|
Michelangelo
Buonarroti werd geboren in het Italiaanse Caprese, Toscane, op 6 maart 1475.
+++ foto links : zelfportret +++
Deze Italiaanse beeldhouwer, schilder, architect en dichter, is naast
Leonardo da Vinci, Bramante en Rafaël
een dominerende figuur in de Italiaanse hoge renaissance en de incarnatie van
de "uomo universale", de universele mens. Al vroeg zag Lorenzo de Medici de
uitzonderlijke begaafdheid van Michelangelo en nam hem in zijn huis op.
 |
 |

|
Mozes
San Pietro in Vincoli - Rome |
David
Galleria dell’Accademia - Italië |
Pietà
St.Pietersbasiliek - Vaticaanstad |
 |
 |
 |
De schepping van Adam
en Eva
Detail uit de plafondschildering (fresco) van de Sixtijnse Kapel |
Devine Head
(tekening van Michelangelo)
British Museum in Londen |
St. Pietersbasiliek in
Rome
(architectuur van Michelangelo) |
1. Beeldhouwwerken
Michelangelo leerde in Florence de beginselen van de beeldhouwkunst van
Bertoldo, een leerling van Donatello, en bestudeerde de verzameling klassieke
beelden van zijn beschermheer. Zijn vroegste werken tonen dan ook invloeden
zowel van de klassieken als van Donatello; het eerste is o.m. het geval in zijn
reliëf Centaurenstrijd (ca. 1492), het tweede in de Madonna della Scala (ca.
14901493; beide in Casa Buonarroti, Florence). In 1494, vlak voor Piero de
Medici uit Florence werd verdreven, vluchtte hij naar Bologna, waar hij in
aanraking kwam met het werk van Jacopo della Quercia, dat een brug trachtte te
slaan tussen de klassieken en het realisme. Hij vervaardigde er een knielende
engel en twee heiligenfiguren voor de Arca di San Domenico. In 1496 was hij in
Rome en dat bracht hem terug in de sfeer van de antieken. Daar ontstond zijn
eerste grote beeldhouwwerk, Bacchus (14961497; Bargello, Florence), dat nog
sterk aan de klassieke conceptie gebonden is. In de kort daarna ontstane Pietà (St.-Pieter,
Rome) kwam het eigen genie van Michelangelo voor het eerst volledig tot gelding.
Verwant hieraan is de Madonna met Kind, ontstaan in de eerste jaren van de 16de
eeuw (O.-L.-Vrouwekerk, Brugge). Zij vormt de overgang naar de beroemde staande
David (15011503), in Florence gekapt uit een reusachtig blok marmer. In 1505
vertrok hij opnieuw naar Rome, waar hem een gigantische opdracht wachtte: het
praalgraf, versierd met veertig marmeren figuren, dat paus Julius II voor
zichzelf wilde doen oprichten onder de koepel van de in aanbouw zijnde nieuwe
Sint-Pieter. Het zou nimmer in zijn oorspronkelijke opzet voltooid worden. In
1523 ontving hij van de Medici's een nieuwe grote opdracht, die hem, na jaren
als schilder werkzaam te zijn geweest, tot de beeldhouwkunst terugvoerde: de
grafmonumenten tegen de wanden van de Sacrestia Nuova van San Lorenzo te
Florence. Het gold hier niet alleen de zittende beeltenissen van Giuliano, broer
van paus Leo X en van Lorenzo, hertog van Urbino, maar tevens vier allegorische
figuren aan hun voeten: de Dag en de Nacht, de Dageraad en de Schemering.
Het merendeel van zijn latere werken bleef onvoltooid: de Brutus (1538; Bargello,
Florence), de Kruisafneming (15531555) in de dom te Florence en de Pietà
Rondanini (beg. ca. 1555; Castello Sforzesco, Milaan).
