De
heilige Thomas van Aquino overleed op 7 maart 1274 te Fossanova.
Thomas van Aquino werd in 1224 geboren als telg van de adellijke familie Aquino.
Deze bewoonde een landgoed niet ver van de stad Napels. Zijn eerste scholing
ontving hij in de beroemde Benedictijnen-abdij van de Monte Cassino. Tijdens
zijn vervolgstudie in Napels kwam hij in aanraking met de nog jonge orde van de
Dominicanen, bij wie hij in 1244 intrad. Hij studeerde daarna theologie in
Parijs (1245-1248) en in Keulen (1248-1252), waar hij tot priester werd gewijd.
Vervolgens doceerde hij heel zijn leven theologie, afwisselend te Parijs en op
diverse plaatsen in Italië. Op 7 maart 1274, nog geen 50 jaar oud, stierf
Thomas, vermoedelijk als gevolg van een beroerte die hem enige maanden eerder
had geveld, in de abdij van de cisterciënzers in Fossanova. Op 18 juli 1323 werd
Thomas door paus Johannes XXII heilig verklaard.
Het actieve leven van Thomas viel samen met een periode van culturele en
intellectuele bloei. Twee ontwikkelingen moeten hier met name genoemd worden.
Ten eerste is de 13e eeuw de tijd waarin in Europa de universiteit als
instelling ontstaat en tot bloei komt. Een groot deel van Thomas' werkzaamheden
als magister in de theologie speelde zich af aan de universiteit van Parijs, het
intellectuele centrum van het Latijnse westen. Het is in deze tijd dat de
theologie zich voor het eerst ontwikkelt als een wetenschap die beoefend wordt
binnen een universitaire setting met gebruikmaking van specifiek 'rationele'
methodes en procedures. De tweede ontwikkeling,bepalend voor de
wetenschappelijke gestalte van de theologie was het bekend worden van de gehele
filosofie van Aristoteles, pas in de loop van de
13e eeuw uit het Arabisch in het Latijn vertaald. Van de enthousiaste en
leergierige bestudering van Aristoteles' werk ging een grote stimulans uit,
zowel voor de ontwikkeling van een zelfstandig wijsgerig denken als voor de
wijsgerige vorming van het theologisch denken.
Aan het filosofisch toegankelijk maken van het werk van Aristoteles heeft Thomas
veel bijgedragen, door middel van zijn commentaren bij alle belangrijke werken
van Aristoteles.
Het zwaartepunt van Thomas' oeuvre ligt evenwel in zijn theologische
geschriften. Ook voor zijn wijsgerige gedachten zijn deze de primaire bron. Het
hoofdwerk van Thomas is de Summa Theologiae, een systematische uiteenzetting van
de gehele christelijke in drie delen. Het eerste daarvan is gewijd aan God en
het ontstaan van alle schepselen door God; het tweede gaat over de mens voor
zover zijn leven en handelen gericht is op God als uiteindelijk doel; het derde
deel gaat over Christus, wiens verlossingswerk voor de mens de toegang heeft
geopend tot het eeuwige heil in God.
Daarnaast moet ook zijn Summa contra Gentiles genoemd worden, een werk waarin de
briljante denker met rationele argumenten de waarheid van het christelijk geloof
uiteenzet, en verdedigt tegen afwijkende opvattingen van de heidense (d.i.
niet-christelijke) filosofie.
Behalve beide summa's heeft Thomas ook vele zogenaamde quaestiones disputatae op
zijn naam staan - schriftelijke weergaven van universitaire colloquia over
theologische kwesties. 'Disputare' was een van de voorgeschreven taken van de
magister, die bestond in een openbare discussie samen met studenten en collega's
over een stelling waarbij alle aangevoerde pro's en contra's uitvoerig besproken
werden. Zulke quaestiones disputatae geven een goede indruk van de discussies
die toen binnen de universiteit gevoerd werden.
De primaire taak van een magister in de theologie aan de middeleeuwse
universiteit bestond in het lezen en uitleggen van de bijbel, de basistekst van
de theologie. Naast zijn systematische theologische werken heeft Thomas dan ook
nogal wat commentaren op bijbelboeken geschreven.
De theologische synthese van Thomas heeft in de eeuwen na hem tot in onze tijd
een geweldige invloed uitgeoefend. Het theologische en filosofische denken in de
katholieke traditie heeft Thomas vaak als voorbeeld en richtsnoer genomen. Ook
in officiële documenten van de kerk is het grote belang van Thomas voor de
theologie en de filosofie dikwijls onderstreept. Eind vorige eeuw publiceerde
paus Leo XIII een encycliek waarin hij het denken van Thomas in het bijzonder
aanbeval ten behoeve van de filosofische opleidingen in de kerk. Deze encycliek
heeft gezorgd voor een grote opleving van de aandacht voor de filosofie van
Thomas. Deze mondde uit in een neothomistische stroming in de filosofie die - in
allerlei varianten en richtingen - tot voor kort een bloeiend levend heeft
geleid. |
|
|
|