|
De
Duitse politicus en Nazi leider Rudolf Hess werd geboren in
Alexandrië, Egypte, op 26 april 1894 en overleed te Berlijn op 17
augustus 1987.
Hij was de zoon van een lutherse Beier, diende als vrijwilliger in
de Eerste
Wereldoorlog, trad nadien tot allerlei extreme en antisemitische
genootschappen toe, was leerling van Karl Haushofer en werd in 1921 lid
van Hitlers NSDAP. Tijdens diens
vestingstraf na de putsch van München (1923) fungeerde Hess als zijn
secretaris. In 1933 benoemde Hitler hem tot zijn plaatsvervanger (als
partijleider); in 1934 werd hij rijksminister. Hoewel Hess in zijn
kwaliteit van ‘diadoche’ in de meeste belangrijke kwesties werd
geraadpleegd, kreeg hij toch nooit belangrijke opdrachten te vervullen:
meer zijn trouw dan zijn bekwaamheid werd door Hitler gebruikt. Op 13
mei 1941 kwam het verbazingwekkende nieuws dat Hess ‘op eigen
gelegenheid’ per vliegtuig in Schotland was gearriveerd en per parachute
op het landgoed van de hertog van Hamilton was gedaald (waarbij hij een
enkel brak). Hess wilde, vermoedelijk op eigen houtje, pogen om een
vrede (?) met Groot-Brittannië te bewerkstelligen alvorens Hitler – vijf
weken later – de Sovjet-Unie aanviel. Deze opzet bleef zonder enig
gevolg. In het Neurenbergs proces tegen de oorlogsmisdadigers speelde
deze affaire ook geen rol bij de aanklacht tegen Hess. Hij werd daar tot
levenslange gevangenisstraf veroordeeld (die hij in de gevangenis te
Spandau zou doorbrengen). Gedurende het proces en daarna maakte Hess een
gestoorde indruk.
Herhaalde pogingen om Hess, die ten slotte als enige overgebleven nazi
in de gevangenis te Spandau verbleef, bij wijze van gratie in vrijheid
te stellen, werden door de Sovjets resoluut afgewezen. Zijn zelfmoord
voltrok zich onder verdachte omstandigheden. Na zijn dood werd de
gevangenis te Spandau afgebroken. Zijn sterfdag werd door neo-nazi's
aangegrepen voor – van overheidswege verboden – demonstraties, die
enkele malen op relletjes uitliepen. |
|
|
|