De
Franse schrijver, van wat lange tijd als pornografie
werd beschouw, Markies Donatien Alphonse François de Sade
werd geboren te Parijs op 2 juni 1740 en overleed te
Charenton op 2 december 1814.
Sades libertijnse en atheïstische levensopvattingen brachten hem
vaak in conflict met de overheid, maar zouden evenmin
als een aantal seksuele vergrijpen tot veroordeling geleid hebben,
als zijn schoonfamilie hem niet door middel van een 'lettre de
cachet' zou hebben aangeklaagd. Sinds 1768 bracht hij vele jaren
door in verschillende gevangenissen (o.a. Vincennes, Bastille),
tot hij door de Franse Revolutie in 1790 werd bevrijd. Zijn
gedurende zijn gevangenschap geschreven roman Justine werd samen
met het vervolg, Juliette, in tien delen gepubliceerd (1791-1797).
Napoleon liet hem in 1801 arresteren en veroordelen tot opsluiting
in het krankzinnigengesticht te Charenton. Daar verbleef De Sade
tot zijn dood, waarna een koffer met manuscripten gevonden werd.
Vooral in Les 120 journées de Sodome (geschr. 1785; uitg.
1931-1935) blijkt Sade veel meer dan een pornograaf te zijn. Hij
slaagt erin een heel eigen wereld op te bouwen, die niet als
verworden afspiegeling van de werkelijkheid gezien moet worden,
maar als een model waarin de mens getoond wordt als een wezen dat
in principe tot alles in staat is. Vooral de wijze waarop het
verhaal, dat geconcentreerd is op één lokatie: het kasteel
Schilling, tot in alle geledingen gestructureerd is, toont Sade
als een groot vormgever, die de wending markeert van de 18de eeuw
naar de nieuwe tijd. Door veel moderne schrijvers, vanaf
Apollinaire en de surrealisten, die geen aanstoot meer nemen aan
de spectaculaire, morbide inhoud, wordt Sade gezien als de
schepper van een taalsysteem waarin een eindeloos aantal
aberraties getransformeerd wordt naar het vlak van de vorm. |
|
|
|