Botha,
Pieter Willem (Telegraaffarm, Oranje Vrystaat,
12 januari 1916), Zuid-Afrikaans politicus, studeerde rechten. Botha was al
vroeg actief in de Nasionale Party. Van 1948 tot 1958 was hij
secretaris-generaal van de Kaapse NP en van 1948 tot 1984 was hij lid van het
Zuid-Afrikaanse parlement. In 1958 volgde zijn benoeming tot onderminister van
Binnenlandse Zaken en in 1961 tot minister van Gemeenschapszaken, Openbare
Werken en Kleurlingzaken. In 1965 werd hij minister van Defensie. Als zodanig
rustte hij, ondanks het door Groot-Brittannië afgekondigde wapenembargo, het
Zuid-Afrikaanse leger met zeer moderne bewapening uit. Als minister van Defensie
was Botha ook verantwoordelijk voor de inval van Zuid-Afrikaanse troepen in
Angola (1975).
In september 1978 werd hij tot voorzitter
van de Nasionale Party en premier van Zuid-Afrika gekozen. Hij voerde een nieuwe
grondwet in met beperkt kiesrecht voor kleurlingen en Indiërs. Op basis van deze
grondwet werd hij in sept. 1984 uitvoerend president (het premierschap verviel).
Ondanks cosmetische hervormingen slaagde Botha, die inmiddels grote bevoegdheden
had gekregen, er niet in een eind te maken aan de voortdurende onlusten in de
zwarte woonoorden, waarvoor hij de hulp van het leger inriep. Hij volgde een
harde lijn ten aanzien van het buitenland, waardoor Zuid-Afrika in een steeds
groter internationaal isolement kwam te verkeren. In sept. 1989 werd hij als
president opgevolgd door
Frederick Willem de Klerk.