Op
16 november, in het jaar 42 voor Christus, werd Tiberius geboren.
Hij was de tweede keizer van Rome en regeerde tijdens de periode
dat Christus leefde. Tiberius Claudius Nero (sinds zijn adoptie door Augustus:
Ti. Julius Caesar of Ti. Caesar Augustus) (Rome 16 okt. 42 v.C. – Kaap Misenum
10 maart 37 n.C.), Romeins keizer van 14 tot 37 n.C., was een zoon van Ti.
Claudius Nero en Livia Drusilla. Door het tweede huwelijk (38 v.C.) van zijn
moeder met Octavianus (de latere Augustus) werd hij diens stiefzoon, bekleedde
daardoor verschillende ambten en streed in Gallië, aan de Donau tegen Pannoniërs
en Dalmatiërs en na de dood van zijn broer Drusus ook in Germanië.
Hij vervreemdde van Augustus, omdat deze hem gedwongen had van zijn vrouw
Vipsania Agrippina te scheiden ter wille van een huwelijk met diens dochter
Julia, en zijn kleinzoons Gaius en Lucius boven hem begunstigde; hij trok zich
daarom op Rhodos terug (6 v.C. – 2 n.C.). Na de dood van Gaius en Lucius
verzoende hij zich met Augustus en werd door hem geadopteerd en tot zijn
opvolger bestemd; hij werd gedwongen zelf Drusus' zoon Germanicus te adopteren,
wiens kinderen (zijn vrouw Agrippina Maior was een dochter van Julia) van
Augustus afstamden. Germanicus' positie was sterk; hij was de populairste
generaal in de strijd tegen de Germanen, aan het eind van Augustus’
regeringsperiode. Tiberius zelf streed in de laatste jaren van Augustus met
succes tegen rebellen in Pannonië en Germanië. Na de dood van Augustus (14 n.C.)
werd hij diens opvolger.
In zijn buitenlandse politiek streefde hij stabilisering van het rijk en de
rijksgrenzen na. Tiberius zag in dat definitieve onderwerping van de Germanen te
veel zou kosten. De verovering van Germanië werd stopgezet (16), Cappadocië werd
tot provincie gemaakt (17) en opstanden in Gallië werden onderdrukt (21).
Moeilijkheden met de Parthen werden langs diplomatieke weg opgelost. Tiberius
volgde in het binnenlandse bestuur in alles Augustus na; hij was weinig
origineel, maar wel efficiënt: er was orde in het rijk. Zijn financiële beleid
werd gekenmerkt door zuinigheid; hij bouwde weinig en gaf bijna nooit spelen,
waarvan hij een intense afkeer had. Hoewel er in het begin van zijn regering
muiterij in Pannonië en Germanië voorviel, was de verhouding met het leger
redelijk. Met de Senaat echter leefde hij voortdurend op gespannen voet.
Tiberius bezat een sterk constitutionele gerichtheid en hij had de Senaat graag
daadkrachtiger willen laten functioneren, maar de senatoren durfden niets zonder
de keizer te beslissen of te ondernemen.
In zijn eigen familie bracht de kwestie van de troonopvolging spanning en
ongeluk. Germanicus stierf in 19; Tiberius' zoon Drusus werd waarschijnlijk door
toedoen van Seianus vermoord; twee zoons van Agrippina en Germanicus, Nero en
Drusus, werden eveneens slachtoffer van Seianus, resp. in 31 en 33, zodat alleen
Gaius (= Caligula) overbleef. In zijn regeerperiode
werden processen gevoerd wegens majesteitsschennis tegen senatoren, die na 29,
toen de keizer zich op Capri had teruggetrokken, de activiteit van de Senaat
verlamden. Tiberius heeft, zeker in het begin, getracht deze processen te
bestrijden, de aanbrengers (delatores) aan de kaak te stellen en alleen de
aanklachten op andere punten dan maiestas te laten behandelen, maar na 29 stopte
zijn inbreng. Er ontstond een kettingreactie van processen tussen elkaar
vijandig gezinde senatoren. Zijn keuze van Lucius Aelius Seianus als naaste
medewerker was een misgreep. Gedurende de laatste zes jaar van zijn bewind
bemoeide Tiberius zich steeds minder met de regering: stadhouders en andere
functionarissen werden niet meer vervangen. In 37 stierf hij, volgens een
gerucht op zijn ziekbed vermoord. |
|
|
|