Theodore
Roosevelt was de 26e President van de Verenigde Staten, van 1901 tot 1909.
Hij was Republikein en werd op 27 oktober 1858 in New York City geboren.
Theodore Roosevelt stamt uit een welgestelde familie. De jonge Roosevelt had
veel gezondheidsproblemen: zijn astma zorgde ervoor dat hij vooral binnenskamers
zijn leven doorbracht.
Hij las veel boeken en was dol op geschiedenis, maar vooral op de natuur. Deze
hobby ging zover dat de kleine Roosevelt thuis een heuse natuurcollectie bij
elkaar had verzameld waarmee hij een natuurmuseum bezat.
Door zijn zwakke gezondheid was naar school gaan onmogelijk, maar thuisles was
hiervoor een goed alternatief. Toch liet Roosevelt het hierbij niet zitten en
aangemoedigd door zijn vader probeerde hij de beperkingen van zijn ziekte te
overwinnen, waardoor hij zich vooral ging toeleggen op lichaamsbeweging. Jagen,
boksen en het leven in de vrije natuur werden zijn grootste hobby’s en hij zou
deze gewoontes blijven continueren tijdens zijn presidentschap. Gelukkig kon
Roosevelt de gevolgen van zijn ziekte overwinnen, waardoor hij o.a. rechten kon
gaan studeren in Harvard.
Privé zou het Roosevelt niet altijd gemakkelijk afgaan, zijn eerste vrouw en
moeder stierven op dezelfde dag in 1884. Roosevelt bracht de twee jaren daarna
veel tijd op zijn ranch in Dakota Territory. Gelukkig hervond hij zijn geluk bij
Edith Carow, met wie hij in december 1886 trouwde.
In het jaar 1882 ging zijn politieke carrière van start doordat hij lid
werd van New Yorks wetgevende vergadering, maar zijn eerste serieuze taak
verkreeg hij in de regering van McKinley waar hij onderminister van marine werd.
Als onderministers had hij een groot aandeel in de voorbereiding van de
Spaans-Amerikaanse oorlog omtrent Cuba. Hij was echter niet lang onderminister
van marine, want toen de oorlog op Cuba eenmaal was uitgebroken nam Roosevelt
ontslag als onderminister om zijn militaire plicht te vervullen.
Hij vond namelijk dat een politicus als eerste zijn land militair behoorde te
verdedigen, hij verklaarde dat wanneer zijn vrouw op sterfbed had gelegen hij
zelfs nog zijn militaire verplichtingen aan de Verenigde Staten had nagekomen.
Tezamen met een korps vrijwilligers, de Rough Riders, vocht Roosevelt in de
oorlog en zou na afloop als oorlogsheld terugkeren.
Zijn verworven populariteit kon hij goed gebruiken, toen hij in het najaar van
1898 het kandidaatschap voor gouverneur van New York accepteerde. Het zal geen
verrassing zijn dat Roosevelt tot gouverneur werd verkozen, maar ook deze keer
bleef hij niet lang in zijn functie, want in 1900 werd hij voor de Republikeinse
partij de running-mate van McKinley. De verkiezingen werden gewonnen, maar toen
in 1901 president McKinley werd vermoord schoof het presidentiële ambt door naar
Theodore Roosevelt, die daarmee zoals eerder gezegd de jongste president in de
geschiedenis werd.
Een indrukwekkende lijst en dat voor een president aan wie de inmiddels alom
bekende ‘Teddy Bear’ zijn naam dankt.
Met de komst van Roosevelt in het Witte Huis zou niets meer bij het oude
blijven, deze president was anders: hij was energiek, hyperactief en zeker van
zijn zaak. Hij was een persoon die duidelijk ergens voor stond, maar misschien
wel de belangrijkste eigenschap hij had liefde voor zijn vakgebied, de politiek.
Het was duidelijk dat er dingen gingen veranderen, want er stond een president
met een duidelijke ideologie en die daarvoor durfde te vechten zelfs als zijn
tegenstander het congres was.
Het presidentschap zelf onderging ook een metamorfose onder Roosevelt. Roosevelt
was de eerste die het belang van de media inzag voor een president, met als
gevolg dat hij persconferenties gaf. Roosevelt gebruikte zijn ambt om de mensen
een boodschap over te brengen, zeg maar als een soort voorlichtingsfunctie. Hij
wist dan ook op zijn manier alles uit de presidentiële functie te halen, hij
wilde zijn land weer een sterke uitvoerende macht geven.
Qua beleid zou Roosevelt, zowel op binnenlands als buitenlands gebied, een
andere koers gaan varen dan zijn voorgangers. Zijn beleid wordt in zijn
algemeenheid vaak verschillend omschreven; matig progressief of als progressief.
Wat ook de beste definitie moge zijn, vast staat dat Roosevelt een progressief
beleid voerde. Hierna volgt een beschouwing over het beleid van Roosevelt,
waarin het natuurbeleid een aparte vermelding krijgt.
