header_honden

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

A    B   C    D    E    F    G    H       J    K       M    N    O    P    Q    R    S    T    U    V    W    X       Z

 Piet Mondriaan
 

 
   
1872
Pieter Cornelis Mondriaan wordt in Amersfoort aan de Kortegracht geboren. Hij wordt gedoopt in de Nederlands Hervormde Kerk en krijgt een christelijke opvoeding. Hij heeft een oudere zus Christien (1870-1939) en drie jongere broers, Willem (1874-1945), Louis (1877-1943) en Carel (1880-1956). Zijn vader is hoofdonderwijzer van de eerste christelijke lagere school in Amersfoort, actief lid van de politieke anti-revolutionaire partij en maakt lithografische prenten met een historische of bijbelse voorstelling.

1880
Het gezin Mondriaan verhuist naar Winterswijk, waar Mondriaan sr. hoofd wordt van de lagere school voor Christelijk Nationaal Onderwijs.

1886
Mondriaan gaat na 8 jaar lager onderwijs van school en bereidt zich met hulp van zijn vader en oom Frits (1853-1932; landschapschilder-Haagse School) voor op het behalen van de Akte L.O. Handtekenen.

1889
Behaalt de Akte L.O. Handtekenen. Geeft tekenles op de school van zijn vader en bereidt zich, nu ook met hulp van de gepensioneerde Amsterdamse tekenleraar Jan Braet von Ueberfeldt (1807-1894), voor op de Akte M.O. Handtekenen en Perspectief.

1890
Exposeert twee werken op de Tentoonstelling van Kunstwerken van Levende Meesters in Den Haag.

1892
Behaalt M.O. Akte Handtekenen en Perspectief. Krijgt studiebeurs van Koningin Emma en verhuist naar Amsterdam. Gaat wonen op de Kalverstraat en volgt cathechesatielessen bij de orthodoxe gereformeerde kerk. Schrijft zich in aan de Rijksacademie voor beeldende kunsten voor de dagopleiding schilderkunst. Hij volgt de "kleine schilderklasse". Wordt lid van het Genootschap Kunstliefde in Utrecht, waar hij tot 1909 regelmatig exposeert.

1893
Doet belijdenis voor de gereformeerde kerk. Volgt nog een jaar dagopleiding schilderkunst, maar staat nu ingeschreven bij de "groote schilderklasse".

1894
Volgt een jaar avondopleiding en staat ingeschreven bij het "avondteekenklasje naar het leven". Wordt lid van de Amsterdamse kunstenaarsverenigingen Arti et Amicitiae en St. Lucas

1895
Verhuist naar Ruysdaelkade. Schildert als vrij kunstenaar voornamelijk landschappen. Maakt copie'n naar oude meesters, exÐlibrissen, bacteriologische tekeningen, portretten en geeft tekenlessen om in zijn levensonderhoud te voorzien.

1896
Volgt nog een jaar een avondklasje aan de Rijksacademie "om zich te bekwamen in de etskunst".

1897
Verhuist begin van het jaar naar de Ringdijk in Amsterdam Zuid-Oost en in december terug naar het centrum, naar de Stadhouderskade. Exposeert voor het eerst bij Arti et Amicitiae en St. Lucas, waar hij tot 1910 bijna jaarlijks aan exposities deelneemt. Doet vergeefse poging een Engelse Kunstopleiding te volgen.

1898
Schrijft zich in voor de Prix de Rome. Zakt voor het toelatingsexamen, omdat hij een onvoldoende voor "ontleedkunde" heeft. Solliciteert naar een baan als tekenleraar aan een school in Enschede. Verhuist naar de Albert Cuypstraat. Ontwerpt vier panelen voor een preekstoel voor de English Reformed Church aan het Begijnhof in Amsterdam.
Composition V
1880
Rhododendron
1890
Composizione
1887
Composition With Red, Blue - 1893
Blue Rose
1878
Rose In A Tumbler
1873
Composition With Red, Yellow And Blue  - 1881 Broadway Boogie Woogie
1882

1899
Schildert een plafond met allegorische voorstellingen in het huis van de arts Abraham van de Velde aan de Keizersgracht.