2. Schilderwerken
Op het gebied van de schilderkunst was Domenico Ghirlandaio Michelangelo's
eerste leermeester, maar hij onderging tevens de invloed van Massaccio en van
het werk van Luca Signorelli. In 1505/1506 schilderde hij een H. Familie voor
Angelo Doni (Uffizi, Florence); ongeveer terzelfder tijd werkte hij in wedkamp
met Leonardo da Vinci aan kartons voor muurschilderingen, de Slag bij Cascina,
voor het Palazzo Vecchio, die verloren zijn gegaan. Zijn hoofdwerk op het gebied
van de schilderkunst werd de decoratie van de Sixtijnse Kapel (15081512),
waarmee hij alles achter zich liet wat tot dan toe op soortgelijk terrein was
gepresteerd, terwijl hij voor de schilderkunst nieuwe mogelijkheden opende. In
1534 werd hij door Paulus III aangezocht de altaarwanden van de kapel te
beschilderen; het resultaat was het Laatste Oordeel, waaraan hij van 1534 tot
1541 werkte (de naakte figuren werden in 1559 door Daniele da Volterra, de
'broekenmaker', van gewaden voorzien). Ten slotte voltooide hij nog twee grote
fresco's in de Cappella Paolina van het Vaticaan (15421550). Een groot deel van
zijn tekeningen bevindt zich in Groot-Brittannië, verdeeld over het British
Museum, Londen, het Ashmolean Museum, Oxford en Windsor Castle.
3. Architectuur
Als bouwmeester was Michelangelo, naast Bramante, de grootste kunstenaar van
het Italiaanse Cinquecento. Zijn eerste grote opdracht, de façade voor de San
Lorenzo te Florence, kwam niet verder dan het ontwerp en de voorbereidende
werkzaamheden (15161520). In 1521 werd begonnen aan de bouw van de Sacrestia
Nuova van dezelfde kerk, bestemd om de Medicigraven te huisvesten. In hetzelfde
complex bouwde hij vanaf 1524 aan de Biblioteca Laurenziana, die echter eerst
door zijn leerlingen Giorgio Vasari en Ammanati zou worden voltooid. Immers, in
1529 werd het werk onderbroken door het beleg van de stad, waarbij hij de
leiding kreeg over de versterkingen. In 1535 werd hij door Paulus III benoemd
tot hoofdarchitect van de apostolische paleizen, maar voorlopig werd hij geheel
in beslag genomen door zijn werk in de Sixtijnse Kapel. Na de hoogste verdieping
van het Palazzo Farnese te hebben voltooid (1546), werd hij architect van de St.-Pieter,
waarvan hij de opzet diepgaand veranderde: hij handhaafde de plattegrond in de
vorm van een Grieks kruis, maar wijzigde de koepel; ook dit plan bleef
onvoltooid. Andere bouwwerken in Rome door hem uitgevoerd zijn het Capitoolplein
met de monumentale trap (1547) en de kerk Santa Maria degli Angeli in het
tepidarium van de thermen van Diocletianus (15601561).
4. Dichtkunst
Als dichter is Michelangelo bekend gebleven door zijn verzen en sonnetten
gericht aan zijn vriend Cavalieri en aan Vittoria Colonna. Liefde, schoonheid en
godsdienst zijn er de thema's van. Soms ook (zoals in een befaamd kwatrijn op
zijn beeld de Nacht) keerde hij zich fel tegen de bestaande politieke en
maatschappelijke toestanden. Verreweg de meeste schreef hij tussen 1534 en 1564
in Rome; door vreemden achterhaald, zijn ze in 1623 door zijn achterneef en
naamgenoot in sterk verbasterde vorm gepubliceerd. Pas in de 19de eeuw zijn ze
naar de originele manuscripten uitgegeven.
Michelangelo overleed in Rome op 18 februari 1564 en werd begraven in de Santa
Croce in Florence; zijn graftombe, naast de cenotaaf van de door hem zo
bewonderde Dante, werd ontworpen door Vasari. |