|
Pieter
Pauwel Rubens werd geboren in het Duitse Siegen op 28 junu 1577. Zijn vader
is een geleerd, ontwikkeld man. Zijn moeder moet echter jarenlang de gezinszorg
alleen dragen, ingevolge de echtbreuk van haar man, begaan met Anna van Saksen,
waarbij hij gevangen wordt in Duitsland en later verbannen.
Rubens krijgt een humanistische opvoeding in Keulen, daarna in Antwerpen. Na een
artistieke opleiding bij Tobias Verhaegt, Adam Van Noort en Otto Van Veen wordt
hij in de Antwerpse gilde opgenomen als meester. Behalve een in 1597 gedateerd
classistisch portret, dat zich te New York bevindt, kent men alleen onzekere
toeschrijvingen van jeugdwerk van voor 1600. Op 9 mei 1600 vertrekt hij naar
Italië, waar hij, in Venetië, op uitnodiging van een Mantuaans edelman in dienst
treedt van de hertog van Mantua, Vincenzo Gonzaga tot 1608. Van 1603 tot 1604
verblijft hij in Spanje op diplomatieke missie en beleeft hij er de confrontatie
van de Spaanse kunst met de Venetiaanse werken van Titiaan in Madrid. In Spanje
laat hij het monumentale Ruiterportret van Graaf Lerma na en te Rome het
altaarstuk van S. Maria de Vallicella een monument van de vroeg-barokke kunst.
Terug in de Nederlanden wordt hij nu hofschilder van de aartshertogen Albrecht
van Oostenrijk en Isabella van Spanje, in 1609. Hij blijft in Antwerpen wonen en
trouwt er, op 3 oktober van datzelfde jaar, met Isabella Brant. In 1610 richt
hij het grote pand aan de Wapper, dat nu nog altijd het Rubenshuis is, in als
atelier met een aantal medewerkers. Tussen 1610 en 1620 ontstaan de
meesterstukken, die nog altijd in de Antwerpse O.L.V.-kathedraal te bewonderen
zijn: de Kruisoprichting en de Kruisafneming, met de opmerkelijke
stijlwisseling. Uit de samenwerking met Jan Bruegel ontstaan kostbare
kabinetstukken.
De productiviteit van de meester is verbazingwekkend. In 1624 ontstaat het grote
altaarstuk De Aanbidding der Koningen, een voorbeeld van barokke pathos. In 1626
schildert hij De Hemelvaart van Maria voor het hoogaltaar in de O.L.V.-kathedraal,
zowel qua compositie als door de technische uitvoering ervan een uitermate
gelukkige interpretatie van het thema. In 1628 maakt hij zijn omvangrijkste
altaarstuk De Madonna met Heiligen in de Antwerpse Augustijnenkerk.
Intussen was, in 1626, zijn vrouw Isabella Brant overleden. Rubens geniet het
volste vertrouwen van de landvoogdes Isabella en krijgt meerdere diplomatieke
opdrachten en missies te verwerken. Aldus komt hij weer in Spanje en Engeland
terecht. De werken van Titiaan en de bewondering van de Hertog van Buckingham
stimuleren vanzelfsprekend de kunstenaar.
Hij is 53 jaar als hij, terug uit Engeland, in 1630 hertrouwt met de 16 jarige
Hélène Fourment. Nieuwe groepen en dwarrelende massa's in dramatische scènes
ontstaan: De Roof der Sabijnse Maagden, De Kindermoord, Het Venusfeest. Van de
Spaanse koning Filips IV kreeg hij de opdracht tot het schilderen van Het
Oordeel van Paris.
Naast deze eerder allegorische taferelen creëert Rubens grandioze landschappen
van een stralende glans en innerlijke bewogenheid. Zijn nieuw aangekocht
landgoed Het Steen te Elewijt en het gelukkige gezinsleven op het platteland
begunstigen zijn kunst als paysagist.
Lijdend aan jicht sterft hij, in zijn weelderig Rubenshuis te Antwerpen, op 30
mei 1640.
Rubens is een briljant tekenaar. Dit blijkt uit de gedetailleerde schetsen die
nog bewaard zijn gebleven op onvoltooide schilderijen. Rubens maakte vaak een
rode onderschildering die met wit werd opgehoogd. Deze kleur rood schemert dan
ook overal door in de voltooide doeken. Als typische barokschilder zijn de
composities van Rubens erg complex. Het hierbij afgedrukte schilderij van de
allegorie van De Vereniging van Water en Aarde heeft een driehoekige compositie,
die vooral wordt versterkt door de drie gezichten aan de bovenkant van het
schilderij (de drie hoofden). De basis van de driehoek is echter breder dan het
schilderij zelf. Deze wordt gevonden door vanaf het hoofd van de Aarde over de
rug van de tijger naar beneden te gaan, en van de knie van Neptunus aan de
andere kant. De driehoek is dus breder dan het schilderij zelf.
Verder zijn er in het schilderij allerlei richtingen zichtbaar. De
kijkrichtingen tussen de verschillende personen, de richting van de drietand,
het stromende water naar beneden, en de omhoog klauterende tijger aan de linker
kant. Verder is de Aarde afgebeeld als naakte Rubensvrouw, naar waarschijnlijk
de mode van die tijd, relatief kleine borsten, maar verder goed gevuld met brede
heupen. De mannen zijn gespierd, met daarbij de techniek van de verkorting
toegepast om diepte en beweging in het schilderij te suggereren. Rubens creëerde
een eigen 'Rubens-stijl', duidelijk herkenbaar en een monument in de
geschiedenis van de schilderkunst.
In Antwerpen kunt u het Rubenshuis bezoeken en bewonderen :
info.rubenshuis@stad.antwerpen.be |