1900
Schildert onderwerpen uit de stad en omgeving van Amsterdam: afgemeerde boten, baggermolens, fabrieksterreinen en landschappen. De komende 10 jaar is hij vooral langs de rivier Het Gein te vinden met vriend en vakgenoot Simon Maris en Arnold M. Gorter. Leert Albert van den Briel (1881-1971) - een student bosbouw - kennen met wie hij lange tijd intensief contact onderhoudt.

1901
Zijn vader verhuist met het gezin naar Arnhem, waar hij een baan als huisonderwijzer heeft aangenomen. Reist met Simon Maris naar Spanje.

1903
Trekt in bij zijn broers Louis en Carel in Watergraafsmeer. Verblijft met Van den Briel enige tijd in het Brabantse Nistelrode.

1904
Vestigt zich in Uden om tot rust te komen. Wordt lid (tot 1907) van het bestuur van kunstenaarsvereniging St. Lucas en krijgt de verantwoordelijkheid over het archief en de bibliotheek.

1905-06
Keert begin 1905 terug naar Amsterdam en gaat op de zolder van het gebouw van St. Lucas wonen. Leert de schilder Albert G. Hulshoff Pol (1883-1957) en zijn familie, die in Oele in Twente woont, kennen. Brengt de winter bij deze familie in Twente door, waar Mondriaan zijn serie avondlandschappen schildert. Ook in de zomer van 1907 logeert Mondriaan in Oele.

1908
Werk van Toorop, Sluyters en Mondriaan, dat op een tentoonstelling bij St. Lucas hangt en uitgevoerd is in een laat-pointillistische stijl, krijgt al spoedig de naam "luminisme". Mondriaan maakt kennis met de filosofie'n van Helena P. Blavatsky en Rudolf Steiner. Brengt twee weken in Domburg door en begint zich te concentreren op vier motieven uit Domburg: de kerk, de vuurtoren van Westkapelle, de duinen en de zee. Zal tot 1919 regelmatig in Domburg te vinden zijn.

1909
Mondriaans moeder overlijdt. Driemansexpositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam met Kees Spoor en Jan Sluyters. Het werk toont een onnatuurlijk kleurgebruik. Wordt lid van de Theosofische Vereniging in Amsterdam en correspondeert met de criticus Querido naar aanleiding van het schilderij "Devotie" over zijn artistieke uitgangspunten.

1910
Wordt lid van de Parijse kunstenaarsvereniging Société des Artistes Independants. Actief bij de oprichting van de Moderne Kunst Kring in Amsterdam en wordt bestuurslid naast Sluyters, Conrad Kickert (secretaris) en Jan Toorop (voorzitter).

1911
Bezoekt voor 10 dagen Parijs. Ziet werk van Cézanne, Braque en Picasso in het Stedelijk in Amsterdam en besluit te verhuizen naar Parijs. Zijn werk laat kubistische invloeden zien (stilleven met gemberpot).

1912
Woont ongeveer twee maanden aan de Avenue du Maine 33 en verhuist in mei naar de Rue du Départ. Brengt in de zomer een maand in Nederland door (Domburg, Amsterdam en Arnhem). Schildert zijn bomenserie. Leert tijdens een kort bezoek in oktober in Amsterdam de componist Jacob van Domselaer (1890Ð1960) kennen.

1913
Exposeert in Galerie Der Sturm in Berlijn twee schilderijen die gevels en daken (in plaats van bomen) voorstellen en neutrale numerieke titels krijgen. De werken laten een ontwikkeling naar een sterkere abstractie zien waarbij de werkelijkheid steeds minder herkenbaar is. Schrijft een lang artikel over kunst en theosofie voor het tijdschrift Theosofia dat niet geplaatst wordt. Begin vruchtbare relatie met de kunstpedagoog H.P. Bremmer.

1914
Exposeert in Zürich en Praag en stuurt zestien werken (compositie 1 t/m 16) naar Kunsthandel Walrecht in Den Haag. Bezoekt in de zomer zijn zieke vader en kan wegens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet terugkeren naar Parijs. Verblijft daarna in Arnhem, Amsterdam, Domburg en Laren. Hij laat de Parijse thema's van gevels en daken los en werkt weer aan Domburgse motieven. Schrijft in zijn schetsboekjes over de kunst, het leven en de theosofie. Houdt zijn Parijse atelier aan.

