Juliana
Louise Emma Marie Wilhelmina wordt op 30 april 1909 geboren in Den Haag. Ze is
het enige kind van koningin Wilhelmina en prins Hendrik en zet daarmee de lijn
van het Oranjehuis voort.
Na privé-onderwijs volgt een korte studie aan de universiteit in Leiden, waarna
ze een eredoctoraat in de letteren en de wijsbegeerte ontvangt. Tijdens de
crisis van de jaren '30 wordt ze bijzonder actief op sociaal vlak. Ze zal haar
hart verpanden aan maatschappelijk werk.
Prinses Juliana trouwt in 1937 met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld, met wie
ze zich op paleis Soestdijk vestigt. In 1938 wordt de eerste dochter geboren,
Beatrix (foto). Het prinsesje zal nog drie zusjes krijgen: Irene, Margriet en
Christina.
Tijdens de inval van het Duitse leger in 1940 wijkt de koninklijke familie uit
naar Londen. Juliana reist met Beatrix en Irene door naar Canada, waar Margriet
wordt geboren. Bernhard blijft bij koningin Wilhelmina in de Britse hoofdstad.
Pas in 1945 wordt de hele familie definitief herenigd.
Juliana
wordt op 6 september 1948, twee dagen na het aftreden van koningin Wilhelmina,
ingehuldigd als koningin der Nederlanden. Haar eerste grote daad, ruim een jaar
later, is de overdracht van het toenmalige Nederlands-Indië aan de machthebbers
van de nieuwe republiek Indonesië.
Door haar eenvoud en menselijkheid draagt Juliana enorm bij tot de populariteit
van de monarchie. Politici krijgen echter met een standvastige dame te maken en
achter de schermen is de koningin religieus met een hang naar het mystieke. Die
religieuze overtuiging leidt er ook toe dat ze zich niet kan vinden in de
doodstraf voor een aantal oorlogsmisdadigers, zoals de zogenaamde Vier van
Breda.
Zorgen heeft Juliana om haar jongste dochter, de in 1947 geboren Christina,
aanvankelijk Marijke genoemd. Het kind heeft ernstige oogklachten en Bernhard
haalt er de gebedsgenezeres Greet Hofmans bij. Die krijgt nogal wat invloed op
de koningin, wat leidt tot problemen tussen Juliana en Bernhard. De premier en
een commissie van wijze mannen moeten er aan te pas komen om de zaken op orde te
krijgen. Wanneer het koninlijk paar in 1962 met veel luister het zilveren
huwelijk viert, wordt de affaire officieel als afgesloten beschouwd. Juliana
ziet haar dochters allen trouwen. Het huwelijk van kroonprinses Beatrix met de
Duitser Claus van Amsberg (1966) zorgt voor veel opschudding. Ook de verbintenis
van Irene met de carlistenleider en Spaanse troonpretendent Karel Hugo van
Bourbon van Parma (1964) is
aanleiding
tot commotie. De prinses blijkt in het geheim katholiek geworden en trouwt
zonder toestemming van het parlement. De verbintenis loopt uit op een scheiding,
net als het huwelijk (1975) van Christina met de van oorsprong Cubaanse Jorge
Guillermo.
Het midden van de jaren zeventig is soms stormachtig voor Juliana. Suriname
wordt onafhankelijk en prins Bernhard blijkt 'gevoelig voor gunsten' en raakt
verzeild in de Lockheed-affaire. De vorstin wil aftreden als haar man al te
zwaar wordt aangepakt, al wil ze het Beatrix niet aandoen dat die naar
aanleiding van zo'n zaak de troon moet bestijgen. Premier Den Uyl strijkt de
ergste plooien glad.
In 1980 maakt Juliana bekend dat 'haar krachten afnemen'. Het wordt tijd plaats
te maken voor Beatrix, die op 30 april wordt ingehuldigd. De geboortedag van
haar moeder wordt door Beatrix aangehouden als Koninginnedag.
Juliana beleeft een rustige oude dag, op 16 april 1998 onderbroken door een val
waardoor ze een heup breekt. Ze herstelt snel, maar kampt na de operatie wel met
'acute verwarring'. Het huwelijk van kleinzoon prins Maurits en zijn Marilène
van den Broek, eind mei van dat jaar, woont ze echter in ogenschijnlijk goede
conditie bij. Wel veroorzaakt ze enige commotie door als protestantse ter
communie te gaan, net als prinses Margriet en prins Bernhard.
Het zou haar laatste openbare optreden zijn. Op 23 februari 1999 maakt ze bekend
dat de publieke optredens haar te zwaar zijn geworden. Eind juni 2001 vertelt
prins Bernhard dat ze haar geheugen praktisch volledig kwijt is.
De
begrafenis op dinsdag 30 maart 2004 :
In
Delft vond vanmorgen de uitvaartplechtigheid van prinses Juliana plaats. De
rouwstoet trok vanaf paleis Noordeinde nabij Den Haag richting Delft. Daar werd
de begrafenisplechtigheid in de Nieuwe Kerk gehouden, waarna Juliana in de
grafkelder van de koninklijke familie werd bijgezet. Prinses Juliana was de
moeder van de huidige koningin Beatrix en was van 1948 tot 1980 koningin van
Nederland. Ze stierf vorige zaterdag.
De rouwstoet met het stoffelijk overschot vertrok vanaf Paleis Noordeinde in Den
Haag, waar tienduizenden belangstellenden afgelopen week de geliefde
oud-koningin een laatste eer bewezen. De uitvaartdienst in de
Nieuwe
Kerk in Delft begon om 12.30 uur. Aansluitend vond de bijzetting in de
koninklijke grafkelder plaats.
Ook prins Bernhard, de echtgenoot van Juliana, woonde de uitvaart bij. Vorige
week was dat door zijn broze gezondheid nog onzeker. Aan de bijzetting ging een
kerkdienst vooraf die werd bijgewoond door 1.800 gasten uit binnen- en
buitenland. Namens België waren koning Albert en koningin Paola op de
plechtigheid aanwezig. Ook prins Philip van Groot-Brittannië en koning Juan
Carlos van Spanje waren onder de aanwezigen.
De remonstrantse predikante W. Hudig-Semeijns de Vries van Doesburgh, een
persoonlijke kennis van prinses Juliana, heeft de uitvaart geleid.
|