|
Theresia
van Lisieux, eigenlijk: Thérèse Martin, kloosternaam: Thérèse de
l'Enfant-Jésus et de la Sainte-Face (Alençon 2 jan. 1873 – Lisieux 30 sept.
1897), Frans heilige, trad met speciale toestemming van paus Leo XIII op
vijftienjarige leeftijd in bij de ongeschoeide karmelietessen te Lisieux, waar
twee zusters van haar reeds eerder waren ingetreden (een derde zuster volgde een
aantal jaren later). In 1890 deed zij haar professie. In 1893 werd zij met de
zorg voor de novicen belast. Zij stierf, 24 jaar oud, aan tuberculose. Haar
autobiografie, Histoire d’une âme (1898), uit een drietal manuscripten
samengesteld en bewerkt door haar zuster Agnès de Jésus, oogstte een
overweldigend succes en werd in meer dan veertig talen vertaald.
Theresia's ideaal was de uitbloei van de Godsliefde door de trouw in de
dagelijkse ‘kleine dingen’ en een radicale broederlijke liefde. Zij was zeer
apostolisch gericht, zag het gebed als een ‘hefboom’ van de wereld, wilde ‘in
het hart van de kerk de Liefde zijn’. In de onmacht beklemtoonde zij het blinde
vertrouwen in de ‘barmhartige Liefde’ van de Vader. Haar eenvoudige leer, waarin
het christelijk volmaaktheidsideaal voorgesteld wordt als realiseerbaar in
ieders concrete omstandigheden (haar ‘kleine weg’), heeft een diepgaande invloed
uitgeoefend op de christelijke spiritualiteit van de eerste helft van de 20ste
eeuw.
Theresia werd in 1925 door Pius XI heilig verklaard en in 1927 uitgeroepen tot
patrones van alle katholieke missies. In 1997 werd zij verheven tot kerkleraar.
Zij werd een zeer geliefde volksheilige. Feestdag: 1 okt. Haar lichaam rust in
de karmel van Lisieux, waar een grote Theresia-basiliek werd gebouwd. |
|
|
|