De
antroposoof Rudolf Steiner werd op 27 februari 1861 in Kraljevec geboren.
De denkwijze van Steiner ligt voor een groot stuk aan de basis van de
verschillende Steinerscholen die we heden ten dage over de ganse wereld
terugvinden. Steiner studeerde wis- en natuurkunde aan de Technische Hogeschool
te Wenen. In deze periode kwam hij in aanraking met de literaire en
natuurwetenschappelijke werken van Goethe. Toen reeds zocht hij een band tussen
geest en materie.
Op zijn 21ste krijgt hij de opdracht het natuurwetenschappelijk werk van Goethe
te bewerken, later wordt hij medewerker aan het Goethe-archief. In 1891 volgt
zijn promotie tot doctor in de filosofie.
In de loop van zijn leven ontwikkelde Steiner de antroposofie. De naam
"antroposofie" is afgeleid van het Griekse "anthropos" (mens) en "sophie"
(wijsheid). Deze leer is zeer eclectisch, door het samenvoegen van elementen uit
zeer verschillende culturen.
In 1894 publiceert hij "De filosofie van de vrijheid", een onderzoek naar de
aard van het waarnemen, het kennen en het denken.
In een groot aantal boeken en voordrachten werkte hij zijn visie uit. Relaties
tussen mens, wereld en kosmos zijn daarin door Steiner vanuit een geestelijk
perspectief beschreven. Op verzoek van mensen uit diverse sectoren van de
samenleving werkte Steiner een groot aantal praktisch toepasbare ideeën uit.
In 1919 leidde dit tot de oprichting van de "Freie Waldorfschule" in Stuttgart.
Deze school werd in eerste instantie bezocht door de kinderen van het personeel
van de Waldorf-Astoria fabriek.
In Dornach (Zwitserland) bouwde men het eerste Goetheanum, een imposant houten
bouwwerk, dat huisvesting bood aan de Antroposofische Vereniging. Een brand
verwoestte dit gebouw eind 1922. Niet lang daarna werd besloten het tweede
Goetheanum te bouwen. De voltooiing van dit uit beton opgetrokken gebouw maakte
Rudolf Steiner echter niet meer mee. Hij overleed op 30 maart 1925.
De antroposoof Steiner zag het gevoelsleven en de kunstzinnige vorming als de
basis voor verstandelijke ontwikkeling. Een kind staat nog helemaal open voor de
buitenwereld en de mensen om zich heen. Door deze na te bootsen, leert het kind
de wereld om zich heen kennen en er deel van uitmaken.
Volgens Steiner is het belangrijk om kinderen een veilige basis te geven. Een
warme belangstelling voor het kind, de natuur en een vast ritme (bijvoorbeeld
dat van de seizoenen) zijn hierbij de belangrijkste hulpmiddelen. De natuur
neemt een belangrijke plaats in bij de opvoeding van het kind. Veel speelgoed is
daarom gemaakt van natuurlijke materialen. Ook in de inrichting van de
kindercentra is de natuur zeer nadrukkelijk aanwezig. Er is veel aandacht voor
expressie en fantasie. Door te schilderen, schilderen en te knutselen leren de
kinderen hun emoties te uiten. |
|
|
|