De belevenissen van de Britse ambassadeur Sir Henry Mortimer Durand met
president Theodore Roosevelt: ‘Niet tot mijn onverdeeld genoegen heb ik mogen
kennismaken met de president. Hij nodigde me uit voor de lunch en was werkelijk
heel geschikt. Hij vroeg me later op de dag terug te komen om samen een
wandeling te maken. We begaven ons naar Rock Creek, een beboste vallei in
Washington D.C..
Daar aangekomen liet hij me tweeënhalf uur lang door struiken en over rotsen
ploeteren, in een onmogelijk tempo. Op den duur kon ik nog maar nauwelijks op
mijn benen staan. De bergsport is de grootste liefhebberij van de president,
bepaald niet de mijne. Ik vrees dat ik me compleet te schande heb gemaakt. Mijn
armen en benen doen nog steeds pijn van al dat gehang aan die rotsen. Op een
bepaald moment kwam ik helemaal vast te zitten, ik kwam echt niet verder, totdat
de president me in mijn nekvel greep en letterlijk naar boven sleurde. Hij is
ongetwijfeld een ‘strenuous man’’. (Bron: "Dollars, macht en idealen" van Willem
Post)
Dit leek me een mooie anekdote om aan te geven hoe begaan de president was met
de natuur in vergelijking met andere politici van zijn tijd. De president was
niet alleen actief begaan met de natuur, maar liet dit ook doorwerken in zijn
beleid. Roosevelt zag in dat de natuur een kostbaar goed is om zuinig op te zijn
en dat zij niet onuitputbaar was.
Hij wilde de natuur beschermen tegen verspilling en de menselijke beschaving,
die in de plaats kwam van al die kostbare natuur, een halt toe te roepen.
Bebossing, watervoorziening, erosie, bodemverbetering en irrigatie, alles werd
onderzocht door talloze plaatselijke commissies, met als belangrijkste
eindresultaat een landelijke vereniging die zich over dit soort problemen ging
buigen (National Conservation Association) en de Wet op landherwinning (Reclamation
Act). Met deze wet was o.a. de bouw van stuwdammen mogelijk geworden, hierdoor
kon de president de mensen o.a. goedkope energie aanbieden en een eind maken aan
elektriciteitsbedrijven die het water zomaar als energiebron gebruikten, met
watervervuiling als gevolg.
Daarbij gebruikte Roosevelt zijn macht om unieke natuurgebieden/verschijnselen
uit te roepen tot nationale monumenten, waardoor deze beschermde status kregen,
een mooi voorbeeld daarvan is de Grand Canyon. Ook het aantal nationale parken
werd onder Roosevelt sterk uitgebreid om de toekomst van de natuur in de
Verenigde Staten te kunnen garanderen.
In het binnenland zou Roosevelt zich vooral toeleggen op het, al eerder
besproken, natuurbeleid en de economie. De economie werd voornamelijk
gedomineerd door belangrijke zakenlieden, die elkaar indekten door samen te
werken en afspraken te maken over prijzen en dergelijke. Roosevelt wilde de
rechten verdedigen van gewone mensen ofwel de arbeiders. Zijn ideaal was: ‘The
Government should be the great arbiter of the conflicting economic forces in the
nation, especially between capital and labor…’. Hij vond het dan ook noodzaak om
op te treden tegen de trusts (verenigingen van grote bedrijven).
Er lag al een anti-trust wet (Sherman Anti-Trust Act) die al in 1890 was
aangenomen, maar tot dan toe nauwelijks werd nageleefd. Roosevelt besloot deze
wet weer op te pakken en na enig juridisch getouwtrek over de inhoud, waarbij
zelfs Supreme Court aan de pas moest komen, werd er nu echt een anti-trust wet
van kracht. Roosevelt nam daarbij maatregelen om de naleving van de
anti-trustwetten te verzekeren en dit was het begin van scherpere
overheidstoezicht.
Een groot succes hierbij was het opbreken van een trust van spoorwegen in het
Noordwesten(Northern Securities Company) als gevolg van die scherpere wetgeving.
De strijd tegen de trusts werd Roosevelt binnen zijn eigen Republikeinse partij
niet altijd in dank afgenomen, maar hij zag dit als noodzaak om de rechten van
zowel de arbeid en het kapitaal te kunnen veiligstellen. Niet alleen op gebied
van arbeid en kapitaal was Roosevelt voor bescherming van de ‘kleine man’ ook op
andere gebieden, bijvoorbeeld voedselcontrole.
‘Speak softly and carry a big stick…’, was de favoriete spreuk van de president,
die vaak terug sloeg op zijn buitenlands beleid. Onderhandelen, maar zorg altijd
dat je een troef achter de hand hebt, zo kan men deze spreuk het beste
interpreteren. Roosevelt was van mening dat de Verenigde Staten niet langer het
isolationisme kon blijven volgen. De Verenigde Staten moesten zich vertonen op
het wereldtoneel en meedoen aan het internationale machtsspel, hetgeen vandaag
de dag nog niet veranderd is.