1915
Vestigt zich in Laren, waar hij tot 1919 zal verblijven. Besteedt veel tijd aan het op schrift stellen van zijn theorie met betrekking tot de schilderkunst en maakt betrekkelijk weinig werken (ca. 20), waarin hij tot een gehele abstractie komt van gekleurde vlakken en horizontale en verticale lijnen. Ontmoet de christosoof Mathieu Schoenmaekers en de schrijvers Jan Greshof, Martinus Nijhoff en Adriaan Roland Holst en de Amsterdamse makelaar Salomon Slijper, die veel werk van Mondriaan zal kopen en hem opdrachten zal bezorgen. Hij bezoekt 's avonds vaak Hotel Hamdorff, waar hij graag danst. Begin correspondentie en vriendschap met de criticus en schilder Theo van Doesburg (1883-1931). Werkt hard aan zijn boek, dat hij uiteindelijk niet uitgeeft maar vanaf 1917 publiceert in een reeks artikelen in het tijdschrift De Stijl.

1916
Ontmoet Bart van der Leck (1876-1958), die hem beïnvloedt wat betreft het kleurgebruik en het schilderen in figuratieve vlakken. Hij discussieert met hem over schilderkunstige zaken.

1917
Maakt "compositie met kleurvlakken" en is mede-oprichter naast Van Doesburg, Van der Leck en de architect J.J.P. Oud van het tijdschrift De Stijl, waarvan Van Doesburg de redactionele verantwoordelijkheid heeft. Publiceert hierin twaalf hoofdstukken "De Nieuwe Beelding in de Schilderkunst" (1917-18).

1918
Maakt werken op basis van een regelmatig raster en discussieert met Van der Leck over het gebruik van diagonalen.

1919
Publiceert in De Stijl "Dialoog over de Nieuwe Beelding". Schildert zijn "dambord donkere kleuren" en "dambord lichte kleuren". Vertrekt uit Laren naar Amsterdam in afwachting van zijn terugkeer naar Parijs. Publiceert "Natuurlijke en Abstrakte Realiteit: Trialoog" in De Stijl (1919-20). Arriveert in Parijs en vestigt zich in de Rue de Coulmiers 5.

1920
Van Doesburg logeert bij Mondriaan. Hij schrijft het prozastuk "Les Grands Boulevards", dat in De Nieuwe Amsterdammer wordt gepubliceerd. Verlaat het regelmatig raster en de gebruikte kleurgradaties in zijn werk. Maakt zijn eerste neoplastische schilderij "Compositie met geel, rood, zwart, blauw en grijs". Vanaf dit moment beperkt Mondriaan zich in zijn werk tot het gebruik van vlakken in de primaire kleuren en de niet-kleuren zwart, wit en grijs, en zwarte horizontale en verticale lijnen. Deze ongelijke elementen moeten gelijkwaardig zijn, zodat er geen hiërarchie in kleur of lijn heerst op het doek, maar een evenwichtige harmonie van lijn en kleur. In dit evenwicht liggen de universele wetten van de kunst. Ondertekent met Van Doesburg en de dichter Anthony Kok (1882-1969) een literair manifest in De Stijl. Schrijft zijn prozastuk "Klein RestaurantÐPalmzondag". Oud en zijn vrouw bezoeken Mondriaan. Werkt hard aan veel schilderijen.

1921
Uitgave door Rosenbergs galerie Le Néo-Plasticisme; Principe Général de l'Equivalence Plastique. Publiceert in De Stijl "De Bruiteurs Futuristes Italiens" en "Het Nieuwe in de Muziek". Keert in oktober terug naar de Rue du Départ 26, waar hij blijft wonen tot 1936 en dat hij volgens de principes van het Neo- Plasticisme met kartonnen vlakken in de primaire kleuren op de wanden inricht.

1922
Publiceert "Het Neo-Plasticisme (De Nieuwe Beelding) en zijn (hare) realiseering in de muziek" en "De Realiseering van het Neo-Plasticisme in de Verre Toekomst en in de Huidige Architectuur" in De Stijl. Eenmanstentoonstelling ter ere van zijn vijftigste verjaardag in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Mondriaan schildert veel bloemschilderijen voor zijn levensonderhoud.

1923
Mondriaan exposeert op de Grosse Berliner Kunstausstellung in Berlijn. Schrijft kort essay in De Stijl "Moet de Schilderkunst Minderwaardig zijn aan de Bouwkunst?"

