Op 8
juni 632 overleed Muhammad, de
stichter van de Islam, in Medina. Muhammad of Mohammed
betekent 'de geprezene' en werd in het jaar 570 geboren in Mekka
uit de verarmde tak Hasjim van de machtige stam van de
Koeraisjiten. Daar zijn vader, Abdallah, voor zijn geboorte
overleed en zijn moeder, Amina, overleed toen hij zes jaar oud
was, werd Mohammed als wees opgevoed door zijn grootvader, Abd
al-Moettalib, en later door zijn oom van vaderskant, Aboe Talib.
Op
25-jarige leeftijd trad hij in het huwelijk met zijn
oorspronkelijke werkgeefster, de vijftien jaar oudere, rijke
weduwe Chadidja, die tot haar dood zijn enige vrouw bleef. Zij was
de eerste die in Mohammeds verheven zending geloofde. Uit de
verbintenis werden verscheidene kinderen geboren, van wie echter
alleen Fatima, later gehuwd met Aboe Talibs zoon Ali, haar vader
overleefde. Hun afstammelingen, de sjarifs en de sajjids, genieten
tot op heden groot aanzien onder de moslims. Als inwoner van het
handelscentrum Mekka kwam Mohammed reeds op jeugdige leeftijd in
contact met joden en christenen. Dikwijls zonderde hij zich af in
de heuvels buiten Mekka om zich aan meditatie over te geven. In
610, gedurende een van deze perioden, zou hij voor het eerst een
stem (later geïdentificeerd als die van de engel Gabriël) gehoord
hebben, die hem beval: 'Reciteer (ikra), in de naam van uw God die
schiep' (vgl. Koran 96:1). De profeet had zijn roeping: de
verkondiging van de hem geopenbaarde goddelijke woorden. Dit was
de eerste van een lange, tot 632 voortdurende reeks van
openbaringen, die na zijn dood werden verzameld en als soera's
(hoofdstukken) gerangschikt in de koran. In de oudste openbaringen
vindt men de volgende opvattingen: God is één. Hij is almachtig.
Hij is de schepper van het universum. Er is een dag des oordeels.
Schitterende beloningen wachten de gelovigen in het paradijs,
vreselijke straffen in de hel zullen de ongelovigen ten deel
vallen.
Bij het bezien van Mohammeds persoonlijkheid en zijn morele en
sociale invloed valt het moeilijk onderscheid te maken tussen
authentieke overlevering en latere verzinselen en toevoegingen.
Vast staat wel dat hij uiterst eenvoudig leefde en altijd
bereikbaar was voor zijn volgelingen; het enige privilege waarop
hij aanspraak scheen te maken, was zijn uitgebreid huwelijksleven.
Hoewel hij aan anderen ten hoogste vier echtgenotes toestond,
trouwde Mohammed na de dood van Chadidja nog een dozijn andere
vrouwen, waarvan sommigen om politieke redenen. Zijn
lievelingsvrouw, Aisja, speelde ook na zijn dood nog een
belangrijke rol. Voor hij stierf volbracht Mohammed de later zo
genoemde afscheidsbedevaart naar de Ka'ba te Mekka. De
verschillende handelingen die hij hierbij verrichtte, werden later
door de moslims als rituele voorschriften voor de hadj (bedevaart)
genomen.
In het islamitisch geloof staat de figuur van Mohammed centraal;
de geloofsbelijdenis (sjahada) getuigt: 'Er is geen God dan Allah
(dé God), en Mohammed is zijn boodschapper'. Mohammeds bijzondere
positie komt voort uit zijn rol als boodschapper van God en
voorbeeld voor de gelovigen. Zijn uitspraken en handelingen (soenna)
zijn verzameld in de hadith en in canonieke werken. Na de koran is
dit de belangrijkste bron van de islamitische plichtenleer (fikh).
Hoewel Mohammed in de koran en de oudste overleveringen als gewoon
mens wordt afgeschilderd, werden hem in de loop van de tijd steeds
meer bovennatuurlijke gaven toegekend en werd hij voorwerp van
steeds grotere verering. Mohammeds vermoedelijke graf te Medina,
waarboven een grote moskee is gebouwd, wordt jaarlijks door vele
pelgrims bezocht. |
|
|
|