header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

 Konrad Adenauer
 

 
   

De Duitse staatsman Konrad Adenauer werd geboren in Keulen op 5 januari 1876. Hij heeft als eerste bondskanselier van de Bondsrepubliek Duitsland een zeer persoonlijk stempel gezet op de ontwikkelingen in het naoorlogse Duitsland, die leidden tot de snelle wederopbouw en de onafhankelijkheid van de Bondsrepubliek.

Adenauer was van 1917 tot 1933 bijzonder actief als Oberbürgermeister van Keulen (stichting van de universiteit 1919, Kölner Messe, stadion, Grüngürtel-aanleg). Hij was lid van het Pruisisch Herenhuis (1917–1918), president van de Pruisische Staatsraad (1920–1932) en had veel invloed in de Centrumpartij. Hoewel hij in de crisisjaren 1922–1923 een autonome Rijnstaat voorstond, was hij nooit een principieel aanhanger van het Rijnlandse separatisme.
Hij werd in 1933 uit zijn functies ontslagen en bleef tot 1945 ambteloos en buiten de politiek. Na de Tweede Wereldoorlog – hij was toen 69 jaar – begon zijn grote politieke loopbaan. In 1945 werd hij medeoprichter van de CDU, in 1946 werd hij haar voorzitter (nadat hij in 1945, voor de tweede maal Oberbürgermeister van Keulen geworden, na korte tijd door de Engelse commandant was ontslagen). Door zijn grote tactische behendigheid, gepaard met een taaie wilskracht, ontwikkelde hij zich tot een dominerende figuur.
Eerst voorzitter van de Constituante te Bonn (1 sept. 1948), werd hij 15 sept. 1949 tot eerste bondskanselier van de nieuwe Bondsrepubliek gekozen (met één stem meerderheid). Hij vormde een rechtsgeoriënteerd coalitiekabinet, leidde sedert 1951 ook de buitenlandse politiek. Consequent ijverde hij voor nauwe aansluiting bij het Westen tegen de Sovjet-Unie, tegen de felle kritiek van de socialist Kurt Schumacher in, die deze eenzijdige binding en de vermeende toegeeflijkheid jegens de geallieerden aanviel ( ‘Kanzler der Alliierten’). Maar Adenauer wist stap voor stap de staat uit de ‘morele diffamering’ en de politieke kluisters van het bezettingsstatuut te bevrijden en naar volledige autonomie te leiden (1949 Petersberg-overeenkomst; 1950 de Bondsrepubliek lid van de Raad van Europa; 26 mei 1952 lid van de – niet doorgegane – Europese Defensie Gemeenschap). Hij koppelde die koers aanvankelijk nauw aan de Europese integratie (steun voor het plan-Schuman). Deze politiek, door een nuchter realisme ingegeven, correspondeerde toch goed met zijn Rijnlands-katholieke en onpruisische verleden, met zijn afkeer van grote sociale omwentelingen en zijn diepgewortelde antipathie jegens het communisme. De afwijzing van de EDG door het Franse parlement (aug. 1954) werd een gevoelige klap, maar bracht hem allerminst van zijn koers af.
Inmiddels verkreeg hij, vooral na de dood van zijn enige grote rivaal, Schumacher (1952), in binnenlandse kwesties een onbetwiste machtspositie, begunstigd door de verrassende economische opbloei ( ‘Wirtschaftswunder’) onder leiding van zijn minister Erhard. In sept. 1953 werd hij herkozen. In okt. 1954 trad de Bondsrepubliek toe tot de NATO en de West-Europese Unie, waarbij een nationaal leger zonder atoombewapening werd toegestaan. Adenauer werd nu tot de meest gezaghebbende Europese politici gerekend. In nauwe samenwerking met de Amerikaan John Foster Dulles stond hij een harde koers tegenover de Sovjet-Unie voor. Hij bepleitte herstel van de Duitse eenheid door onderhandelingen vanuit een later te verkrijgen machtspositie, waarbij nog een twistpunt is, of hij de internationale machtsverhoudingen verkeerd taxeerde of uit puur tactische binnenlandse overwegingen de hereniging bleef propageren, zonder erin te geloven. In sept. 1957 voor de tweede maal herkozen, deed hij inmiddels de schaduwzijden van zijn gezag sterker gevoelen, o.a. door het aanvankelijk koppig handhaven van bedenkelijke of omstreden figuren (Globke, Oberländer, Strauss), door zijn autoritaire regeringsstijl en door de methoden waarmee hij politieke tegenstanders bestreed en zo het parlement in diskrediet bracht.
Zijn buitenlandse koers vertoonde een zeker wantrouwen tegen alle ontspanningspogingen tussen Oost en West. In de verhouding met de Verenigde Staten trad daardoor na de verkiezing van J.F. Kennedy (1960) een duidelijke verkoeling in. Daarentegen zocht hij een steeds nauwere aansluiting bij de anti-Amerikaanse koers van Charles de Gaulle. De toenadering tussen de beide continentaal-Europese autoritaire staatslieden vond haar bekroning in het Frans-Duitse vriendschapsverdrag (22 jan. 1963), dat echter meer op het vlak van historisch sentiment dan van duidelijke politieke doelstellingen ligt.
In sept. 1961 begon Adenauer aan zijn vierde ambtstermijn. Onder aandrang van zijn coalitiepartners, maar ook van zijn eigen partij, trad de 87-jarige echter in okt. 1963 af, na lang en hardnekkig verzet tegen de benoeming van Ludwig Erhard tot zijn opvolger, dat de CDU aan de rand van een crisis bracht. Als partijvoorzitter bleef hij ook daarna nog invloedrijk. Zijn historische prestatie blijft dat hij een geïsoleerd en geruïneerd land tot een van de sterkste partners van het Westen heeft gemaakt, waarbij natuurlijk de koude oorlog een beslissende factor was. Zijn autoritaire regeringsstijl heeft een ontwikkeling in democratische geest daarbij sterk belemmerd, doordat hij de oppositie met alle middelen bestreed en de CDU tot een gedwee instrument van zijn politiek maakte. De resultaten van zijn buitenlands beleid, gepaard met de grote welvaart, hebben echter aan radicale partijen geen kans gegeven.
Hij overleed in Rhöndorf, op 19 april 1967.

 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009