Op
23 maart 1996 werd de president van Taiwan Lee Teng-hui, voor het eerst in de
geschiedenis van Taiwan, op een democratische manier (direct door het volk)
herkozen als president.
In 1988 werd, de op Taiwan geboren landbouwdeskundige, Lee Teng-hui (Li Denghui)
president van Taiwan. Hij kwam bij verschillende gelegenheden in conflict met de
regering in Beijing vanwege de afstand die hij nam ten aanzien van concrete
herenigingsvoorstellen van Taiwan met het Chinese vasteland.
Door de onenigheid met China werd Taiwan ook niet als handelspartner van de
Verenigde Staten beschouwd.
Dit verhinderde echter niet dat Lee Theng-hui in juni 1995 van de Verenigde
Staten de toestemming kreeg voor een bezoek aan Cornell, waar hij als
oud-student een reünie bijwoonde. Het was de eerste keer dat een hoge Taiwanese
gezagdrager min of meer officieel tot een land werd toegelaten dat geen
diplomatieke betrekkingen met Taiwan onderhield.
In maart 1996 vonden onder grote internationale belangstelling dan de nieuwe
presidentsverkiezingen plaats. Voorafgaand aan de verkiezingen had de
Volksrepubliek China voor de kust van Taiwan militaire oefeningen gehouden,
bedoeld om de Taiwanese kiezers te intimideren en af te houden van steun aan Lee
Theng-hui, die door Peking werd beschouwd als voorstander van Taiwanese
onafhankelijkheid, terwijl Peking naar hereniging streeft. Ondanks alle commotie
won Lee Theng-hui de verkiezingen, waarmee hij de eerste democratisch gekozen
president van Taiwan werd en tevens de eerste die niet op het Chinese vasteland,
maar op Taiwan werd geboren.
Zijn verkiezing werd gezien als een teken van de opkomst van 'inheemse'
Taiwanezen en als een verzwakking van de vastelanders in de Taiwanese politiek.
Hoewel Lee Theng-hui in zijn inaugurele rede een welwillende houding tegenover
de Volksrepubliek aannam, liet hij er geen twijfel over bestaan dat hij de
'Republiek China' als een historisch en politiek feit beschouwde. |
|
|
|