1924
Publiceert in De Stijl "De Huif naar den Wind". De meningsverschillen met Van Doesburg over het Neo- Plasticisme in de kunst nemen toe, hetgeen resulteert in het beëindigen van zijn medewerking aan De Stijl en ruzie met Van Doesburg. Mondriaan werkt alleen nog mee aan het speciale herdenkingsnummer bij de dood van Van Doesburg in 1932. Verkoopt een werk aan het Landesmuseum in Hannover.

1925
Ontmoet Arthur Lehning (1899), Mart Stam en zijn toekomstige vriend en biograaf Michel Seuphor (1901). Meerdere verkopen in Duitsland maken het mogelijk met zijn vrije werk door te gaan. Mondriaan is bezig zijn atelier op te knappen met gekleurde vierkanten op witte muren. Exposeert in een galerie in Dresden en verkoopt twee werken. Publiceert "L'Architecture future neoplasticienne" in L'Architecture Vivante. Bauhausbuch nr. 5 verschijnt: Piet Mondrian. Neue Gestaltung. Neoplastizismus. Nieuwe Beelding.

1926
Mondriaan laat Paul Delbo drie foto's van het interieur maken om in tijdschriften en kranten te laten publiceren. Ontwerpt het interieur voor een studeerkamer in het huis van Ida Bienert in Dresden. Mondriaan exposeert in München. "Le Neo-Plasticisme" wordt herdrukt in negen opeenvolgende nummers van het Bulletin de "l'Effort Moderne". "L'Art Purement Abstrait" verschijnt in Vouloir en is aanleiding voor een briefwisseling met de Franse beeldhouwer en schilder Jean Gorin (1899-1981). Mondriaan publiceert in het tweede nummer van ABC "Die Malerei und ihre praktische Realisierung". Maakt een maquette voor de toneeldecors voor Seuphors stuk L'Ephémère est eternel. Exposeert op de Internationale Kunstausstellung in Dresden en voor het eerst in de Verenigde Staten op de International Exhibition of Modern Art in het Brooklyn Museum, die georganiseerd wordt door Katherine S. Dreier (1877-1952). Publiceert in Cahiers d'Art "L'Expression Plastique Nouvelle dans la Peinture".

1927
Publiceert in Lehnings Internationale Revue i10 het artikel "NeoÐPlasticisme. De Woning - De Straat - De Stad", dat kort daarna in het Frans verschijnt in Vouloir 25 onder de titel "Le Home - la Rue - la Cité". Aan het eind van het jaar verschijnt in de Internationale Revue i10 nog het artikel "De Jazz en de Neo-Plastiek". Exposeert in de Anderson Galleries in New York, in de Stadtische Kunsthalle in Mannheim, op de Salon des Tuileries, bij de boekhandel-galerie l'Esthétique en de Hollandse Schildersvereniging in Parijs en op de tentoonstelling van de Onafhankelijken in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Verkoopt zijn eerste werk in Amerika.

1928
Twee werken van Mondriaan worden opgenomen in de "Raum fur Konstruktiven Kunst", die Lissitzky heeft opgezet voor het Landesmuseum in Hannover. Exposeert weer in het Stedelijk Museum in Amsterdam en op de Salon des Tuileries en in Galerie Jeanne Bucher in Parijs. Twee werken worden ingezonden voor de Nederlandse afdeling van de zestiende Biennale van Veneti'. Ontwerpt een TableauÐpoeme", een gouache, waarin hij de tekst van een gedicht geïntegreerd heeft in een neoplastische compositie. Ontmoet veelvuldig de Zwitserse architect Alfred Roth. Beiden hebben veel belangstelling voor elkaars werk. Mondriaan is begonnen aan een boek over kunst, leven en samenleving.

1929
Herstel van de vriendschappelijke betrekkingen met Van Doesburg. Stuurt twee werken naar Dreier in New York. Alfred Roth koopt een schilderij. Exposeert vier schilderijen op de Expositions Selectes d'Art Contemporain in het Stedelijk Museum te Amsterdam, die alle vier verkocht worden. Exposeert verder nog in het Kunsthaus te Zürich op de tentoonstelling Abstrakte und Surrealistische Malerei und Plastiek en bij de kunstenaarsvereniging Die Juryfreien in München op de tentoonstelling Wege Abstrakter Malerei en op de Exposicio d'Art Modern Nacional i Estranger bij Galerie Dalmau in Barcelona. Schrijft op verzoek van de Zwitserse cultuurÐ en architectuurhistoricus Sigfried Giedion "Die Rein Abstrakte Kunst" dat in de Neue Zürcher Zeitung verschijnt.