In het buitenlands beleid ging Roosevelt vooral uit van de
Monroe-doctrine. Deze doctrine was in 1823 opgesteld en moest er voor zorgen, de
Europese naties buiten het westelijk halfrond te houden. Roosevelt huiverde
Europese interventies als gevolg van chaos en onbetaalde rekeningen van de
kleine staten in Midden-Amerika. Roosevelt vond dat een georganiseerde natie,
zoals de V.S., het recht had om in deze landen orde op zaken te stellen, naar
aanleiding van de Monroe-doctrine, zoals in 1905 gebeurde op de Dominicaanse
Republiek.
Bekend is ook zijn oplossing omtrent de problemen met het Panama-kanaal, dat van
belang was voor de Amerikaanse handelsvloot en de marine. Colombia maakte
bezwaar tegen de aanleg van het kanaal, maar er werd een opstand ontketend in
Panama (toen een gedeelte van Colombia) en later met steun van de Amerikaanse
regering werd Panama een nieuwe republiek. De toestemming voor het kanaal was nu
verder geen probleem meer en het graven kon beginnen.
Ook op diplomatiek gebied was Roosevelt actief om zo zijn steentje bij te
dragen aan het machtsevenwicht in de wereld. Zo bemiddelde hij tussen Japan en
Rusland, die met elkaar in oorlog waren. Het was geen gemakkelijke klus, maar
Roosevelt kreeg beide landen rond de tafel en wist in 1905 vrede te sluiten.
Voor zijn werk als diplomaat kreeg Roosevelt een jaar later de Nobelprijs voor
de vrede. Daarna zou Roosevelt ook bemiddelen in de Marokkocrisis tussen
Duitsland en Frankrijk.
Als laatste ‘stunt’, om de Verenigde Staten definitief te introduceren op
het wereldtoneel, liet Roosevelt in 1907 de gehele Amerikaanse vloot op de
wereldzeeën uitvaren. [Noot van Dennis: Deze toer stond bekend als die van de "Great
White Fleet", hoewel alleen de boegen van de schepen witgeverfd waren.]
Aan het eind van 1909 had Roosevelt er twee termijnen opzitten als president.
Eén termijn als opvolger van McKinley en één termijn als gekozen president. De
verkiezingen van 1904 had Roosevelt dik gewonnen van de Democraat Alton Parker,
door zijn enorme populariteit. Dit tot grote tevredenheid van Roosevelt zelf,
die nu echt de steun van de bevolking had verkregen. Een eventueel derde termijn
was niet onrechtmatig op dat tijdstip en was ongetwijfeld geen probleem geweest
voor Roosevelt vanwege zijn enorme populariteit. Roosevelt wilde echter niet
breken met de traditie om niet meer dan twee aaneensluitende termijnen te
regeren. William Taft werd als zijn opvolger door Roosevelt aangewezen.
Roosevelt vertrok naar Afrika om zijn grootste wens te vervullen; een safari
ondernemen. Door zijn verblijf in Afrika trok Roosevelt zich terug van het
politieke toneel. Het publiek en de pers kon echter geen genoeg krijgen van
Roosevelt en berichtten voortdurend over de avonturen van de ex-president.
Andersom kreeg Roosevelt ook berichtgeving over het teleurstellende beleid van
zijn opvolger. In 1912 besloot Roosevelt dat het tijd werd, dat hij weer de
Republikeinse presidentskandidaat werd, maar de partij dacht daar anders over.
Roosevelt besloot toch mee te doen aan de verkiezingen van 1912, maar dan met
een eigen partij om zo alsnog een derde termijn in de wacht te slepen. De
Progressieve partij met als geuzennaam de ‘Bull Moose Party’ werd de nieuwe
partij van Theodore Roosevelt. Zowel voor de Republikeinse partij als voor
Roosevelt met zijn Progressieve partij pakte de verkiezing verkeerd uit, geen
van beide mocht de president leveren.
De Democraat Woodrow Wilson ging er met slechts +/- 40 procent van de stemmen
met de overwinning vandoor. Als schrale troost heeft Roosevelt echter wel het
record van de succesvolste derde kandidaat met 27,4 procent van de stemmen en
wat betreft zijn ideeën, die werden deels overgenomen door Woodrow Wilson.
Roosevelt zou er echter niet meer in slagen om in het Witte Huis terug te keren.
Hij zou langzaam van het politieke toneel verdwijnen en nog wat boeken te
schrijven en nog enkele expedities ondernemen. In 1919 zou hij sterven in Oster
bay, New York op 6 januari na deze troostende woorden te hebben achtergelaten:
‘No man has had a happier life than I have led; a happier life in every way’.
Iedere bron die je er op na zult slaan, ze zullen allemaal deze zin vermelden;
Theodore Roosevelt is de meest effectieve president die Amerika in vredestijd
heeft gehad. Zijn succesvolle presidentschap gaat gepaard met een enorme
populariteit en een zeer hoge historische beoordeling. |
|
|
|