|
Beckett,
Samuel (Foxrock, Dublin, 13 april
1906 – Parijs 22 dec. 1989), in Frankrijk gevestigd Iers schrijver,
studeerde in Dublin en doceerde Engels aan de École Normale Supérieure
te Parijs.
Zijn eerste belangrijke roman, Murphy, verscheen in 1938 in het
Engels in Londen en in 1947 in het Frans te Parijs, waar hij zich in
1945 definitief had gevestigd. Zijn tweede, Molloy (1951),
verscheen meteen in het Frans en werd door de critici als een
meesterwerk begroet. Hij werd echter pas in wijdere kring bekend door
zijn toneelstukken En attendant Godot (1952; gewijzigde
versie, 1965), Fin de partie (1956), Happy days (1961; in
Nederland gespeeld o.d.t. Gelukkige dagen, 1962). Voor de BBC
schreef hij All that fall (1957; Ceux qui tombent, 1957)
en voor the Royal Court Theatre Krapp's last tape (1958; La
dernière bande, 1959; in Nederland gespeeld o.d.t. Krapps laatste
band, 1966).
Beckett werd gefascineerd door de absurditeit van het leven; hij
beschreef het bestaan op het ogenblik dat het zinloos is geworden. De
personen hebben geen enkel contact met elkaar, maar zijn slechts op
elkaar aangewezen omdat zij zich in dezelfde situatie bevinden. De taal
is abstract, strak en simpel, soms tragisch humoristisch; invloed van
James Joyce, wiens vriend en secretaris hij was, is merkbaar. Dank zij
de grote toneeltechnische kwaliteiten maken zijn stukken op de
toeschouwer een diepe, beklemmende indruk. Beckett heeft ook een aantal
dichtbundels gepubliceerd, een essay over
Marcel Proust
(1931) en filmscenario's. Hij ontving in 1969 de Nobelprijs voor
letterkunde. In 1988 werd l'Image gepubliceerd, een boekje van
tien bladzijden, bestaande uit één zin van 1200 woorden, reeds in 1950
geschreven.
WERK: (behalve de genoemde): Poëzie: Whoroscope, poem
on time (1930); Echo's bones (1935); Poems in English
(1961); Pour finir encore (1976; prozagedichten). – Proza:
More pricks than kicks (1934); Malone meurt (1951);
Watt (1953); L’innommable (1953; vormt met Molloy en
Malone meurt een trilogie); Nouvelles et textes pour rien
(1955); From an abandoned work (1958); Comment c’est
(1961); Imagination morte imaginez (1965); Bing (1968);
Sans (1969); Premier amour (1970); Mercier et Camier
(1970); Le dépeupleur (1970); Signature anthology (1975);
Fizzles (1977); Collected shorter prose 1945–1980 (1984).
– Toneel, hoorspelen, pantomimes: Actes sans paroles (I,
1957; II, 1961); Embers (1959); Words and music (1962);
Play (1963); Cascando (1963); Come and go (1966);
Breath (1970); Not I (1972); That time (1976); Ends
and odds (1977); Complete dramatic works (1986). |
|
|
|