Op
20 juli 1881 gaf Sitting Bull, opperhoofd van de Sioux-indianen en geboren in
1831 als Tatanka Yotanka zich over aan het Amerikaanse leger, mits de belofte
van amnestie. Deze overgave betekende meteen het einde van het Sioux-verweer
tegen het afstaan van hun gronden aan de staat Amerika en zich definitief te
vestigen in speciaal voorziene reservaten. Sitting Bull en zijn stamgenoten
vluchtten na de strijd in 'the Battle of the Little Bighorn' in 1876 voor vijf
jaar naar Canada, maar in 1881 keerden ze terug om zich definitief over te
geven. Sindsdien leven ze afgezonderd in reservaten.
Het Amerikaanse
indianenopperhoofd Sitting Bull werd omstreeks 1831 geboren in het deel van de
Verenigde Staten, dat tegenwoordig wordt aangeduid als South Dakota als
Tatanka-Lyotanka.
Op veertienjarige leeftijd ging Sitting Bull voor het eerst met zijn stam mee op
oorlogspad.
In juni 1863 kwam hij voor het eerst oog in oog te staan met een Amerikaanse
soldaat. Een jaar later maakte hij de slachting in de bergen van Killdeer mee.
In 1865 was Sitting Bull betrokken bij een aanval op fort Rice in North Dakota.
Tijdens deze gevechtsacties toonde hij zich een dappere indiaan en in 1868 werd
hij door zijn stamleden gekozen tot opperhoofd van de Lakota indianen.
In 1874 werd goud gevonden in Black Hills in North Dakota, waardoor duizenden
gelukzoekers naar het gebied van de Lakota kwamen. De goudzoekers pleegden een
inbreuk tegen een in 1868 gesloten verdrag met de indianen. De Amerikaanse
regering wilde het grondgebied van de indianen kopen, maar deze hapten niet toe
en de regering besloot het verdrag ter zijde te leggen. Sitting Bull riep de
hulp in van andere stammen uit de omgeving. Besloten werd om tegen het
Amerikaanse leger in opstand te komen.
Onder leiding van Crazy Horse trokken de Oglala Lakota indianen in juni 1876 ten
strijde tegen de legereenheid van generaal George Crook. Crook werd bij Rosebud
door Crazy Horse verslagen. Generaal George Armstrong Custer werd bij Little
Bighorn aangevallen en verslagen.
Dit verlies kwam hard aan bij de Amerikaanse regering. In reactie op deze
nederlagen werden meer soldaten gestuurd. Een voor een werden de stammen in het
gebied van Dakota tot overgave gedwongen. Sitting Bull wist de dans echter te
ontspringen.
De problemen voor Sitting Bull waren groot. De buffels waren uitgemoord door de
blanken, waardoor de indianen zich niet meer konden voeden. Hongersnood dwong
Sitting Bull zich in juli 1881 over te geven. Hij werd als een krijgsgevangene
behandeld en op verschillende plaatsen gevangen gehouden.
Uiteindelijk werd het hem in 1885 toegestaan om toe te treden tot het
wild-west-circus van Buffalo Bill. Hij kreeg
vijftig dollar per week om zich door de blanke Amerikanen te laten bewonderen.
Sitting Bull hield het vier maanden vol.
Sitting Bull had enkele jaren rust in zijn hut bij de Grand River. Hij wilde
zich echter niet aanpassen aan de Amerikaanse regels. Hij hield er twee vrouwen
op na en weigerde christen te worden. Wel stuurde hij zijn kinderen naar een
christelijke school, omdat hij vond dat ze lezen en schrijven moesten leren.
In 1890 werd het weer onrustig onder de Indianen. De overheid besloot om Sitting
Bull uit voorzorg in hechtenis te nemen. Op 15 december 1890 kwamen
politiemannen hem halen. Ze werden opgewacht door de volgers van Sitting Bull.
Toen ze Sitting Bull naar buiten sleurden ontstond een vuurgevecht. Het
opperhoofd werd in zijn hoofd getroffen door een politiekogel en overleed.
Sitting Bull werd eerst begraven in Fort Yates. In 1953 werden zijn resten
herbegraven in Mobridge, South Dakota. |
|
|
|