|

Zelfportret |
|

Moeder en kind |
|

Le réservoir |
|

Les baigneuses |
|

Drie vrouwen bij een fontein
|
|
Op
25 oktober 1881 werd in Malaga, Spanje een zekere Pablo Diego Jose Francisco de
Paula Juan Nepomuceno Crispin Crispiniano de la Sentissima Trinidad Ruiz Blasco
Picasso y Lopez geboren, om kort te zijn Pablo Picasso dus.
Deze Spaanse kunstschilder bracht, samen met Paul
Cézanne het 'kubisme' in de schilderkunst.
Picasso is één van de weinige Europese kunstenaars geweest die niet gevlucht is
voor Nazi-Duitsland. Dit en zijn veelzijdigheid, inventiviteit en technische
meesterschap hebben hem tot de meest invloedrijke schilder van de 20e eeuw
gemaakt : schilderkunst, sculpturen, grafiek en keramiek, alles was aan hem
besteed.
Picasso komt op 25 oktober 1881 in Plaza de la Merced, te Malaga in Spanje ter
wereld, als enige zoon van de tekenleraar José Ruiz Blasco en zijn zeventienjaar
jongere echtgenote Maria Picasso en zijn knappe verschijning en vroeg
ontwikkelde talenten deden hem algauw wennen aan lofprijzingen en liefde. In
oktober 1891 verhuist het gezin naar La Coruna waar zijn vader tekenleraar wordt
aan het nieuwe Da Guarda Instituut. In september 1892 gaat hij naar de school
waar zijn vader lesgeeft in de ornamenttekenklas. Hij volgt nadat het gezin in
1895 naar Barcelona is verhuisd, de kunstacademie Llotja te Barcelona.
In 1896 heeft hij zijn eerste atelier en in 1897 legde hij met goed gevolg zijn
toelatingsexamen aan de Koninklijke academie in Madrid af. Hoewel hij
terechtkwam in de hogere klassen van de kunstacademie `La Lonja` en een serie
traditionele portretten en grote figuren composities creëerde, brak Picasso al
snel met de academische traditie. Dit was ook het gevolg van acht maanden
schetsen, werken en eten met de boeren van het primitieve dorpje -horta de San
Juan in Catalonië, waar hij heen ging om te herstellen, nadat hij in de lente
van 1898 roodvonk had gehad.
Picasso gedijde goed in het intellectuele kunstenaars- wereldje van Barcelona.
Schrijvers, dichters, journalisten en kunstenaars ontmoetten elkaar bij El
Quatre Gats, Diep in de nacht, na hun filosofische en kunstzinnige discussies,
bezochten Picasso en zijn vrienden de muziektenten en de prostituees van Sarrio
Chino, Barcelona`s bruisende rosse buurt.
In oktober 1900 brengt Picasso samen met zijn vriend Casagemas een kort bezoek
aan Parijs, dat hij in juni 1901 herhaalt. Overdag bestudeerde hij de Griekse,
Romeinse en Egyptische zalen in het Louvre en de werken van Bonnard, Denis,
Toulouse-lautrec
en andere kunstenaars in de galeries van de Rue Lafitte. Van 25 juni tot 14 juli
stelt hij 65 werken tentoon in de galerie Ambroise Vollard.
Vanaf 1901 signeert hij zijn werken met Picasso, de achternaam van zijn moeder.
In oktober 1902 reist Picasso weer naar Parijs en heeft hij een tentoonstelling
bij Berthe Weill en bestudeert hij het impressionisme. pas na de winter keert
hij terug naar Barcelona.
In 1904 vestigt Picasso zich voor een groot aantal jaren voorgoed in Parijs. Hij
woont en werkt dan in de Rue de Ravignan 13 (thans Place Goudeau), maar toen
beter bekend als Bateau-Lavoir. Hij raakt bevriend met o.a. Guillaume
Apollinaire, Derain en Gertrude Stein. Met zijn schilderijen met voorstelling
van het alledaagse leven van arme mensen werd hij al snel bekend. Deze
schilderijen worden tegenwoordig aangeduid als de werken uit de `blauwe periode`
(1901-1904), omdat zijn schilderijen uit deze tijd een vrijwel mono-chroom blauw
tonen.
De statige, knappe Fernande Olivier maakte een einde aan de eenzame figuren van
Picasso`s blauwe periode. Met haar kreeg Picasso zijn eerste vaste relatie. De
blauwe periode werd gevolgd door de `roze periode` (1905-1908), die voornamelijk
bestaat uit afbeeldingen uit het circusleven.
In 1906 ontmoet hij via Gertrude Stein
Henri Matisse tijdens een zomervakantie in Spanje. In
dit jaar bestudeert hij intensief de werken van Cezanne. De schilderijen uit de
roze periode verkochten uitstekend en al snel kwam aan Picasso`s armoede
voorgoed een eind.
Picasso, zowel onder de invloed van Cézanne als van de Afrikaanse en Oceanische
plastieken slaat in 1907 een nieuwe revolutionaire richting in met zijn werk
'Les demoiselles d`Avignon', zo genoemd omdat de uitgebeelde meisjes van lichte