1930
Mondriaan publiceert "Vouloir Construire" en "l'Art Realiste et l'Art Superrealiste" in het tijdschrift Cercle et Carré van de nieuw opgerichte gelijknamige vereniging en "Le Cubisme et la Neoplastique" in Cahiers d'Art. Exposeert op de tentoonstelling van Cercle et Carré, op de tentoonstelling Art Concret in Stockholm en op de tentoonstelling Produktion Paris 1930 in de Kunstsalon Wolfsberg in Zürich.

1931
Wordt lid van Abstraction-Création, een nieuwe vereniging die is opgericht door Arp, Giacometti, Helion, Herbin, Vantongerloo en Van Doesburg, waar veel kunstenaars lid van worden die aangesloten waren bij Art Concret en Cercle et Carré, die beide ter ziele zijn. Schrijft een necrologie voor Van Doesburg, die aan een hartaanval overlijdt, voor het laatste nummer van de Stijl, dat in 1932 verschijnt. Werk van Mondriaan is te zien in New York op de Special Exhibition Presented by the Société Anonyme, op de tentoonstelling Landscape Painting in het Wadsworth Atheneum in Hartford, Connecticut, op de tentoonstelling L'Art Vivant en Europe in het Palais des Beaux Arts te Brussel, op de eerste tentoonstelling van de Association '1940' in Galerie de la Renaissance in Parijs en de tentoonstelling Abstraction in Cambridge, Massachusetts.

1932
"Compositie met twee zwarte lijnen", aangekocht door de afdeling Utrecht van het Nederlandse Kunstverbond, wordt aan het Hilversumse gemeentebestuur aangeboden en komt in het stadhuis van Dudok te hangen. Werken zijn te zien op tentoonstellingen in De Bijenkorf in Rotterdam, in het Stedelijk Museum in Amsterdam, in Galerie Zak in Parijs, in het Museum of Modern Art in New York en bij kunsthandel Huinck en Scherjon. Onder invloed van het werk van de Britse schilderes Marlow Moss (1890-1958) gaat Mondriaan experimenteren met het verdubbelen van de lijnen. De Amerikaanse kunsthandelaar Sydney Janis (1895-1989) koopt "Compositie met rood en blauw".

1933
Experimenteert intensief met het verdubbelen van de lijnen en correspondeert hierover met Moss. Verkoopt een werk aan de Amerikaanse verzamelaar Albert E. Gallatin (1881-1952) en de Zwitser Rudolf Graber. In Duitsland wordt de Reichskulturkammer ingesteld, hetgeen een verbod van avant-gardistische kunst inhoudt. "Compositie met vier gele lijnen", dat aangekocht is met behulp van geld van vooraanstaande Nederlandse architecten en kunstenaars ter gelegenheid van Mondriaans 60-ste verjaardag in 1932, wordt aangeboden aan het Haags Gemeentemuseum.

1934
Ontmoet de Engelse kunstenaars Barbara Hepworth (1903-1975), Ben Nicholson (1894-1982) en Winifred Nicholson (1893-1981), die tot 1938 een nauw contact met Mondriaan onderhouden. Schrijft zich in bij het Syndicat des Artistes en Chomage, een hulporganisatie voor kunstenaars die vanwege de Depressie werkloos zijn en ontvangt 86 francs voor twee weken. Schrijft het artikel "La vraie valeur des oppositions dans la vie et dans l'art", dat door Winifred Nicholson in het Engels vertaald wordt voor het nieuwe tijdschrift voor abstracte kunst Axis, maar geweigerd wordt. Leert de Amerikaan James Johnson Sweeney (1900-1986) kennen en ontmoet de Amerikaanse kunstenaar Harry Holtzman (1912-1987), met wie een innige vriendschap ontstaat. Exposeert op de twaalfde Salon des Tuileries en bij de Renaissance Society van de Universiteit van Chicago.

