|
Mario Soares
werd officieel president van Portugal op 9 maart 1986 en voor een tweede
ambstermijn op 9 maart 1991.
Mário (Alberto Nobre Lopes) Soares werd geboren in Lissabon op 7 december 1924.
Deze Portugese staatsman en socialist studeerde rechten in Lissabon en Parijs en
vestigde zich vervolgens als advocaat in Portugal. Reeds jong was hij actief in
de oppositie tegen het rechtse bewind van Salazar en werd herhaaldelijk
gearresteerd. In ballingschap in Parijs werd hij secretaris-generaal van de
Portugese Socialistische Partij (PSP). Zijn ideaal was een sociaal-democratie
naar West-Europees model. Na de Anjerrevolutie van 25 april 1974 keerde hij naar
Portugal terug en werd minister van Buitenlandse Zaken, van mei 1974 tot maart
1975, daarna, tot juli 1975 minister zonder portefeuille. In de politieke
spanningen die na de Anjerrevolutie ontstonden, speelde Soares een sleutelrol,
waarin hij zich verzette tegen de politieke aspiraties van de communisten en van
de revolutionaire militairen. In juli 1976 won hij de verkiezingen en werd
premier. Zijn minderheidskabinet kreeg met grote sociaal-economische problemen
te kampen en viel in dec. 1977. Van januari tot augustus 1978 was Soares premier
van een coalitiekabinet van PSP en cdS (christen-democraten). Vervolgens leidde
hij de oppositie tot na de verkiezingswinst van de socialistische partij in
april 1983: samen met de PSD (sociaal-democratische partij) werd de derde
regering-Soares gevormd, die standhield tot juni 1985. Soares bleef aan als
premier - op verzoek van president Eanes - tot na de verkiezingen van okt. 1985,
waarbij zijn partij een zware nederlaag leed. Na zijn aftreden stelde hij zich
beschikbaar voor de functie van president, tot welk ambt hij op 16 februari 1986
gekozen werd. Op 13 januari 1991 werd hij herkozen voor een tweede ambtstermijn,
die in 1996 afliep. Hij werd opgevolgd door Jorge Fernando Branco de Sampaio. |