zeden hun werkterrein hadden in de Rue d`Avignon, waarmee het kubisme een
aanvang neemt. De drie linkse dames zijn door Iberische sculpturen beïnvloed
terwijl de twee rechtse figuren door negerplastiek beïnvloed zijn.
In 1907 vindt ook de ontmoeting plaats met Georges Braque en tekent Picasso een
contract met Galerie Kahnweiler. De zomer van 1909 brengt hij door in de Spaanse
plaats -Horta del Ebro.
Vanaf 1909 gaat Picasso samen met Braque zich verder verdiepen in de vorm en
ontwikkelden zij samen het 'analytisch kubisme'. De werken die tijdens deze
samenwerking, die in 1909 begint, worden gemaakt, zijn in de eerste jaren zo
gelijkend, dat het moeilijk is onderscheid te maken tussen hun werken.
Picasso wordt verliefd op Marcelle Humbert (`Eva`) in 1912. Hij begint dit jaar
ook aan zijn driedimensionale schilderijen en aan zijn papiers colles.
Braque en Picasso werkten nu in de winter samen in Parijs en in de zomer op het
platteland, maar het uit- breken van de oorlog in 1914 zette een punt achter hun
vruchtbare samenwerking. Braque nam dienst in het leger en Picasso, een
Spanjaard en pacifist, deed dit niet. Ook andere vrienden gingen in dienst,
onder anderen Apollinaire en Derain. Picasso voelde zich steeds geïsoleerder en
depressiever en kon zich niet concentreren op zijn werk. Zijn eenzaamheid werd
nog meer vergroot door de dood van Eva in 1915, als gevolg van tuberculose.
Picasso maakte in 1917 een reis naar Italië en bestudeerde daar dan de kunst,
vooral fresco`s, uit het oude Pompeï. Ook ontwerpt Picasso in Rome de decors en
kostums voor het ballet `Parade` van Jean Cocteau, een ballet van Diaghilev met
het Russisch ballet op muziek van Sati.
In 1918 trouwt hij met de Russische danseres Olga Koklova, een lid van
Diaghiliws balletgezelschap. Gestimuleerd door zijn vrouw, werd Picasso een
kunstenaar voor de hogere kringen en stortte hij zich in `La vie snob`. Hij
verhuisde naar een luxueus appartement in de Rue la Boetie - een
begerenswaardige buurt in Parijs. Hij genoot veel aanzien bij alle leden van 'de
beau monde' en werd het modieuze middelpunt in elke salon; langzamerhand verloor
hij echter het contact met zijn vroegere 'onconventionele' vrienden.
Tot 1920 komen er steeds minder kubistische werken en tenslotte verdwijnen ze
totaal. Alleen sporen van het kubisme komen we in zijn latere werken nog tegen.
Omstreeks 1920 schilderde Picasso zijn aan neo-classisisme verwante
schilderijen. Deze periode duurt tot circa 1924. Op 4 februari 1921 werd zijn
zoon Paolo geboren. In 1923 ontmoette hij Andre Breton en in 1925 deed Picasso
mee aan de eerste tentoonstelling van het surrealisme in Parijs.
In 1927 begint hij een verhouding met de slanke blonde 17-jarige Marie-Thérèse
Walter. Picasso richt in 1930 een beeldhouwersatelier in het kasteel Boisgeloup
in. In 1935 laat hij zich scheiden van Olga, toen Marie-Therese in 1935 zwanger
werd. Olga bleef echter op de achtergrond van zijn leven aanwezig tot ze in 1955
aan kanker overleed. Ze schreef hem bijna iedere dag ellenlange schuldbrieven en
dook op bij exposities of op het strand, overal waar ze maar dacht hem aan te
zullen treffen, om hem en zijn 'vrouwelijk gezelschap' uit te schelden.
In 1936 ontmoet hij Dora Maar en begint de Spaanse burgeroorlog. Hij schilderde
zijn beroemde schilderij `Guernica` voor het Spaanse paviljoen op de
Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937. Zijn eerste overzichtstentoonstelling
vond plaats in het museum voor moderne kunst in New York in 1939 en hij voltooid
in dit jaar zijn etsreeks Suite Vollard.
In 1943 ontmoette hij Françoise Gilot. In 1944 werd Picasso communist en
verhuisde hij naar Vallaurus. Vanaf 1946 woont hij aan de Cote d`Azur aan de
Franse zuidkust.
Veel van Picasso`s latere werken zijn gebaseerd op schilderijen van oude
meesters. Hij schildert variaties op het werk van Velazques, Delacroix en
Manet. Hij ging
zich daarnaast ook bezig houden met keramiek, beeldhouwwerken en collages.
Picasso verzet zich vanaf 1960 tot aan zijn dood heftig en kwaad tegen de
toenemende overheersing van abstractie in de kunst. In 1961 trouwt hij met
Jacqueline Rogue.
In 1963 werd Picasso geëerd met een eigen museum Picasso in Barcelona waaraan
hij alle werken van zijn familie schenkt.
Picasso overleed op 8 april 1973 in Mougins, een dorp vlak bij Cannes.
|