1935
Kan door ziekte weinig schilderen en is meer bezig met schrijven aan met name verbeteringen aan het manuscript "L'art Nouveau, La vie Nouvelle". Exposeert op tentoonstelling "these, antithese, synthese" in het nieuwe Kunstmuseum in Luzern, op de tentoonstelling van de verzameling van Sidney Janis in de Arts Club in Chicago en op de tentoonstelling Abstract Art in het Wadsworth Atheneum in Harthford, Connecticut. Verkoopt verschillende schilderijen aan onder andere Sweeney, Winifred Nicholson en de Amerikaanse kunstenaar en criticus George L.K. Morris (1905-1975). Verneemt het bericht dat de ateliers in de Rue du Départ afgebroken zullen worden in verband met uitbreiding van het Gare Montparnasse.

1936
Verhuist naar een appartementengebouw met ateliers aan de Boulevard Raspail 278. Schildert zijn nieuwe atelier wit en brengt er kleurvlakken aan. Exposeert in de Arts Club in Chicago, in het Engelse Oxford en Liverpool. Is vertegenwoordigd op Barr's tentoonstelling Cubism en Abstract Art in het Museum of Modern Art in New York. Deze tentoonstelling reist langs zeven steden in de Verenigde Staten. De kunsthandelaar F. Valentine Dudensing wordt Mondriaans kunstagent in de Verenigde Staten. Verkoopt veel werken. Maakt eerste werk waarbij de lattenlijst vervangen wordt door een eenvoudige strook plakband, die net terugliggend tegen de zijkanten van het doek, rond het spieraam is geplakt.

1937
Het door Winifred Nicholson in 1934 vertaalde artikel, dat niet in Axis werd geplaatst, verschijnt nu in twee afleveringen in Circle: International Survey of Constructive Art onder de titel "Plastic Art and Pure Plastic Art". Sweeney publiceert drie uit het Frans vertaalde uiteenzettingen van Mondriaan in het tijdschrift over de avantgardistische kunsten Transition. De Japanner Sabura Hasegawa geeft in zijn in het Japans uitgegeven boek "Abstrakte Kunst. De idee en de Geest van de Moderne Kunst" een overzicht van Mondriaans ontwikkeling als kunstenaar. In "The New York Times MagazineÓ wordt het Neo-Plasticisme als een van de belangrijkste richtingen van de abstracte kunst gepresenteerd. Schilderijen zijn te zien op een tentoonstelling van de Walter P. Chrysler Jr. Collection in de Arts Club in Chicago, op de tentoonstelling Konstruktivisten in de Kunsthalle in Bazel, op de tentoonstelling New Acquisitions: Gifts of the Advisory Committee in the Museum of Modern Art in New York, op de tentoonstelling Entartete Kunst in München, op de tentoonstelling Origines et Developpment de l'Art International Independant in het Musée du Jeu de Paume in Parijs, op de tentoonstelling Liniens Sammenslutning in Kopenhagen en op de tentoonstelling van de collectie van Walter P. Chrysler Jr. in het Detroit Institute of Arts.

1938
Nodigt zichzelf uit bij vrienden in Amerika en Engeland. Ben Nicholson reageert als eerste en Mondriaan vertrekt wegens de oorlogsdreiging van Duitsland samen met Winifred Nicholson naar Londen, waar hij zich vestigt op Parkhill Road 60 in Hampstead. Holtzman stuurt hem een maandelijks bedrag tot zijn vertrek naar de Verenigde Staten in 1940. Bericht Holtzman over zijn plannen voor een "echte moderne esthetische school" in Chicago als alternatief voor het Bauhaus. Deze school is gebaseerd op notities voor een serie lezingen met als titel "The Necessity for a New Teaching in Art, Architecture and Industry". Exposeert op de tentoonstelling Abstrakte Kunst in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In de begeleidende catalogus staat het artikel van Mondriaan "Kunst zonder Onderwerp".

1939
Engeland verklaart Duitsland de oorlog. Holtzman smeekt Mondriaan naar New York te komen en Ben Nicholson naar Cornwall. Mondriaan kan het niet opbrengen te verhuizen. Werk te zien op tentoonstelling Living Art in the London Gallery, bij de Londense galerie Guggenheim Jeune op de tentoonstelling Abstract and Concrete Art, op de tentoonstelling Art in Our Time in het nieuwe gebouw van het Museum of Modern Art in New York, op de overzichtstentoonstelling van abstracte kunst in Parijs en in de Gallery of Living Art van Gallatin in New York.

