|
Roald
Engebreth Gravning Amundsen wordt op 16 juli 1872 geboren in
Hvidsten, in de buurt van Sarpsborg (Noorwegen). Hij komt uit een
familie van welgestelde zeevaarders. Zijn vader Jens, een kapitein, huwt
in 1863 met Hanna Henrikke Gustava Sahlquist. Hij brak zijn
medicijnenstudie af om zich te trainen voor een leven als
'poolreiziger'. In het jaar 1903 ondernam hij z'n eerste grote
expeditie, met de bedoeling de 'noordwestelijke doorvaart' te volbrengen
en tevens de plaats van de magnetische Noordpool te bepalen. Met een
tweede expeditie bereikte hij op 14 december 1911 als eerste de
Zuidpool, maar zijn expeditie naar de zuidpool liep niet over een
leien dakje, want er waren nog kapers op de kust, nl. de Brit
Robert
Scott, die als eerste voet wilden zetten op het nog onbetreden gebied.
Maar toen ze op 14 december 1911 op 90° zuiderbreedte aankwamen, was er
geen spoor van de Brit te bekennen. Amundsen, Bjaaland, Wisting,
Hassel en Hanssen hadden geschiedenis geschreven. De geografische
zuidpool was bereikt. Amundsen noemde de hoogvlakte de King Haakon VII
Plateau. Er werd een tentje opgezet dat de naam Poleheim kreeg. Het
vijftal verbleef er drie dagen.
Daarna wou
Amundsen zich aan wetenschappelijk werk wijden. Toen zijn vriend Nobile
in 1928 met het schip de Italia op de terugweg van de Noordpool
verongelukte, meldde Amundsen zich aan voor een hulpexpeditie. Hij
vertrok met een Frans vliegtuig vanuit Noorwegen. Dit vliegtuig is nog
voor Spitsbergen in zee gestort en van de inzittenden werd niets
teruggevonden. |