|
Molière,
pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin (Parijs 15 jan. 1622 – aldaar 17
febr. 1673), Frans blijspelschrijver en toneelspeler.
1. Leven
Hij was door zijn vader bestemd voor een
carrière aan de balie, maar liet zijn studie varen om met enige leden van de
familie Béjart het ‘Illustre Théâtre’ op te richten (1643). Deze groep raakte in
Parijs al spoedig in ernstige financiële moeilijkheden, maar werd hergegroepeerd
en ruim twaalf jaar trok zij door de provincie, met Molière als leider, acteur
en auteur. Op voorspraak van de prins van Conti, gouverneur van Languedoc, trad
het gezelschap als ‘Troupe de Monsieur’ (de broer van de koning) op 24 okt. 1658
voor het eerst op voor het verzamelde hof. De opvoering van Nicomède van
Pierre
Corneille vond geen genade in de ogen van de koning, maar Molières eigen
(verloren gegane) klucht
Le docteur amoureux bewonderde hij zodanig dat hij hem toestemming gaf
voortaan op te treden in de zaal Petit-Bourbon (in het Louvre) op de dagen dat
deze niet bespeeld werd door de Comédie Italienne; toen dit theater moest wijken
voor de uitbreiding van het Louvre, verhuisde het gezelschap naar het Palais
Royal. Intussen was de eerste voorstelling van Les précieuses ridicules
(1659) een eclatant succes geworden, hetgeen de auteur de jaloezie van andere
toneelschrijvers en van de spelers aan het rivaliserende Hôtel de Bourgogne
bezorgde, een jaloezie die nog ernstiger vormen aan zou nemen na de triomf van
L'école des femmes (1662) en waarop Molière reageerde met de scherpe
eenakter in proza La critique de l’école des femmes (1663). De jonge
Lodewijk XIV steunde hem nog steeds:
een maand na de opvoering van Le mariage forcé (jan. 1664; met muziek van
Lully) was de koning peetoom van Molières eerste kind, geboren uit zijn
huwelijk (1662) met Armande Béjart, misschien een zuster, mogelijk ook een
dochter van Molières vroegere maîtresse Madeleine Béjart. Maar de koning bleek
niet opgewassen tegen de storm van verontwaardiging die losbarstte over de
eerste opvoeringen van Don Juan ou le festin de pierre (1665); het stuk
werd vrijwel onmiddellijk verboden (hoewel de koning nog in hetzelfde jaar de
naam Troupe de Monsieur veranderde in Troupe du Roi). Hetzelfde lot trof
Tartuffe, voor het eerst gespeeld in Versailles in 1664 en vijf dagen later
verboden; ook de tweede versie (1667, onder de titel L’imposteur) werd na
één voorstelling verboden. Pas in 1669 mocht het stuk in een derde versie worden
gespeeld; in die versie, de enige die bewaard is gebleven, werd het stuk een
doorslaand succes. Tartuffe werd gevolgd door een groot aantal komedies,
waarin aankleding, muziek (vaak van Lully) en ballet een grote rol speelden, en
enkele kluchten; pas Les femmes savantes (1672) was weer een ‘klassieke’
komedie
in vijf bedrijven.
Misschien wel Molières meest persoonlijke stuk is zijn laatste: Le malade
imaginaire (1673), waarin de onwetendheid van artsen wordt gehekeld, maar
waarin vooral is getekend 's mensen angst voor ziekte en dood, die op zichzelf
een ziekte wordt. Molière schreef dit stuk terwijl hij zelf al ernstig ziek was;
hij overleed enkele uren nadat hij er zelf de hoofdrol in had gespeeld.
2. Werk
Molières werken zijn in drie categorieën te
verdelen: de kluchten, waarvan Les fourberies de Scapin (1671) een
voorbeeld is; de zgn. ‘comédies de mœurs’, zedenkomedies, waarin hij de
belachelijke modes en het snobisme van zijn tijd aan de kaak stelt, zoals in
Les précieuses ridicules (1659), dat de overdreven taal en gewoonten van de
salons hekelt; en ten slotte de grote karakterstukken, waarin hij eeuwige
menselijke typen uitbeeldt, zoals L'avare (1668), zijn enige grote werk
in proza, Tartuffe (1664), de briljante aanval op hypocrisie in
godsdienstzaken, Le bourgeois gentilhomme (1670) en Le misanthrope
(1666), zijn diepste werk.
De zwakheden en de slordigheid van stijl, die vele stukken vertonen, zijn vnl.
een gevolg van de haast waarmee ze zijn geschreven, omdat ze voor een bepaalde
gelegenheid klaar moesten zijn; in tal van komedies echter toont Molière zijn
gevoeligheid voor de nuances van het Franse vers. Ook als acteur en regisseur
had hij grote gaven. De precisie van zijn mises-en-scène, waarbij iedere
beweging telde, werd door zijn tijdgenoten zeer bewonderd. Molière wordt
algemeen beschouwd als de grootste Franse komedieschrijver. |
|
|
|