1940
Door het kwaad van het nazisme en communisme wordt Mondriaan gedreven tot het schrijven van "Liberation of Oppression in Art and Life". Door toedoen van Holtzman krijgt Mondriaan een visum voor Amerika. Op 23 september vertrekt Mondriaan per schip naar Amerika, waar hij op 3 oktober aankomt in New York. Hij gaat wonen op 353 East 56th Street, op de hoek van First Avenue en creëert ook daar weer zijn vertrouwde omgeving door de muren wit te kalken en gekleurde panelen aan te brengen.

1941
Wordt lid van de American Abstract Artists (AAA). Mondriaan gaat nu werken met zelfklevend tape van verschillende breedte en kleur. Hij leert de kunstrecensente en schilderes Charmion von Wiegand (1898-1983) kennen, die met de schilder Carl Holty (1900-1973) een bezoek aan zijn atelier brengt. Er ontstaat een hechte relatie waarbij von Wiegand teksten van Mondriaan redigeert en uit het Frans vertaalt. Holtzman helpt Mondriaan met het herschrijven van "L'art NouveauÐla Vie Nouvelle dat hij nu de titel geeft "Oppression and Freedom in Art". Mondriaan luistert veel naar jazz en boogieÐwoogie. Exposeert op de tentoonstelling van de AAA en vraagt, vergezeld van Holty, het Amerikaans staatsburgerschap aan.

1942
Mondriaan neemt actief deel aan het sociale leven in New York en ontmoet veel avant-garde kunstenaars waarvan hij er velen nog kent vanuit Parijs. Heeft een eenmanstentoonstelling in de Valentine Gallery ter gelegenheid waarvan zijn autobiografisch manuscript "Towards a True Vision of Reality" wordt gepubliceerd. Neemt deel aan de tentoonstelling van veertien kunstenaars "Artists in Exile" in de Pierre Matisse Gallery in New York, ter gelegenheid waarvan een foto van de exposanten gemaakt wordt; aan de zesde tentoonstelling van de American Abstract Artists in de Fine Arts Gallery in New York; aan de tentoonstelling Abstract Painting by 25 American Artists in het Museum of Living Art in New York University; aan de tentoonstelling New Acquisitions and Extended Loans in The Museum of Modern Art en aan de tentoonstelling van achtenvijftig Masters of Abstract Art in Helena Rubinsteins New Art Center in New York. In de catalogus van laatstgenoemde tentoonstelling wordt Mondriaans nieuwe essay "Pure Plastic Art" gepubliceerd. Mondriaan laat een testament maken waarbij hij Harry Holtzman als enige erfgenaam aanwijst. Laat de drie onvoltooide schilderijen uit de New York City serie rusten en begint aan Victory Boogie Woogie en Broadway Boogie Woogie. Arnold Newman neemt een aantal foto's van Mondriaan in zijn atelier.

1943
De verkoop van zijn werk stelt Mondriaan in staat te verhuizen naar een groter appartement aan de East 59th Street 15, dat hij geheel wit laat schilderen. Hij brengt kleurvlakken op de wanden aan en maakt meubels van fruitkisten, spanlatten en ander afvalhout. Neemt deel aan de rondreizende tentoonstelling Modern Dutch Art van het Netherlands Information Bureau in New York; aan de tentoonstelling 15 Early and 15 Late Paintings bij Art of This Century; op de tentoonstelling Unity in Diversity: An Exhibition and a Contest in de Nierendorf Gallery en aan de tentoonstelling New Acquisitions (Broadway Boogie Woogie) in the Museum of Modern Art in New York. Ook heeft hij weer een eenmanstentoonstelling, weliswaar kleiner dan de eerste, in de Valentine Gallery. Hij schrijft zijn laatste essay "A New Realism", dat postuum in 1945 en '46 gepubliceerd zal worden. Neemt zitting in de jury voor de eerste Spring Salon for Young Artist in de galerie Art of This Century van Peggy Guggenheim.

1944
Mondriaan werkt intensief aan Victory Boogie Woogie dat hij steeds reviseert. Een opgelopen verkoudheid ontwikkelt zich tot een fikse longontsteking. Zijn arts Max Trubek laat hem opnemen in het Murray Hill Hospital, waar Mondriaan in de vroege ochtend van 1 februari op 71-jarige leeftijd overlijdt. Op 3 februari wordt Mondriaan onder grote belangstelling van de kunstwereld begraven op het Cypress Hill Cemetery.

 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009