningschap was komen te verkeren door het gedrag van haar ooms 'wicked
uncles', om te buigen en zelf een voorbeeld voor haar volk te zijn. In
het begin van haar koningschap volgde Victoria, nog onervaren, de
leiding van haar eerste-minister, Lord Melbourne, daarna die van haar
man, die m.n. in internationaal politiek opzicht vaak een eigen weg
ging. Haar voorkeur ging uit naar de Conservatieven en zij stond een
machtig en op expansie gericht Groot-Brittannië voor. In de
Anglicaanse Kerk zag zij de onbetwiste staatskerk en zij was dan ook
tegen iedere concessie aan de rooms-katholieke Ieren. Victoria
manifesteerde haar antipathieën (Palmerston, Gladstone) en sympathieën
(Melbourne, Disraeli) zó duidelijk, dat zij de grenzen van wat in een
constitutionele monarchie gepermitteerd was, soms overschreed. Na de
dood van Albert (1861) trok zij zich twintig jaar uit het openbare
leven terug. Gedurende deze tijd handhaafde zij wel een strenge
familieband. Haar verheffing tot keizerin van India in 1876 was een -
door haar zeer geapprecieerd - eerbetoon aan haar persoon en gold
tevens als symbool voor de 'grootheid' en de internationale
machtspositie van Engeland.
Haar bijna 65-jarige regeringsperiode, aangeduid als het Victoriaans
tijdperk, wordt gekenmerkt door de grote ontplooiing van het politieke
en economische liberalisme, door expansie buiten Europa en door een,
door Victoria geïnspireerde, strenge, puriteinse levensopvatting. |
|
|
|